De onveranderde schoonheid van het Vondelpark; Wandelen door een monument

Een buffer tussen de wijken van de welgestelden en die van 'de gewone man', dat was het Vondelpark in de vorige eeuw. Ruim een eeuw later wordt het recent tot rijksmonument uitgeroepen park nog steeds door een breed publiek bezocht. Om te fietsen, te wandelen, te vrijen of om van de 127 verschillende soorten bomen te genieten.

Treedt men het hek binnen, dan vermoedt men de vele schoonheden niet, die het Park, is men een eindweegs verder gekomen, in overvloed aanbiedt.'' Het is 15 juni 1865 als het Algemeen Handelsblad onder de kop 'Ook Amsterdam heeft thans zijn Bois de Boulogne!' een lyrische beschrijving geeft van het pas geopende Rij- en Wandelpark aan de rand van Amsterdam bij het Leidsche Bosch.

Die waarheid geldt 131 jaar nog onverkort. Het Vondelpark, dat op 24 mei van dit jaar als eerste stadspark op de rijksmonumentenlijst werd gezet, is deze maand zelfs op zijn allermooist. En, met goed weer, ook op zijn drukst.

Misschien komt het door de koude winter, maar het lijkt of de bomen, heesters en planten extra hun best hebben gedaan al hun verschillende kleuren groen te laten zien, waardoor de in- en doorkijkjes nog meer diepte krijgen dan anders. Niet dat de duizenden fietsers, skeelers, skaters, voetballers, zonaanbidders, vrijende paartjes, lawaaiige muziekmakers, de picknickers onder hun partytenten, of de stiekeme grafiteurs daar veel oog voor lijken te hebben. Laat staan de veelbeschreven jongleur, die dag in dag uit, van de vroege morgen tot de late avond zijn kegels opgooit en laat vallen, of de cruisende homoseksuelen op een aparte plek, waar volgens de parkbeheerder “nooit lager dan twee kontjes hoog wordt gemaaid”. En ook de mensen die het vermaarde Blauwe Theehuis aandoen, met hun kinderen bij het Groot Melkhuis een colaatje drinken, of beroemd zitten te worden op het terras van het Filmmuseum lijken meer oog voor elkaar te hebben, dan voor de 48 hectare stadsnatuur die, zoals een van de tuinmannen mij trots meldt “in de wijde wereld bekend is”.

De wandelaars wel, maar voor hen is het park dan ook bedacht door bankier Van Eeghen en de zijnen. Het moest “voor ieder toegankelijk” zijn.

De mevrouw die elke dag haar Franse bulldog uitlaat in het park, loopt het liefst om Vondels standbeeld (dat daar in 1867 is geplaatst) heen. Daar is de vijver op zijn aardigst, zie je de watervogels het leukst en lijkt het park net een levensgroot decor, met levende coulissen. Met daarachter, nog net zichtbaar, een stuk behuizing die er ook mag wezen: de achterzijde van de kapitale, eind negentiende eeuwse panden aan de Van Eeghenlaan, gebouwd voor de zeer gegoede burgerij voor wie de binnenstad te benauwd was geworden.

“Het was ook een buffer tussen de verschillende stadswijken”, vertelt Daan Aeyelts, parkbeheerder sinds 1981. “Welgestelde mensen konden er kijken naar 'de gewone man' en omgekeerd.”

“Wie paardrijdt, rijtuig houdt, wielrijder is, in het voorjaar de natuur wil zien ontwaken, des zomers genieten van de frissche lucht, des winters op bevroren vijvers wil schaatsenrijden of arren over den gladden weg, vindt het Vondelspark voor zich geopend en denkt misschien niet eens aan al de geestkracht die het gekost heeft om het te maken tot wat het is. Het bestaat nu eenmaal en men geniet er van, zonder zich om zijn wordingsgeschiedenis te bekommeren”, schreef Mr. Eduard van Tsoe-Meiren in 1892 in Het Vondelspark, een uitgave ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. Maar helemaal kan men niet aan die geschiedenis ontkomen. Aeyelts legt mij uit waarom het lijkt of het park uit twee verschillende delen bestaat, ieder met een eigen sfeer. “Het eerste deel van David Jan Zocher is uit 1864. Dat noemen we het romantische parkdeel. In 1872 werd het park uitgebreid door zijn zoon Louis Paul Zocher, die maakte er iets landschappelijkers van.”

Het romantische park loopt tot en met het Groot Melkhuis. Aeyelts: “De sfeer is er intiem, nostalgisch, doet denken aan oude vervlogen tijden.” Op een killige dag begin juni fietsen we samen door het park en laat de beheerder mij zien wat hij de mooiste plekjes van het park vindt. Dat begint al bij het monumentale toegangshek uit 1883 (overblijfsel van de Wereldtentoonstelling) aan de kant van de Stadshouderskade. Heb ik daar wel eens goed naar gekeken? Hoe fier de stedenmaagd daar staat?

