F. DE GRAVE (41); Peetvader van paars

Linschoten weg, De Grave terug; en zo blijven de namen van beide VVD-politici toch nog aan elkaar verbonden. Met de 41-jarige Frank de Grave als nieuwe staatssecretaris van sociale zaken is de andere helft van de tweeling aan de beurt. Als onafscheidelijk duo gingen Linschoten en De Grave begin jaren tachtig door het Haagse politieke leven.

Samen belandden de eind twintigers na de verkiezingen van 1982 in de Tweede Kamer, alle twee hadden ze hun politieke roots in de liberale jongerenorganisatie JOVD, beiden waren toen al voorstander van samenwerking met de PvdA.

In 1990 scheidden hun wegen. Robin Linschoten bleef in de Tweede Kamer, Frank de Grave koos voor de Amsterdamse lokale politiek. Eerst lijsttrekker, daarna wethouder van financiën en loco-burgemeester. Niemand uit de omgeving van De Grave geloofde toen dat zijn vertrek naar Amsterdam een definitief afscheid van Den Haag betekende. Hij zelf trouwens ook niet. De politieke 'junk' De Grave bleef zich ook vanuit Amsterdam met de partij op landelijk niveau bezighouden. Zo was hij twee jaar geleden prominent lid van de commissie die het VVD-verkiezingsprogramma opstelde. De Grave tekende voor de financiële onderbouwing van het programma dat van alle partijen het grootste bezuinigingsbedrag voor de periode 1994-1998 opvoerde.

Dat zoiets verplicht merkte De Grave in de zomer van 1994 toen VVD-fractievoorzitter Bolkestein hem in de eindfase van de 'paarse' kabinetsformatie benaderde om minister van financiën te worden. Hij besloot het volgens eigen zeggen na lang wikken en wegen niet te doen. Zijn jonge gezin speelde voor die beslissing een rol, maar doorslaggevend was het feit dat hij in maart van dat jaar als lijsttrekker voor de Amsterdamse VVD bij de gemeenteraadsverkiezingen het vertrouwen van de kiezer had gevraagd. “Ik ben gebleven voor de geloofwaardigheid”, zei De Grave in oktober 1994 tegenover Elsevier.

Voor een soortgelijke afweging zou hij ongetwijfeld over twee jaar zijn komen te staan. In maart van het jaar 1998 zijn de raadsverkiezingen, waarna twee maanden later de verkiezingen voor de Tweede Kamer volgen. Wilde hij niet weer voor hetzelfde geloofwaardigheidsprobleem komen te staan, had hij reeds in een vroeg stadium voor de landelijke VVD moeten kiezen, met als risico 'slechts' een Kamerlidmaatschap als de partij weer in de oppositie zou belanden. Maar met zijn functie als staatssecretaris kan De Grave in 1998 alle kanten uit. Carrière-technisch gesproken valt de tussentijdse wissel voor hem op een ideaal moment.

Samen met PvdA-minister Melkert zal De Grave als staatssecretaris van sociale zaken moeten proberen de 'paarse as' voort te zetten. De omgang met de sociale zekerheid is van meet af aan beschouwd als de lakmoesproef voor het slagen van de sociaal-liberale coalitie. Met De Grave als uitgeproken pleitbezorger van samenwerking tussen PvdA en VVD (“Vier jaar is tekort. Acht jaar zou een heel goede zaak zijn”, zei hij in 1994 tegen Vrij Nederland) is de kans op een historisch compromis hierover tussen socialisten en liberalen zeker niet afgenomen.

De eerste aanzet daartoe kan De Grave na de zomer geven wanneer hij in de Tweede Kamer het voorstel om de WAO gedeeltelijk te privatiseren in de Tweede Kamer moet verdedigen. De komende weken moet hij reeds met het kabinet in de slag om met plannen te komen voor de sociale zekerheid op langere termijn. Van belang hierij is vooral de vraag hoe de AOW in de toekomst betaalbaar kan blijven.