Illusie

De romantische liefde is zoals bekend een Westerse uitvinding. In grote stukken van de wereld speelt het verschijnsel geen rol van betekenis.

Partnerkeuze gebeurt op andere, rationele, gronden, meestal door de ouders die de toekomst voor hun huwbare kinderen bedisselen. Het idee achter het voorgekookte huwelijk is dat de liefde vanzelf komt, als aan een aantal basisvoorwaarden is voldaan: een overeenkomstige sociale klasse, een ons-kent-ons gevoel tussen de twee families die met elkaar verbonden gaan worden en bij elkaar passende vooruitzichten van de echtelieden in spe.

De tegenstelling tussen het vrije en het bedisselde huwelijk is minder groot dan die lijkt. Dat mensen die elkaar niet hebben uitgekozen (buren, collega's, familieleden) in de loop der tijd op elkaar gesteld raken en iets opbouwen wat niet van liefde is te onderscheiden hoort bij het menselijk verkeer. Zelfs vrienden worden niet bewust geselecteerd, je doet ze min of meer toevallig op. Na een paar jaar huwelijk is er geen verschil meer tussen het niet-Westerse stel dat door wederzijdse ouders aan elkaar gekoppeld werd en het Westerse stel dat zich als buren uit dezelfde straat geheel zelfstandig op elkaar verliefde. Wat betekent keuzevrijheid en autonome partnerkeuze als de meeste mensen verliefd worden op het meisje van hiernaast of op de jongen die elk weekend te vinden is in discotheek De Brulboei?

Je wordt verliefd op degene die zich in de buurt bevindt, en alleen dat simpele gegeven van de nabijheid zou je al wantrouwend moeten maken, want het ideaal van de romantische liefde houdt iets heel exclusiefs in: dat die ene van alle mensen ter wereld het beste bij je past. Je hele wezen is op die persoon gericht en het is die speciale combinatie van twee die het geluk zal brengen. Het is natuurlijk wel heel erg toevallig dat die persoon net bij jou op school of op de tennisclub zit of bij hetzelfde bankfiliaal werkt.

Het is makkelijk om de romantische liefde af te doen als een maatschappelijk voorgeschreven kanalisering van de seksuele begeerte. Ook al staat de keuzevrijheid voorop, in de praktijk blijken mensen zich tamelijk moeiteloos neer te leggen bij beperkingen van niet-romantische aard. Ze trouwen overwegend binnen dezelfde welstandsklasse en binnen hetzelfde opleidingsniveau. Bovendien zitten ze ook nog vaak in dezelfde categorie van fysieke aantrekkelijkheid. Als ouders het voor het zeggen hadden, zouden ze waarschijnlijk in de meeste gevallen precies zo'n type voor hun kind uitgezocht hebben. Eigenlijk is de notie van de romantische liefde niet meer dan een hypocriete hersenschim. In de documentaire-serie over echtscheiding van Frans Bromet die deze weken op maandagavond wordt uitgezonden staat keer op keer de romantische liefde voor paal. De huwelijken waren allemaal uit liefde of in verliefdheid gesloten, zelfs van het stel dat elkaar via een contactadvertentie was tegengekomen. Maar niet alleen laat de liefde het afweten als zich onverhoeds tegenslag voordoet, de liefde knijpt er zelf tussenuit als een dief in de nacht, met medeneming van 'de vonk' die nooit meer tussen de ex-geliefden zal overspringen.

Als basis voor het huwelijk valt er niet gauw iets te bedenken dat wankeler is dan de romantische liefde. In het algemeen is de liefde niet bepaald een stuwende kracht die allerlei tegenstellingen kan opheffen: stands- en klasseverschillen worden er bijvoorbeeld zelden mee overbrugd - dat is een te zware opgave. Ook met ziekte, invaliditeit en faillissement heeft de liefde het moeilijk. Maar het meest raadselachtig blijft de neiging juist van de romantische liefde om spontaan op te lossen in het niets. Er is niet iets heel bijzonders aan de hand (dat wil zeggen: er wordt niet geslagen of getreiterd, men drinkt zich niet klem, noch staat men elkaar naar het leven) en toch maakt de liefde zich uit de voeten, niet opgewassen als ze is tegen routine, saaiheid en verveling.

De vluchtigheid van de liefde heeft de Westerse cultuur er niet van weerhouden een enorme cultus om het fenomeen heen te bouwen. Dat ging ook goed zolang de tragiek het belangrijkste spanning verschaffende element was. De hoofse liefde kon volgehouden worden dankzij de onbereikbaarheid van de geliefde vrouw. De liefde tussen Romeo en Julia werd alleen maar aangewakkerd door hun twistende families. Om de een of andere reden is de tijdloze tragiek verdwenen uit de liefde en daarmee is het onderwerp weggesijpeld uit de kunst en literatuur. Er verschijnen geen belangrijke romans over de liefde meer (de laatste die ik me kan herinneren is Kundera's Ondraaglijke lichtheid van het bestaan, een jaar of tien geleden). Hedendaagse literatuur gaat op z'n hoogst over vriendschap maar vaker over culturele vervreemding, of de post-moderne uitzichtloosheid van het bestaan of over wreedheid en ontembare lusten. Over de liefde schrijven tweederangs auteurs als Joanna Trollope, satirici als Fay Weldon en bijna alle jeugdboekenschrijvers. In de schilderkunst komt de liefde er nauwelijks nog aan te pas, terwijl Picasso er zowat zijn hele oeuvre aan besteedde, en ik heb het vermoeden dat zelfs het simpele liefdesliedje op z'n retour is. Vanuit de hitparade dringt er althans nooit meer een tot me door.

Het lijkt erop dat kunstenaars een beetje uitgekeken zijn op de liefde. Misschien vinden ze het een afgekloven onderwerp, misschien spreekt het niet meer tot de verbeelding van het literatuur- en kunstminnende publiek, dat zichzelf te cynisch en blasé acht voor de bijbehorende verheven emoties.

Wat er gebeurt wanneer de romantische liefde werkelijk verdwijnt als maatschappelijk icoon, was vorige week te zien in een tv-documentaire over meisjes-bendes in Londen. Dat deze tienermeisjes, in plaats van hun schoolagenda met harten vol te kladden, gewelddadige overvallen pleegden was op de een of andere manier minder schokkend dan te horen dat ze alleen met jongens/mannen uitgingen als daar eten, drank en geld tegenover stond. Het idee dat seks gratis zou zijn was in hun perspectief helemaal te belachelijk voor woorden.

Voor een Westers opgegroeid individu, en uiteindelijk voor de hele Westerse cultuur, is er één ding erger dan te geloven in de hypocriete illusie van de romantische liefde, en dat is op deze illusie neer te zien.