En kijk, daar is de zakdoekjesboom, een zogenaamde exoot, waarvan het Vondelpark er talloze kent. De boom ziet er inderdaad uit of er tientallen zakdoekjes uit de bladen komen, heel curieus. In het hele park staan meer dan 4400 bomen waaronder ongeveer 40 bejaarde 'monumenten'. Er zijn 127 verschillende soorten; inheemse zoals kastanjes (de kaarsjes zijn nu bijna helemaal opgebrand), beuken, iepen, diverse soorten eiken, Hollandse linden, populieren en treurwilgen. En exoten, waaronder moerascypressen, trompetbomen en valse christusdoorns.

We gaan langs de grote vijver; op dit tijdstip van de dag is er niet te zien dat de jaren zestig en zeventig daar op het gras nooit zijn overgegaan. Later die week zit het er als vanouds vol met kinderen en kleinkinderen van de hippies van weleer, die hard muziek maken en op de bongo spelen, alsof dat niet inmiddels verboden is. Volgens Aeyelts treedt de politie op tegen te luide muziek. En als die er niet is, kan iemand die rustig wil zitten en zich eraan stoort een van de patrouillerende stadswachten aanschieten.

Zodra we langs Picasso's beeld Figure découpée ('de vis' zegt de volksmond) zijn gekomen, treft me weer hoe het park dan van karakter verandert. Daar grazen de koeien en schapen, kraaien de hanen, en pronkt een pauw tegen een onverschillige koe, bij gebrek aan een wederhelft van de zelfde soort. En ook het water begint iets landelijks te krijgen, doordat men de oevers glooiend heeft gemaakt; er zijn wat waterplanten en riet gepoot en de natuur moet de rest doen. Er is zelfs een 'paddenpaadje' voorzien.

Als ik er een paar dagen later weer langs kom, heeft een vandaal het bord met de uitleg daarover met graffiti besmeurd. Graffiti ontsieren trouwens alle momumentale toegangshekken van het park, de vuilnisbakjes, de zitbanken. Maar op de overkapping van het Openluchttheater, die van een nieuwe verflaag is voorzien en waarop enorme stekels zijn aangebracht, zitten ze niet meer. Aeyelts laat het me met enige voldoening zien. Er moet nog veel gebeuren en de mentaliteit van “wat maakt 't allemaal uit” moet nog flink worden bijgesteld, maar toch vindt hij dat de verloedering minder wordt.

Het rosarium is een van de allermooiste plekjes”, had Aeyelts me gezegd. “Je hoort en ziet er niets van de buitenwereld. Je bent er totaal beschut.” Half juni zouden de eerste rozen uitkomen, en dus begeef ik mij in de vroege avond van de 13de juni weer naar het park, ditmaal de ingang van de Amstelveenseweg, waardoor op 7 juni 1877 als eerste “de bekende landbouwkundige, mr. Amersfoordt” naar binnen was gereden, zoals het geschrift uit 1892 meldt. Als je het rozenperk nadert, geurt het je al van alle kanten tegemoet. De tientallen zeshoekige perkjes, elk met hun eigen rozensoort, staan inderdaad op uitbarsten; de 'Helmut Schmidt' is in al zijn gelige pracht zelfs al in volle bloei.

Daar staan ook de zes bijzondere beuken, die “over het Rosarium waken”. Vlakbij moet het hoofdkwartier van de parkieten zijn; ik hoor hun schrille, na al die jaren nog steeds vreemd aandoende, kreten. Dan maak ik een slinger over een van de bruggetjes - met alle andere bruggen, waterpartijen, eilandjes, ruiterpaden, lanen, weides, bijzondere begroeiing, gebouwen en hekken eveneens tot monument verklaard - en kom uit in wat ik zelf op deze zomerse vroege avond het mooiste stuk park vind: de Platanenlaan, die zo'n beetje ophoudt bij de in oude luister herstelde Muziektent. Op een enkel groepje skeelers na, is het er stil. De laan, met zijn naar elkaar toehellende bomen, en dat speciale gefilterde licht doet me verlangen naar een tijd die onherroepelijk voorbij is. Het Vondelpark is misschien geen 'Bois de Boulogne' geworden, maar wie beweert er dat dat moet?

De 'Vrienden van het Vondelpark', een vereniging van bewoners van omliggende buurten en andere belangstellenden, waken samen met Stadsdeel Zuid over het wel en wee van het park. Inl 020-6164415 of 020-6344444.

Informatie over het park en de mogelijkheden voor groepsrondleidingen geeft de afdeling Groenvoorzieningen. Inl 020-6172672 of de afdeling Publieksvoorlichting Inl 020-5705422