Zorn zoekt de joodse wortels van de jazz

Concert: John Zorn's Masada. Gehoord: 20/6 Café Meander Amsterdam (Voetboogsteeg 5a). Herhalingen: 22/6 om 19.30 en 21.30 u.

Niet bekend

Maar Zorn heeft de afgelopen jaren met deze bezetting zeven cd's gemaakt. Alle stukken daarop zijn voorzien van hebreeuwse titels. De New-Yorkse altsaxofonist, vaak aangeduid als de enige echte postmodernist in de jazz, maakt nooit zomaar muziek, hij plaatst die bij voorkeur in een groter verband. Voorheen was dat bijvoorbeeld de filmmuziek van Morricone, de Japanse cultuur of de schoonheid van geweld, bij Masada gaat het om een onderzoek naar de joodse wortels van de jazz. Zorn is een verklaarde aanhanger van het 'cultureel zionisme', dat beoogt de joodse cultuur uit te dragen door middel van kunstuitingen.

Wat Masada speelt is geen klezmer, maar Zorn lijkt zijn melodieën wel op die muziek te hebben geënt. Veel van zijn thema's, in strakke arrangementen simultaan geblazen door Zorn zelf en trompettist Dave Douglas, bestaan uit kronkelende, 'oriëntaalse' figuren, begeleid in voorthobbelende zevenkwartsmaten en een eenvoudige harmonie. Live heeft de muziek eerder een sferische dan een dwingende uitwerking. Het shock-effect van ultrakorte, maar snoeiharde gezamenlijke uitbarstingen, die Zorn in het verleden als hard core jazztrash aanbood, is hier geheel afwezig. De luisteraar wordt niet meer op het verkeerde been gezet. In de traditionele thema-solo-thema vorm van Masada is het bovendien mogelijk om te horen waartoe Zorn zoal nog meer in staat is op zijn instrument, behalve het van hem bekende harde gillen en sputteren.

Dan blijkt dat Zorn eigenlijk niet tot de beste solisten van zijn kwartet gerekend kan worden. Zijn 'licks' zijn niet bijzonder. Ook niet als hij ze lang uitrekt. Het kan aan een gebrek aan inspiratie liggen. Als Zorn niet speelde zat hij er wat sloom bij. Drummer Joey Barron viel daarentegen op geen enkel gebrek aan energie te betrappen.

Bij de meeste drumsolo's geloof je het na een minuut of wat wel, bij Barron gaat het dan pas beginnen, hoewel hij het nooit lang maakt. Barron zien spelen is een mooi gezicht: beheerst bewerkt hij zijn drumstel alsof hij een groepje kinderen van zich af probeert te houden. Dankzij Barron vergeet je even al het projectmatige wat Zorn met Masada voorheeft, en zo hoort het ook. Dat is het kenmerk van sterke muziek.