Niet struikelen, maar zelf ontdekken

'De Havist is in het hoger technisch onderwijs jarenlang verwaarloosd”, zegt Jan Blankespoor, docent toegepaste wiskunde en projectleider van het Havo-HBO-project aan de TH Rijswijk. “Al vanaf eind zeventiger jaren werd duidelijk dat studenten met een Havo-achtergrond massaal struikelden op de HTS. Vooral in het propedeusejaar.

Maar toen leefden we nog in de weelde dat er voldoende instroom was.'' Lange tijd hebben de HTS-en de schuld van die slechte aansluiting bij het voortgezet onderwijs gelegd: het was een Havo-probleem. Maar in 1992 heeft de TH Rijswijk de hand in eigen boezem gestoken. Er kwam een geheel nieuwe opzet voor de propedeuse die recht deed aan het niveau en de mogelijkheden van de Havo-gediplomeerden. Vorig studiejaar, toen de eerste lichting de propedeuse-nieuwe-stijl had afgesloten bleek dat het rendement flink was gestegen: zestig procent van de Havisten had het eerste jaar met goed gevolg doorlopen. De jaren ervoor haalde slechts 25 procent de propedeuse in één jaar en had zestig procent daar twee jaar voor nodig. Onlangs kreeg de enige zelfstandig gebleven HTS in Nederland voor deze vernieuwing de Hoger Onderwijsprijs uitgereikt door minister Ritzen.

“De HTS had een slechte naam gekregen en decanen waarschuwden hun Havo-leerlingen voor de grote struikelkans”, aldus Jan Blankespoor. Gevolg van dit slechte image was dat veel technisch geïnteresseerde Havo-scholieren besloten een stapje terug te doen en ze meldden zich aan voor het technisch MBO, in de hoop daarna een betere aansluiting te vinden op de HTS. Dat gingen de HTS-en merken in het aantal aanmeldingen, dat dramatisch begon terug te lopen. Bovendien strookte deze begrotelijke omweg niet met de opvatting van minister Ritzen die het hoger onderwijs onder de neus wreef dat het Havo de koninklijke weg naar het HBO behoort te zijn. De TH Rijswijk besloot onderzoek te doen naar de valkuilen waar Havisten het eerste jaar zo massaal in tuimelden. Er werd samenwerking gezocht met vier scholen voor voortgezet onderwijs en TH-docenten gingen daar meelopen in de Havo-klassen. “Nee, vreemd genoeg hadden we daarvoor nooit contact gehad met middelbare scholen”, zegt projectleider Blankespoor. “We dachten als docenten precies te weten hoe Havo-leerlingen les kregen en wat ze leerden bij de exacte vakken. Maar tijdens onze stages kregen we een heel ander beeld. Havo-scholieren waren wel degelijk gewend om zelfstandig te werken en in groepjes opdrachten uit te voeren.” Ook ontdekten de docenten dat er in het eerstejaar op de TH te theoretisch werd lesgegeven en te hard werd doorgestoomd voor de gemiddelde Havist. Reden waarom zo'n hoog percentage er twee jaar voor nodig had om de propedeuse te halen. “Onze conclusie was dat wij als TH niet inspeelde op het niveau, de werkvormen en de attitude van onze toekomstige eerstejaars met een Havo-achtergrond. We waren veel te docentgericht bezig, met frontale colleges en studenten die passief zaten te luisteren. En dat terwijl een Havist die naar de HTS gaat verwacht dat hij vanaf de eerste dag met techniek te maken krijgt.” Blankespoor kreeg van het management de opdracht om een compleet nieuwe propedeuse in te richten waarbij de Havo-student tot norm werd verheven. Gevolg hiervan is dat studenten afkomstig van de MTS en het VWO, die veel minder met oponthoud te kampen hebben, hun propedeuse in een half jaar doen en in 3.5 jaar hun HTS-studie kunnen voltooien. In de propedeuse voor de Havo-stroom werd vervolgens veel meer nadruk gelegd op projectonderwijs en praktische, technische vaardigheden. En het aanvangsniveau voor de theoretische vakken werd verlaagd en over een langere periode uitgespreid. “Het onderwijs is nu veel meer student-gericht”, verklaart Blankespoor, “vanaf de eerste dag gaan studenten aan de slag met wat wij het 'ingenieursproject' noemen. Binnen 180 uur projectonderwijs moeten ze in groepjes een digitale windsnelheidsmeter fabriceren, waarbij ze meteen praktische zaken leren als solderen, frasen en zagen. Bij de afsluiting van het project moeten ze mondeling en schriftelijk verslag uitbrengen van hun werkzaamheden.”

Nu aan het eind van het jaar hebben de propedeusestudenten in een blokweek de opdracht gekregen om een voertuig te ontwikkelen dat wordt aangedreven door een gewicht van 750 gram. “Daarmee brengen ze de wet van behoud van energie in de praktijk”, legt Blankespoor uit als we bij een afgezet stuk gang komen. Hier zal in een wedstrijd worden beslist welk voertuig de langste afstand aflegt. Sander (18) en Rutger (19), eerstejaarsstudenten werktuigbouwkunde en afkomstig van het Havo, hebben met veel plezier aan deze opdracht gewerkt. Het onderwijs aan de TH Rijswijk maakt zijn belofte jegens de Havo-student meer dan waar, vinden ze. “Het eerste jaar viel reuze mee”, concludeert Rutger die alle studiepunten binnen heeft. Sander, die nog niet al zijn vakken af heeft maar wel door gaat naar de hoofdfase had verwacht dat het veel zwaarder zou zijn. Hij omschrijft zichzelf als een 'doener'. Het ingenieursproject aan het begin van het jaar was voor hem dan ook een prima start. Bij de theorievakken werd in het begin veel herhaald en later wat meer uitgediept. “We begonnen bij wiskunde het eindexamen van de Havo door te nemen”, vertelt Rutger, “daar was na vier maanden al weer het nodige van weggezakt.”

“Er is niet alleen een ander propedeuseprogramma gekomen”, benadrukt Jan Blankespoor, “maar de hele filosofie van het onderwijs is veranderd. De docent moet een stapje terugdoen en de student veel meer zelf laten ontdekken. Niet alleen in de praktische projecten, maar ook in de theoretische lessen.” Lang niet alle docenten waren in het begin in hun sas met deze bescheiden rol. Maar langzamerhand is de meerderheid gewonnen voor de opzet van de nieuwe propedeuse, aldus Blankespoor. Niet dat hiermee alle problemen zijn opgelost, laat de projectleider weten, want het blijft moeilijk om studenten tijdig en regelmatig aan het werk te krijgen.