De ontbrekende landkaart

Drie jaar geleden publiceerde minister Alders van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu een belangrijke landkaart van Nederland. Op die VINEX-kaart stonden heel nauwkeurig de toegestane locaties voor woningbouw in het Groene Hart.

Voor projectontwikkelaars, bouwbedrijven en speculanten was die landkaart goud waard. Grondprijzen op goedgekeurde VINEX-locaties schoten omhoog van vijf gulden per vierkante meter tot veertig gulden per vierkante meter of zelfs nog meer en de gelukkige boeren wier land nu een woningbouw-bestemming had gekregen konden gaan rentenieren in de Achterhoek.

De verliezers: toekomstige woningbezitters die een duur huis krijgen op een volgepropte kavel, en de Nederlandse belastingbetalers die voor een paar honderd miljoen nu moeten inspringen omdat woningbouw op sommige locaties, bijvoorbeeld in Wateringen, anders volkomen onbetaalbaar zou blijven. Het wordt hoog tijd dat minister Van Aartsen van Landbouw en Natuurbeheer ook eens een landkaart publiceert om aan te geven waar Nederland op zijn mooist is. Voor wat betreft het Groene Hart betekent dat in de eerste plaats de Nieuwkoopse Plassen, het hele Plassengebied bij de Vecht, de Reeuwijkse Plassen, de weilanden en polders ten noorden en zuiden van Woerden, de Vlist tussen Gouda en Schoonhoven, de Plassen ten noorden van Leiden, de Rottemeren en het landschap bij Kinderdijk.

Hoe de landkaart van minister Van Aartsen er ook precies uitziet, één vierkant stuk land in het midden van de provincie Zuid-Holland wordt niet groen maar blijft zeker ongekleurd: de rechthoek tussen Zoetermeer, Hazerswoude, Alphen en Waddinxveen. Een gebied van ongeveer 60 vierkante kilometer, waarvan de meeste Nederlanders zich alleen voor de geest kunnen halen de oranje-gele gloed van de tuinbouwkassen bij Moerkapelle langs de A12. Daar blijven ook 's nachts alle lampen aan. Als dát mag midden in het Groene Hart, waarom dan een taboe op fraaie woningbouw? En omdat de grondprijs volgens de nieuwe NYFER studie niet hoger hoeft uit te komen dan 20 gulden per vierkante meter is de bouw per woning tienduizenden guldens goedkoper dan in Wateringen waar de gemeente Den Haag van minister De Boer mag uitbreiden ten koste van de tuinders.

Niet bekend

De milieubeweging ondervindt daarbij berekende steun van de grote steden, met name van Den Haag en Utrecht, die uit eigenbelang het liefst in de onmiddellijke omgeving willen uitbreiden en de nabij gelegen gemeenten annexeren. 'Wateringse Veld' levert Den Haag extra burgers op en dus een goed excuus om het grote, nieuwe stadhuis wat beter te vullen met ambtenaren. Dat daarvoor een subsidie is vereist van ongeveer 30.000 gulden per woning, is geen zorg voor de gemeente Den Haag, want dat geld wordt omgeslagen over de regio. Bitter is dat met name voor de inwoners van Zoetermeer die moeten meebetalen aan deze gekkigheid, hoewel ten oosten van hun woonplaats het landschappelijk oninteressante gebied ligt, waarin, zoals gezegd, voor 20 gulden per vierkante meter heel goed gebouwd kan worden.

Minister Van Aartsen van Landbouw heeft al de instrumenten om alle mooie delen van het Groene Hart definitief te beschermen. Zijn ministerie kan met boeren een contract afsluiten waarbij de boer ieder jaar een subsidie ontvangt in ruil voor de toezegging om niet al te intensief met land en milieu om te gaan, en dus bij voorbeeld de 'Groene Hel' langzamerhand een weer natuurlijker vorm van weidelandschap te laten worden. Deskundigen verwachten dat ieder jaar de melkprijs wel met één of twee cent zal dalen, en daarom zijn de boeren zonder steun van Natuurbeheer wel gedwongen om steeds verder te rationaliseren, de schaal van hun bedrijf te vergroten, en dus het landschap steeds lelijker te maken; dáár kan minister Van Aartsen tegen ageren zodra hij een budget heeft om met de boeren natuur-beheerscontracten te sluiten.

Het instrumentarium is er, en het geld eigenlijk ook, zodra Nederland in staat is om eindelijk het ongedifferentieerde taboe op het Groene Hart te vervangen door een realistische visie. Voor 80.000 gulden per vierkante kilometer per jaar kan Van Aartsen de boeren in staat stellen om als natuurbeheerder zorgvuldig om te gaan met hun land. Zelfs beheersovereenkomsten voor een extra 300 vierkante kilometer kosten per jaar in totaal niet meer dan 24 miljoen extra. Waarom dus niet gekozen voor de royale bouw van een paar tuinsteden op goedkope grond in de droogmakerijen ten oosten van Zoetermeer met gelijktijdige bescherming voor altijd van de 300 mooiste vierkante kilometers van het Groene Hart? Minister van Aartsen is de man om deze bestuurlijke impasse te doorbreken. Waar blijft zijn Groene Landkaart?

Zelden heeft een column van mij zoveel reacties opgeroepen als mijn klacht op drie juni over het geringe aantal vrouwen in hogere management-functies. Een bekende vrouwelijke manager wijst in een persoonlijke communicatie op de absurde situatie bij Unilever. Heel wat meer dan 50 procent van de klanten is vrouw, maar nóch de Raad van Bestuur, nóch commissarissen tellen één seksegenote van die meerderheid onder de afnemers. En een vrouwelijke manager bij een grote financiële instelling vertelt: “Wordt bij ons een man part-time hoogleraar voor één dag per week dan feliciteren de collega's hem. Goed voor je status en behulpzaam voor de carrière. Maar wanneer een vrouw in plaats van één dag per week hoogleraar graag voor één dag per week thuis moeder wil zijn, dan worden de hoofden geschud en weet iedereen dat zo'n stap - al is het maar voor een paar jaar - helemaal niet gunstig is voor de verdere loopbaan.”

Niet één van de talrijke vrouwen die in deze krant of privé reageerden pleitte voor quota's op de arbeidsmarkt. Dat is ook niet de goede oplossing. Betere wetgeving is nu vooral vereist van minister Melkert. Direct na zijn aantreden vertelde deze gewiekste bewindsman dat hij iedere ochtend zijn kinderen naar school brengt, voor hij van Almere naar Den Haag reist. Hij heeft zeker oog voor de problematiek. Nu wordt het hoog tijd voor echte actie: bijvoorbeeld een wet met financiële sancties op leeftijd-discriminatie in de arbeidsmarkt.

    • E.J. Bomhoff