Optreden van Shell laat en onzorgvuldig

DEN HAAG, 20 JUNI. Shell Nederland heeft vorig jaar bij het vrijkomen van een grote hoeveelheid giftige stof uit de raffinaderij in Pernis onzorgvuldig en onvoldoende doortastend gehandeld. Het ongeval werd te laat gemeld en er is onjuiste informatie verstrekt aan de overheidsinstanties.

Dat stelt de Regionale Inspectie Milieuhygiëne Zuid-Holland na een onderzoek naar een ongeval op 15 april vorig jaar, paaszaterdag. Bij het incident kwam tijdens het opstarten van een procesinstallatie, een zogeheten catcracker, dertig tot zestig ton katalysatorstof vrij. De uitkomsten van het onderzoek, dat op verzoek van de provincie Zuid-Holland werd ingesteld na vragen van omwonenden, zijn vandaag in Den Haag gepresenteerd.

Bij het ongeval sloeg de katalysatorstof neer in de omgeving van de raffinaderij en in woonwijken van Schiedam en Rotterdam. De inspectie spreekt van een gevaarlijke stof die kanker kan veroorzaken door inhalatie, maar volgens het onderzoek heeft de volksgezondheid geen direct gevaar gelopen, ook niet voor mensen die intensief met de stof in aanraking zijn gekomen bij het wegbezemen van stof of het wassen van de auto. De Milieudienst Rijnmond kreeg na het ongeval ongeveer tachtig klachten over stofoverlast binnen, waarvan vier over irritatie van de luchtwegen.

De Inspectie vindt dat de fouten van Shell die tot het incident hebben geleid en de late melding aan de autoriteiten aanleiding hadden moeten zijn voor bestuurlijke actie van de provincie Zuid-Holland tegen Shell, middels een aanschrijving, een waarschuwing of een dwangsombeschikking die bepaalt dat bij herhaling van een ongeval een geldsom moet worden betaald.