De potpourrisering

Dat meezingen van de Grieken vind ik niet altijd prettig. Beroemde en minder beroemde zangers en zangeressen maken er steeds meer een gewoonte van op het hoogtepunt van een lied op te houden, om de beurt te geven aan het publiek. Dat doet me een beetje denken aan vroeger in Nederland, als er 'allemaal!' werd geroepen.

De zanger Jórgos Daláras doet het het ergst; anderen doen het hem na om te laten zien hoeveel greep ze hebben op het publiek. Dímitra Galáni houdt in het prachtige lied Het grootste uur is nu tegen het einde plotseling stil. Het woordje 'tora' (nu) moeten wij dan zingen.

Witheet kan ik daarvan worden - eigenlijk is het hele lied voor niets gezongen, zo voel ik. Maar de Grieken vinden het prachtig dat ze het even mogen overnemen. En eerlijk gezegd is het soms ook wel mooi, zo'n enorm theater of stadion waar duizenden het lied, dat ze allemaal kennen, krijgen toegespeeld.

Bij Theodorakis gebeurt het nooit, maar daar zingen de Grieken vaak vanzelf mee. Zijn rivaal Markópoulos daarentegen vertelde me, nadat hij het een hele avond tot in den treuren had laten doen: “Ik vind het een beetje fascistisch, als een zanger steeds in zijn eentje zingt.”

En nu ik toch aan het gal spuwen ben: een ware ziekte, ja een epidemie, is de laatste jaren de potpourri. De ene na de andere zanger en zangeres gaat er toe over liederen voortijdig, bijvoorbeeld al na het tweede couplet, af te kappen en rechtstreeks door te gaan met een heel ander, waarvan hoogstens het ritme hetzelfde is (zodat iemand die erbij danst kan doordansen). De beroemdste zangers doen dat zelfs, of juist, bij de liederen waaraan ze hun faam danken. Hoogst ondankbaar, noem ik dat. Juist in Griekenland gaat het vaak om balladen, waarin een verhaal wordt verteld met een begin, een midden en een slot. Ook zijn er liederen waarin een, vaak wat ongebruikelijke, vraag wordt gesteld zoals: waar gaat de liefde naar toe als ze weggaat? Of: heeft eenzaamheid ook een kleur? Het antwoord wordt ons dan onthouden.

't Was een van de vele voordelen van de, helaas in onbruik geraakte, juke-box dat je je bestellingen tenminste volledig kreeg. Zelfs de klassieke liederen ontsnappen nu niet meer aan potpourrisering. Onlangs overkwam me dit in de tent van Jannaki bij mijn lievelingslied Het is nacht geworden zonder maan. Ik ben weggelopen. Stélios Vamvakáris, de zoon van Markos, de patriarch van het rebètiko, doet het zelfs met de meest legendarische liederen van zijn eigen vader. Hij zei op mijn vraag: ik wil nu eenmaal zoveel mogelijk liederen zingen. Maar bij mij is hij uit de gratie.

Ben ik te veel de schoolmeester met het opgeheven vingertje? De Grieken liggen niet wakker van die potpourri's, al heb ik wel eens protesterend horen roepen 'helemaal!' als een mooi lied weer werd besnoeid. En op een avond heb ik me over mezelf verbaasd.

Ik voer bij volle maan met het goede schip Rodanthe naar het eiland Naxos. We waren nogal lang voor Paros blijven liggen en ik begon me zorgen te maken of er, bij aankomst, nog wel leven zou zijn aan de vriendelijke kade van mijn favoriete eiland. Zou de simpele taverne Het Goede Hart, waarvoor ik mijn eetlust had opgespaard, zo laat nog wel functioneren?

Geen vuiltje bleek er aan de lucht, 's nachts om één uur. Er was zelfs nog vrijwat promenade langs de kade. Op mijn vraag “Heb je nog wat over?”, zei Vangèlis, de taverne-eigenaar, “Alles” en even later zat ik met soutzoukakia, sla met kaas en wijn uit het vat bij de poezen, die van tijd tot tijd werden ontredderd door een langslopende hond.

Er speelde ook een geluidsband, zoals gewoonlijk, niet te zacht. Maar ik schrok wel even. Het was een merkwaardige serie, zoals ik nooit eerder had gehoord. Een potpourri, maar instrumentaal, en van elk bekend lied klonk alleen de eerste strofe. Zodra je je vermeide in een melodie, begon alweer de volgende.

Heel boos had ik moeten worden. Maar tot mijn verbazing merkte ik dat zo'n potpourri, met steeds één couplet, mij niet deerde - integendeel, ik genoot met volle teugen, raakte in een soort vervoering, waartoe wijn en maan natuurlijk ook bijdroegen. Die eindeloze schat aan melodieën, bijna allemaal zo dierbaar... en zowat elk een herinnering. Voordat ik naar dit land kwam kende ik al zoveel melodieën uit de klassieke muziek - hoe was het mogelijk dat er nog eens evenveel waren bijgekomen?

De zestigste melodie, en het eind was nog niet in zicht. Het was overstelpend. Ik prees mij gelukkig, en wie zich gelukkig prijst, is dat ook meestal.