Engelse popmuzikant ontbreekt in terugblik

Lola Looks Back, negen afleveringen wekelijks op maandag, Ned.3, 19.30u.

Zoals regisseur Bram van Splunteren onlangs in een uitgebreid verhaal in de VPRO-gids liet weten, heeft hij genoeg van het werken met popmuzikanten. De tijden zijn voorbij dat televisie-crews mee konden reizen met bands, of bij de artiesten thuis kwamen voor interviews en reportages. En na ruim tien jaar heeft Van Slunteren geen zin meer om uren te wachten op gitaristen die stoned zijn en verwende zangers die na een paar korzelige antwoorden stilvallen.

Ten afscheid, van onder andere zijn functie als eindredacteur van Lola da Musica en als verslaggever tijdens de jaarlijkse Pinkpop-uitzending, heeft Van Splunteren een selectie gemaakt van de documentaires, live-registraties en interviews die hij in die tien jaar voor de VPRO heeft gemaakt. Onder de naam Lola looks back zijn de komende weken negen programma's te zien over popmuzikanten als Nick Cave, Henry Rollins, Ice-T en Tori Amos. Helaas mochten de uitzendingen maar twintig 20 minuten duren. Dus de portretten van Nick Cave en van de hip hop-scene in New York (Big Fun In The Big Town uit 1986) zijn in lengte gehalveerd.

De onderwerpen van de programma's die Van Splunteren nu voor herhaling heeft uitgekozen hebben een opvallende overeenkomst: hoe uiteenlopend Tori Amos en Ice-T, The Red Hot Chilli Peppers en Jeffrey Lee Pierce muzikaal ook mogen zijn - afgezien van de Australiër Nick Cave en de Nederlander Rude Boy (van de Urban Dance Squad) zijn alle geportretteerden Amerikaans. In Van Splunterens universum ontbreekt de Engelse popmuzikant.

Veel van de programma's werden opgenomen op het moment dat de betreffende artiest nog vóór zijn of haar doorbraak stond: Tori Amos bijvoorbeeld, Lenny Kravitz en de rappers in New York in 1986. Amos kon nog ongestoord piano-winkels in haar woonplaats Londen binnenlopen om er een piano uit te proberen. Lenny Kravitz stond in het Vondelpark in Amsterdam op een akoestische gitaar zijn latere hit Let Love Rule te spelen.

Alleen Jeffrey Lee Pierce, die afgelopen maart is overleden aan een hersenbloeding, werd gefilmd juist ná zijn glorietijd met zijn band The Gun Club. Het gesprek verloopt enigszins moeizaam, Pierce kijkt ontwijkend in de camera. In 1989 lijkt hij al een beetje op de oude Marlon Brando, een gelijkenis die later in zijn leven nog sterker zou worden.

Maar Pierce is een uitzondering, de andere geïnterviewden zijn in het algemeen mededeelzaam. Van Splunterens naïeve opstelling heeft een gunstig effect op zijn gesprekspartners. Hij vergeet nooit te vragen naar de minder leuke aspecten van hun carrière, en krijgt daar doorgaans een openhartig antwoord op. Drugsverslaving, alcoholverslaving, werkverslaving, ze passeren allemaal de revue.

Al nam de, volgens zijn biografie, in die tijd zwaar gebruikende Nick Cave hem in de maling, door met een uitgestreken gezicht te zeggen dat hij 'van drugs geen habit wilde maken' - met 'habit' in de dubbele betekenis van 'gewoonte' en 'verslaving'.

    • Hester Carvalho