Goedkope Thunderbikes populair bij Nederlanders

Voor het eerst sinds de zege van Hans Spaan in 1989, klonk zaterdag het Wilhelmus bij de TT in Assen. Jeffry de Vries won de Thunderbike-klasse.

ASSEN, 1 JULI. De meeste vrachtwagens, campers en tenten, waarin de motorracers en hun monteurs zich voorbereiden op de wedstrijd, zijn vlak voor de races hermetisch afgesloten. De rijders rusten en de monteurs brengen de laatste technische aanpassingen aan.

Frans van den Berg en Ron Exters, monteurs van de Thunderbike van Johnny Verwijst, zijn wel aan aanspreekbaar. Ze staan niet op de paddock, het grote middenterrein van het TT-complex waar de meeste renstallen zich bevinden, maar op een bijterrein heeft het Vos-Oss team voor een kleine week zijn bescheiden kamp opgeslagen: een luxe touringcar en een eenvoudige tent.

De monteurs van Verwijst wisten al van tevoren dat het een spannende race zou worden, en dat de kans op een Nederlandse overwinning reëel was. “De verschillen in de thunderbike-klasse zijn heel erg klein. In de trainingen reden de nummers zes tot en met negen slechts 0,2 seconde van elkaar.”

De thunderbikes zijn populair bij de Nederlanders omdat ze betaalbaar zijn. “Het zijn gewone straatmotors die je zo in de winkel kunt kopen”, zegt Van den Berg. Met een beetje sleutelwerk kun je er een snelle racemotor van maken. Daar is niet veel geld voor nodig. De belangrijkste onderdelen, de banden en de motor zelf krijgt Verwijst van sponsors. De brandstof betaalt de ploeg uit eigen zak. “Wij rijden bij wijze van spreken gewoon langs de benzinepomp voor een wedstrijd”, zegt Exters.

Wie op een fabrieksmotor in een profteam wil rijden, moet minstens een miljoen gulden per jaar meebrengen. Daar zijn veel meer sponsors voor nodig. Het rijden in een profteam is bovendien een fulltime baan. “Wij moeten maandag weer aan het werk”, benadrukt Van den Berg, in het dagelijks leven automonteur. Verwijst werkt ook, hij heeft een autosloperij in Brabant. Verdienen doet het personeel van de eenmansformatie evenmin aan de motorraces. Exters: “Als we er van zouden moeten leven, hadden we nu honger gehad.”

De Thunderbikes onderscheiden zich ook in de technische mogelijkheden van de motor van de professionele wedstrijdklassen - de 125 cc, de 250 cc en de 500 cc. De Thunderbikes hebben weliswaar een grotere motorinhoud (600 cc), maar het is een viertakt-motor en heeft daarom minder vermogen dan de 500 cc tweetakt-motoren. Een tweetakt krijgt twee keer zoveel brandstof ingespoten als een viertakt. Een 500 cc heeft een topsnelheid van rond de 280 kilometer per uur, de thunderbike zo'n 250 kilometer per uur.

Bij wedstrijden zijn de thunderbikes in hun technische aanpassingen ernstig beperkt, vertellen de monteurs. Exters: “Wij moeten het uiterlijk van de motorfiets in tact laten, we mogen alleen inwendige veranderingen aanbrengen. Bovendien moeten we op profielbanden rijden, in plaats van op de snellere slicks. Toch kunnen we veel verbeteren voor de snelheid.”

Ondanks de amateur-status van deze jonge klasse, gingen de ruim 100.000 mensen op de tribunes er voor staan. Maar liefst acht Nederlanders verschenen aan de start. Voormalig 250 cc-racer en publiekslieveling Wilco Zeelenberg vertrok vanaf de eerste rij, vlak achter hem startte Verwijst en vanaf de derde lijn Jeffry de Vries. De spannende wedstrijd werd in hoge mate beheerst door de Nederlandse deelnemers. Vlak voor de finish, in de beruchte Geert-Timmerbocht, ontkwamen Zeelenberg en de Fransman Costes ternauwernood aan een valpartij. De Vries wist van de bijna-botsing te profiteren en ging als eerste over de eindstreep. Verwijst kwam drie seconden te kort en finishte als vijfde.

Het Nederlandse volkslied werd tijdens de huldiging overstemd door het geronk van de zijspannen, die hun motoren warmdraaiden voor de start. Dat kon de pret niet drukken bij 28-jarige De Vries. Toch was het niet De Vries, maar Zeelenberg die 's avonds een feestje gaf. “Ik vier mijn 25-jarig jubileum.”, zei de 29-jarige Bleiswijker, “Ik zit al sinds m'n vierde op de motor.”

    • Philip de Witt Wijnen