...als praatgroep

EENENTWINTIG JAAR geleden, in 1975, begonnen de bijeenkomsten van de staatshoofden en regeringsleiders van de (aanvankelijk vijf) machtigste industrielanden als een informele samenkomst om een gemeenschappelijke aanpak van economische problemen te bespreken. De Westerse landen waren toen ernstig verdeeld over het antwoord op de oliecrisis.

Na Lyon dringt zich de vraag op: hebben deze conferenties van de G-7 enige duurzame betekenis? Enkele keren zijn belangrijke besluiten genomen, enkele keren kwam de G-7 bijeen op een cruciaal moment in de internationale economische verhoudingen en een enkele keer wees het nationale belang van alle aanwezigen in dezelfde richting. Maar vaak ook liep het verkeerd af, omdat de uitgestippelde gemeenschappelijke strategie niet werkte of niet werd nagekomen.

Jaarlijks informeel overleg over brandende macro-economische kwesties tussen de politieke leiders van vooraanstaande landen (de samenstelling van de G-7 is betrekkelijk willekeurig en niet gespeend van politiek opportunisme) blijft een nuttige oefening. Er zijn altijd wel onderwerpen die een openhartige gedachtenwisseling rechtvaardigen. Maar door de top op te tuigen tot een spektakel dat wordt afgestemd op de binnenlandse agenda van de aanwezigen en 'resultaten' naar buiten te brengen die niet overtuigen is de betekenis van de G-7 afgenomen. Oude tegenstellingen tussen de VS en Duitsland over het monetaire en het begrotingsbeleid zijn niet overbrugd en creatieve oplossingen voor nieuwe problemen, zoals het werkloosheidsvraagstuk of de vergrijzing in de industrielanden, blijven uit.

DE ERVARING VAN de afgelopen eenentwintig jaar is dan ook dat, alle inspanningen van de G-7 om de economie te stimuleren (jaren zeventig), de wisselkoersen te coördineren (jaren tachtig), de schuldencrisis aan te pakken of de hervormingen in het voormalige communistische blok te bevorderen ten spijt, de grote economische mogendheden niet bereid zijn hun financieel-economische en monetaire soevereiniteit op te geven. Intussen doen internationale organisaties het uitvoerende werk. En als echt sprake is van een crisissituatie dan nemen uiteindelijk de Amerikanen het heft in handen. De G-7 volgt, maar leidt niet.