DES-dochters

Ten zoveelste male figureren DES-dochters in een publicatie over de uitdijende reikwijdte van het aansprakelijkheidsrecht (NRC HANDELSBLAD, 13 juni). Deze doet geen recht aan de feiten.

Ten eerste wordt onvermeld gelaten dat het DES-proces nog helemaal niet is afgelopen, en dat er dus nog geen cent schadevergoeding aan de slachtoffers is uitgekeerd. Wanneer de producenten van het schadelijke DES-hormoon in het vervolg van de rechtszaak kunnen aantonen dat zij voldoende zorgvuldig hebben gehandeld, zullen zij helemaal niet aansprakelijk gesteld worden. De paniek over de DES-claims is dus voorbarig.

Voorts wordt er gesproken van 20.000 claims. Tot dusver zijn het er om precies te zijn zes (6). Van de honderdduizenden DES-slachtoffers in Nederland zijn er slechts 20.000 die overwegen om in de toekomst eventueel een schadeclaim in te dienen. Een deel van die mensen zal er nog vanaf zien, zodat uiteindelijk minder dan 2 procent van de gedupeerden vergoeding zal eisen voor geleden schade. Daar komen de DES-producenten en hun verzekeraars goed(koop) mee weg.

Wat stoort aan het artikel is de suggestie, dat die arme bedrijven het slachtoffer worden van inhalige DES-dochters. Daarbij wordt het normale begrip van 'dader' en 'slachtoffer' volledig op zijn kop gezet. Het is niet de uitspraak van de Hoge Raad (terzake van een deelvraag in het geding) dat “potentieel draconische consequenties” heeft, maar het is het DES-hormoon zelf dat tot bewezen draconische gevolgen als kanker en infertiliteit heeft geleid. Het geeft geen pas om een vrouw die op 19-jarige leeftijd met een ernstige vorm van kanker wordt geconfronteerd af te schilderen als iemand die “klaagt over tabletten die haar moeder heeft geslikt” wanneer zij de veroorzaker aansprakelijk stelt.