Duitse antifascist krimpt ineen na Tjechisch verlies

BONN, 1 JULI. “Gelukkig zijn niet die vreselijke Kroaten of die anti-Europese Engelsen in de finale gekomen, maar de Tsjechen. Eindelijk kan ik als linkse intellectueel, als Duitse antifascist, weer eens tevreden zijn.” Mijn gastheer, die in het Rijnstadje Bad Honnef woont, heft het glas en grimlacht bij dit vertoon van zelfspot.

We gaan er goed voor zitten. Hij wijst me er voor de zekerheid op dat het twintig jaar geleden is dat de Bondsrepubliek een EK-finale in Belgrado van de toenmalige volksrepubliek Tsjechoslowakije verloor bij het nemen van strafschoppen. Namelijk doordat de “CSU'er” Uli Hoeness, de huidige manager van Bayern München, de beslissende strafschop hoog over schoot. De CDU/CSU voerde destijds een verkiezingscampagne onder het motto 'Vrijheid in plaats van socialisme'. Bayern-spelers als Franz Beckenbauer en Hoeness hadden zich openlijk tegen SPD-kanselier Helmut Schmidt uitgesproken. Over die jammerlijk gemiste strafschop was ter linkerzijde daarom hartelijk gelachen.

Intellectuelen en voetbal. Wat bepaalt hun vaak innige verhouding? Gaat het om revanche voor vroegere vernederingen op het schoolplein, in de gymzaal? Of om wraak op de schrijftafel, bureaulamp en tekstverwerker? Het meedelen, desnoods op afstand, desnoods met enige prikkelende gêne, in de sportieve spanningen en successen van die misschien wel vercommercialiseerde maar op de een of andere manier toch nog “onbedorven” atleten? Of is het doodgewoon de bekoring van het voetbal zelf, dat in Duitsland wel ”s werelds mooiste bijzaak' heet?

Mijn gastheer Dr. Norbert Seitz, in het dagelijks leven redacteur van het aan de SPD gelieerde maandblad Die neue Gesellschaft/Frankfurter Hefte, schrijver van het boek Kohl & Maradona, Politik und Fussball im Doppelpass, heeft zijn schnabbel over het Europese voetbalkampioenschap voor een Duits weekblad, met maandag als deadline, al praktisch klaar. Voor de finale van deze avond heeft hij twee versies gemaakt: een voor als de Tsjechen winnen, een voor het geval de Duitsers winnen. Het eerste hoopt hij, het tweede vreest hij. Ook in dit opzicht is het leven soms lastig voor een linkse Duitse intellectueel. Want successen van de Nationalmannschaft mogen dan mooi en onschuldig zijn, de woorden “Duitsland wint” doen het ter linkerzijde in de Bondsrepubliek nu eenmaal niet goed.

Zodoende wordt in huize Seitz in Bad Honnef geklapt als Patrik Berger, een van de vele Tsjechische Legionäre in de Bundesliga, zijn land per strafschop in de 59ste minuut op 1-0 brengt. Het Duitse team lijkt even de kluts kwijt, de tv-commentator begint aardig somber te raken. Maar mijn gastheer ziet dat anders. “Nee, het is nog niet gedaan, jetzt werden die deutschen Tugende erst zur Geltung kommen”. Hij krijgt gelijk, dankzij die eigenaardige combinatie van vechtlust, discipline en onverzettelijkheid en ondanks de vele eigenlijk geblesseerden komt het team van trainer Berti Volgts dankzij Oliver Bierhoff op tijd terug tot 1-1.

Als de in Italië spelende invaller Bierhoff, een man die in de Bundesliga mislukt is, al in de vijfde minuut van de verlenging ook nog voor de beslissing ten gunste van Vogts c.s. zorgt roept de tv-commentator: “Nu kunt u de kurken laten knallen, beste mensen”. Mijn gastheer krimpt even ineen maar zegt dan: “Het was toch een mooie finale”.

Buiten klinken de 'Olé's' al op en beginnen de eerste auto's te toeteren. De tv, altijd goed voor een verrassing, laat zien hoe overal in Duitse café's mensen na een vrachtje bier uitgelaten reageren op de uitslag van Wembley. Later 's nachts, als de tappen vele glazen verder zijn, zullen de festiviteiten hier en daar grimmiger worden. Bijvoorbeeld in Berlijn, waar de politie te maken krijgt met het traditionele geweld van Autonomen en andere tegenstanders van Duitse (sportieve) Grossmannssucht.

Mijn gastheer werkt dan al aan de definitieve versie van zijn schnabbel. Hij heeft het nog even moeilijk gehad tijdens een tv-duet van de vrienden Vogts en Helmut Kohl. Vogts: “Mijn spelers hebben zichzelf pijn gedaan, zich voor elkaar opgeofferd en gevochten (sich gequält, geopfert und gekämpft) voor het collectief, dat was klasse”. Kanselier Kohl: “De collega's op de G-7, vorige week in Lyon, ook Bill Clinton, zeiden het al: als de Duitsers hun Kampfgeist houden, winnen ze. De Nationalmannschaft heeft met haar krachtsinspanning een bijdrage geleverd aan onze Gemeinschaftssinn, dat is een compliment waard in een land waar zoveel mensen zich zo vaak ziek melden.”

    • J.M. Bik