Griekse premier wint strijd om partij

ATHENE, 1 JULI. De Griekse premier Kostas Simitis (60) is gisteren gekozen tot voorzitter van de socialistische partij Pasok, als opvolger van de vorige week overleden stichter daarvan, Andreas Papandreou. Dit gebeurde op het Vierde Congres van de partij, waaraan ruim 5200 leden deelnamen. Simitis behaalde 54 procent, zijn rivaal, de minister van binnenlandse zaken Akis Tsochatzópoulos, 46 procent.

Beiden werden na afloop door voor- en tegenstanders omhelsd en deden dat ook elkaar. Ook kregen Simitis en Tsochatzópoulos een ovatie van het congres, in een poging een beeld op te roepen van totale eenheid na vier dagen, waarin de wederzijdse emoties hoog waren opgelopen en van tijd tot tijd de polarisatie totaal leek. De vrees dat er na het congres “twee Pasokken” zouden overblijven is geheel ongewettigd, zeiden winnaar en verliezer in hun toespraken. Simitis betuigde bovendien dat men ook niet meer bang hoeft te zijn dat na de dood van Papandreou geen Pasok overblijft. “Het post-Andreas-tijdperk betekent geen post-Pasok-tijdperk.”

Simitis had al op de eerste dag gezegd dat hij als premier zou aftreden als hij geen Pasok-voorzitter werd. Dit kwam bij velen over als een soort chantage, omdat hij door menigeen wordt gezien als de enige die bij komende verkiezingen van de rechtse partij Nieuwe Democratie kan winnen. Het dreigement lijkt zijn uitwerking op enkele honderden congresgangers niet te hebben gemist. Daarnaast kan de bewogen toespraak van zaterdag van de zoon van Papandreou, Jorgos (minister van onderwijs), in zijn voordeel hebben gewerkt. En dan was er Dimitra. De ster van de weduwe van de grote leider is de laatste dagen snel gestegen, maar ze houdt ook vele vijanden die in haar een komende Evita Perron zien. Onder Tsochatzópoulos zou ze in het partij-apparaat nieuwe kansen hebben gekregen, onder Simitis wordt dit zeer onwaarschijnlijk.

Het was Simitis tweede overwinning op Tsochatzópoulos: in januari, nadat Papandreou als premier was afgetreden, had de parlementsfractie hem ook voor deze opvolging geprefereerd boven de huidige minister van binnenlandse zaken. Simitis en Tsochatzópoulos, beiden in Duitsland opgeleid, waren de eerste medewerkers van Papandreou, nog voor de oprichting van de Pasok, een plechtigheid waarbij ze aan weerskanten van Papandreou zaten. Het werden nooit vrienden - het heet dat de weinige keren dat ze met elkaar converseren, dat in het Duits doen. Simitis werd degene die overal vraagtekens bij zette en door de leider enige malen moest worden weggewerkt, Tsochatzópoulos werd Papandreou's trouwe paladijn en verpersoonlijking van het partij-apparaat. Hij werd gesteund door een hele batterij van oude kopstukken, onder wie parlementsvoorzitter Kaklamanis en dit maakt Simitis' overwinning des te opmerkelijker. Tsochatzópoulos pleitte voor een “voortzetting” van de Pasok, Simitis riep om een “nieuwe Pasok”. En met de steun die hij van de jongere garde heeft gekregen zal het waarschijnlijk deze kant opgaan.

Velen zien aankomen dat hij de parlementsverkiezingen die in de herfst van volgend jaar moeten worden gehouden, tot dit jaar gaat vervroegen om zijn machtspositie te versterken en om de, meer dan ooit benodigde versobering al in de komende begroting vast te leggen. Zijn economische ministers - die overigens opgelucht ademhalen over zijn aanblijven - dringen daar ook op aan. De beurs vertoonde vandaag, na slappe weken, een flinke opleving.

Velen ook vragen zich af wat er met het zittende kabinet gaat gebeuren, waarin menigeen - Tsochatzópoulos voorop - Simitis niet als partijvoorzitter wilde. “Een kabinetswijziging is wel het laatste waaraan de premier denkt”, wist regeringswoordvoerder Reppas gisteravond al meteen, maar zulke initiatieven worden natuurlijk nooit aangekondigd. Een euforische sfeer van totale verzoening zal ook de komende weken worden nagestreefd, maar voor een Pasok-afgevaardigde als Mangoukis, die Simitis na zijn eerste toespraak “fascistoïde” heeft genoemd, alsmede een “politieke dwerg”, ziet de toekomst er toch niet zo florissant uit.