De G-7 als decor en...

HET JAARLIJKSE festival van de zeven belangrijkste industrielanden, de top van de G-7, had dit jaar een uitzonderlijk triviaal karakter. Ruim twee dagen waren de staatshoofden en regeringsleiders in Lyon bijeen, met hen de ministers van financiën en centrale-bankpresidenten van de zeven landen die samen bijna de helft van de wereldeconomie beheren, aangevuld met de Russische premier en op de slotdag ook nog verblijd met de komst van de hoogste gezagsdragers van de Verenigde Naties, de Wereldbank, het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Een zware bezetting, en teleurstellend magere resultaten.

Door de bomaanslag op de Amerikaanse basis in Saoedi-Arabië vlak voor het begin van de top in Lyon kon president Clinton een krachtig nummer maken van de gemeenschappelijke aanpak van het terrorisme. Maar de Amerikanen moesten inbinden toen de Europese landen zich bleven verzetten tegen het voornemen van de VS om eenzijdig handelssancties op te leggen aan landen die handel drijven met Cuba, Libië en Iran. Handelsgeschillen dienen binnen het multilaterale verband van de Wereldhandelsorganisatie te worden beslecht. Deze onderwerpen hadden nog een direct belang voor de aanwezigen. Dat kon van de rest van de agenda, hervorming van de internationale organisaties en hulp aan de armste landen, nauwelijks worden gezegd.

NU DE LEIDERS van de rijkste landen hun topconferentie besteedden aan vermindering van de schuldenlast van een twintigtal Afrikaanse landen en aan hervorming van de bureaucratie bij de ontwikkelingsprogramma's van de Verenigde Naties, kunnen vragen worden gesteld bij de zin van een dergelijke bijeenkomst. Want in Lyon hebben de staatshoofden en regeringsleiders deels overgedaan wat in ander verband - de Wereldbank, het IMF - al was afgesproken, deels meningsverschillen voor zich uitgeschoven en verder tot niets verplichtende oproepen tot hervormingen gedaan. President Chirac heeft een kostbaar decor laten neerzetten om zich voor het oog van de camera's als de Verlosser van de Derde wereld te presenteren.

Het gebaar in de richting van de armste landen is des te wranger omdat het in essentie draait om de onwil van de rijke landen - de Verenigde Staten voorop - geld beschikbaar te stellen aan deze ontwikkelingslanden. Nu worden de VN opgeroepen tot bezuinigingen op de bureaucratie en wordt het IMF aangespoord om een deel van zijn goud - de goudreserves van de lidstaten - te verkopen. Slechts het hardnekkige verzet van Duitsland staat de goudverkoop in de weg; de Duitsers redeneren niet helemaal ten onrechte dat verkoop van het IMF-goud een precedentwerking heeft. Vandaag een beetje goud voor Afrika, morgen een heleboel goud voor Mexico of Rusland.

Vanuit Nederlands perspectief kan daaraan worden toegevoegd dat het niet aangaat in kleine kring een besluit te nemen over de verkoop van IMF-goud dat ook de goudreserves bevat van de centrale banken van landen die niet tot de G-7 behoren. Een dergelijke beslissing hoort thuis in het IMF-bestuur en niet op een top van de G-7.

DE BUREAUCRATIE van de Verenigde Naties is al jaren een hopeloos probleem. Zij heeft te maken met de opzet van de volkerenorganisatie, met de vormgeving van het personeelsbeleid en met de pretentie dat het ontwikkelingsvraagstuk valt op te lossen met VN-programma's. De VN-ideologie is achterhaald en heeft op economisch gebied in het verleden meer kwaad dan goed gedaan. Het samenbrengen van de activiteiten van UNDP, UNFPA en UNICEF onder één nieuwe ondersecretaris-generaal lost niets op.