'Halfkoers koffie met appelgebak'

Ik wielren vanaf m'n 49ste. Iemand had destijds een aardig fietsie voor me en zo is het eigenlijk gekomen. Achteraf denk ik dat-ie gestolen was, maar ja, toen had ik er al voor zo'n achthonderd gulden aan verspijkerd. Ben ik dus maar lekker door blijven fietsen. In die begintijd reed ik veel met een vriend en m'n schoonzoon. Toertochies van vijftig kilometer, al zeiden we thuis natuurlijk dat het om veel meer kilometers ging.

Tegenwoordig rijd ik bij Ledig Erf, zowel een café als een fietsclub. Iedere zondag maken we met een man of veertig een tocht van 80 kilometer. Vertrek en aankomst bij het café. Als we terugkomen krijgt iedereen een pilsie van de eigenaar. Hij wordt volgens mij eerder arm dan rijk van die fietsclub. We betalen 25 gulden per jaar aan contributie. Nou, wat kost één pilsie? En denk niet - hahaha - dat het na dat rondje van hem nog druk is in het café!

De fietsclub bestaat uit verschillende niveaugroepen. Ik zit in groep C. Wij gaan er nog flink tegenaan, maar onderweg is er ook altijd tijd voor een dolletje. En niet te vergeten een bak koffie met appelgebak en slagroom halverwege de rit. Want het gaat ook om de gezelligheid, hè.

Mijn specialisme is langere afstanden, maar dan wel zonder al te veel klimwerk. Daar ben ik gewoon niet sterk in. Toch geeft het wel een kick hoor als je fietsend boven komt. Dat is dan echt een overwinning op jezelf.

Zomers fiets ik graag in Frankrijk. Vaak doe ik dat in m'n eentje. Slapen in een tentje of jeugdherberg, overdag lekker trappen. Aan het eind van de dag ben ik dan soms helemaal kapot. Doe ik nooit meer, denk je dan. Maar de volgende dag zit je toch weer op die fiets. Omdat je je op een fiets zo heerlijk vrij voelt, hè.

    • Paul de Lange