Rivieren

De aanleg van de eerste rivierdijken in de twaafde eeuw zette een onomkeerbaar proces in gang. In de loop van de tijd leidden talloze factoren tot de huidige complexe beheerssituatie van het rivierengebied. Het is op zijn plaats dat er nu een discussie gaande is over mogelijke oplossingen voor de problematiek van het steeds hoger maken van de dijken.

Een constructieve discussie vraagt om een brede benadering van het probleem. Helaas belicht Marion de Boo in haar artikel in W&O van 6 juni het rivierenvraagstuk louter vanuit één gezichtspunt. De Boo behandelt slechts enkele overheidsplannen en laat alleen de beleidsmakers van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling aan het woord.

Er wordt in het artikel gesproken over nieuwe ooibossen in de uiterwaarden, maar waarom die gewenst zouden zijn, wordt niet helder uiteengezet. Waarschijnlijk ontstaat die wens omdat men denkt dat in vroeger eeuwen ooibossen vanzelfsprekend deel uitmaakten van de uiterwaarden. Het historisch fundament hiervan valt om de volgende redenen echter ernstig te betwijfelen.

In de uiterwaarden hield men zich vanaf de late middeleeuwen doende met landaanwinning ten behoeve van de landbouw wat in tegenspraak is met het idee dat het er vol ooibossen heeft gestaan. Dit idee van de wuivende ooibossen is afkomstig van een verkeerde interpretatie van zeventiende-eeuwse topografische kaarten. Deze tonen weliswaar boompjes in de uiterwaarden, maar dat wil niet zeggen dat die er daadwerkelijk geweest zijn. Net zoals tekeningen van buitenplaatsen uit dezelfde periode soms de werkelijkheid geïdealiseerd weergaven, zo bestaat ook bij deze kaarten onzekerheid. Zij dienden als enig doel het vastleggen van nieuw aangewonnen gronden, de rest was invulling. Toch suggereren de computeranimaties van de Afferdense en Deestse Waarden in het artikel van Marion de Boo dat er over de ontwikkeling in dit gebied door de geschiedenis heen geen twijfel mogelijk is.

Het is waarschijnlijker te stellen dat een ooibos slechts één van de vele elementen was van een gevarieerd landschap. Het is duidelijk dat het introduceren van het ooibos als nieuw landschapselement op basis van dergelijke interpretaties ongefundeerd is.

Dit historisch perspectief op de ooibosontwikkeling laat zien dat er meer te zeggen valt over het onderwerp dan de beleidsmakers in het artikel van De Boo doen.