Amsterdam moet eens haast maken

Uitvoeren, handhaven en doorzetten. Dat zijn volgens burgemeester Patijn de belangrijkste werkwoorden in de strijd tegen de criminaliteit in de hoofdstad. En snel, had hij eraan mogen toevoegen.

Tijdens de laatste raadsvergadering voor de vakantie, vorige week, werd stilgestaan bij het rapport van de commissie-Van Traa en de daarin geventileerde opmerkingen over, met name, het Wallengebied. Uit onderzoek was gebleken dat de gemeente en de politie hun greep op de rosse buurt bijkans verloren zijn. De wijzers van de klok staan op vijf voor twaalf, snel handelen is geboden, was de boodschap van alle raadsleden.

Helaas heeft de raad niet het patent op snel handelen. Mensen met haast moet het trage besluitvormingsproces soms een doorn in het oog zijn.

Dat ligt aan de raad maar vloeit mede voort uit de inspraak die, voorafgaand aan de definitieve besluitvorming, plaatsheeft. Daar gaan maanden mee heen.

Zonder te willen tornen aan dit verworven recht - mensen met haast zijn niet per definitie anti-democratisch - is het wenselijk dat het allemaal wat sneller gaat. Maar ook zonder inspraak gaan dingen langzaam in Amsterdam.

Neem de criminaliteit. De raad besloot vorige week unaniem dat er een zogeheten Wallen-manager moet worden aangesteld die erop moet toezien dat de regels in dit gebied worden nageleefd. Een goed besluit dat, bij uitzondering, snel genomen werd. Echter, de uitvoering laat op zich wachten. Patijn zegde de raad toe in het najaar, mogelijk eerder, met een notitie over de Wallen-manager te zullen komen. Dan mag de commissie Algemene Bestuurlijke en Jurische Zaken zich er over buigen, waarna de notitie in de raad komt.

Een half jaar nodig hebben om iets te regelen wat er morgen al zou moeten zijn, getuigt niet van een daadkrachtige aanpak. Een paar knappe koppen ten stadhuize moeten de notitie toch snel kunnen schrijven en de Wallen-manager zou als eerste agendapunt in de commissievergadering na de vakantie behandeld moeten worden.

Een ander voorbeeld: het noodlijdende Gemeente Vervoerbedrijf (GVB). Eén van de aanbevelingen in het eindrapport van gedelegeerd bestuurder M. de Jong is de opheffing van vijftien haltes alsmede het laten verdwijnen van tramlijn zes. Dit voorstel, dat door B en W is overgenomen, zal op zijn vroegst volgend jaar zomer worden geëffectueerd want “het moet eerst de inspraak in”, zoals het heet. Daarbij zal vooral het eigenbelang prevaleren boven het algemeen belang van een weer gezond vervoerbedrijf. Niemand wil 'zijn' halte kwijt en zeker niet 'zijn' tram. Over de inkomstenderving voor het GVB als gevolg van de trage uitvoering van onder meer deze maatregel, zullen maar weinigen het hebben tijdens de inspraakavonden.

Of neem de gebruikersruimten voor harddrugsverslaafden die wethouder Van der Giessen (drugsbeleid) in buurten wil inrichten om zodoende de overlast op straat een halt toe te roepen. Ook hierover mag de burgerij zich uitspreken. De kans dat dit voorstel wordt geëffectueerd is klein, ondanks de strenge maatregelen die Van der Giessen aan de komst van de ruimten verbindt en ondanks het feit dat de overlast snel moet worden aangepakt.

En neem de Noord-Zuidlijn. Over onderdelen van het tracé zijn sinds 1989 inspraakbijeenkomsten gehouden. Wanneer als klap op de vuurpijl een referendum volgt en de kiezers tegen de aanleg van deze lijn stemmen, is veel werk voor niets geweest.

“Het is een groote utopie te meenen dat in rebus politicis de gemiddelde burger over voldoende gaven beschikt om over moeilijke vragen een goed zelfstandig oordeel te vormen”, aldus W.A. Bonger in zijn boek 'Problemen der democratie' uit 1934.

Deze waarheid is ruim zestig jaar later maar aan weinigen besteed.

    • Anneke Visser