Toilet op cel

De Rijksgebouwendienst heeft in een paar jaar 4.500 nieuwe cellen gebouwd. De gevangenis van de jaren negentig is een groot plat gebouw, meestal ver van de bewoonde wereld. Alle cellen hebben een wc, sommige een douche. Het regime staat in het teken van arbeid en versobering. “Hoe minder bewakers nodig zijn, hoe liever Justitie het heeft.”

Tussen Nutricia, Siemens en de A12 licht 's avonds laat de nieuwe gevangenis van Zoetermeer op, een glazen huis te midden van zijn donkere buren. In Dordrecht kijken de gevangenen vanaf de luchtplaats van 'Dordtse Poorten' op tegen de schoorstenen van een energiecentrale, voorzien van ladders naar de hemel. Over de binnenplaats van 'Almere Binnen' schreeuwen gevangenen elkaar toe vanuit hun cel. Onhoorbaar voor de buitenwereld, want de gevangenis ligt diep in de polder aan de achterzijde van een industrieterrein.

Met de recente opening van deze drie penitentiaire inrichtingen en drie andere in Alphen aan de Rijn, Veenhuizen en Krimpen aan den IJssel, is in april een reusachtige bouwoperatie afgesloten. Onder druk van het grote aantal heenzendingen van criminelen wegens gebrek aan cellen, bouwde de Rijksgebouwendienst in de recordtijd van tweeëneenhalf jaar 4.500 nieuwe cellen op ongeveer 25 lokaties. Voor een deel betrof het nieuwbouw, voor een deel uitbreiding van bestaande gevangenissen. Het totaal aantal cellen in Nederland, in 1985 nog 4.827, kwam hiermee op 12.242.

En nog is het niet genoeg. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat de behoefte aan cellen niet daalt. Het aantal heenzendingen blijft hoog, hoewel het voor het eerst in jaren is afgenomen, van 5.316 in 1994 naar 4.200 in 1995. Doordat rechters langere straffen uitdelen houden gevangenen hun cel langer bezet, in 1995 40 procent langer dan in 1990. In 1995 steeg bovendien weer het aantal cellen dat wordt bezet door 'tbs-passanten' - gevangenen die wachten op overplaatsing naar een tbs-kliniek.

W. Patijn, als rijksbouwmeester voor de komende vier jaar verantwoordelijk voor de tijdige oplevering van nieuwe cellen binnen het budget, ziet geen andere oplossing dan de bouw van meer cellen. “De minister en ik zijn allebei van een generatie die dacht dat zoveel cellen niet meer noodzakelijk waren, dat je het probleem op andere manieren kon oplossen. Maar dan word je geconfronteerd met de vele heenzendingen en kun je er niet meer omheen.” De komende twee jaar komen er weer omstreeks 2.500 cellen bij. “Een beetje belachelijk”, zegt J. Michon, directeur van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. “Het helpt niet. Een rechter die weet dat er meer ruimte is legt weer makkelijker een celstraf op. De druk uit de samenleving is heel groot. Hoeveel cellen je ook bouwt, je krijgt ze altijd vol.”

De prijs per cel daalde de afgelopen tien jaar van 6 ton naar ongeveer 275.000 gulden. Bouwtijden van drie tot vier jaar werden bijna gehalveerd. In Almere Binnen, open sinds half april, is de haast zichtbaar. Hier en daar ontbreken nog plafondtegels of komt een kabel uit de muur. Buiten schallen de stemmen van gevangenen over het terrein. Ze kunnen met elkaar praten als ze door de ventilatiesleuf in hun cel schreeuwen, wat niet de bedoeling is. Sommige roosters zijn inmiddels voorzien van 'suskasten' - een soort geluiddemper - maar nog niet allemaal. Erger is dat het geavanceerde elektronische beveiligingssysteem, waarbij bewaarders met een chipcard deuren kunnen openen, nog niet functioneert. Nu moeten bewaarders hun naam noemen in een intercom, waarna vanuit een 'centrale post' de deur wordt geopend. Geen waterdicht systeem. Directeur P. de la Chambre van Almere Binnen overweegt de instroom van gevangenen tijdelijk te staken (220 van de 288 cellen zijn nu bezet), en personeel dat overschiet in te zetten op “kwetsbare plekken”.

Het duurde driekwart jaar voordat De la Chambre een bushalte bij zijn afgelegen gevangenis kreeg. Hij vindt dat een schandaal, vooral met het oog op bezoek. “Relaties zijn ontzettend belangrijk. Als criminelen eenmaal een vaste relatie hebben hangen ze vaak de misdaad aan de wilgen, want zij heeft er genoeg van. Dan moet je bezoek niet ontmoedigen door een gevangenis aan te leggen in the middle of nowhere.” De nieuwe gevangenissen zijn verrezen waar gemeenten ze wilden hebben - op braakliggende terreinen waar geen andere bestemming voor was. Bijkomend voordeel: weinig protest van buurtbewoners. Ook de rijksbouwmeester vindt dat over de ligging van gevangenissen beter moet worden nagedacht. “Als je alles weg wilt poetsen wat overlast geeft krijg je een heel raar land. Rechtspraak moet herkenbaar zijn. Vroeger in Rotterdam kon je op de Noordsingel vanuit de tram de rechtszaal in kijken. En daarachter lag de gevangenis. Dat is toch prachtig?”

Werkweek

De nieuwe gevangenissen zijn grote, platte gebouwen. Torens als de Bijlmer zijn al lang niet meer gewild vanwege de liften, die zich hebben ontpopt tot bronnen van spanning, knokpartijen en gijzelingen. In de meeste nieuwe gevangenissen vormen de cellengangen een kruis, met een bewakingspost op het kruispunt. Vandaaruit is overzicht mogelijk over alle cellen. H. Putter, architect van onder meer Zoetermeer, Almere en Lelystad: “Zo kun je met weinig personeel een groot oppervlak bewaken. En dat is voordelig. Hoe minder bewakers nodig zijn, hoe liever Justitie het heeft.” Zelf vindt hij het een goed principe, omdat het bewaking-op-afstand mogelijk maakt. “De gedetineerden kunnen in de vleugel vrij bewegen, de bewaker zit ze niet onmiddellijk op de huid.”

De IJssel (360 cellen) bestrijkt een terrein van 5,5 hectare, Almere Binnen en Zoetermeer (288 cellen) 2,3 hectare. De cellen vormen maar 15 procent van het totale oppervlak; de rest van de ruimte is bestemd voor de sportzaal, de bibliotheek, kantoren voor de administratie, de praktijkkamer van de tandarts, een wasserij en werkzalen. Meestal liggen de cellenvleugels op de eerste en tweede verdieping, met de overige ruimten eronder en ertussen. Patijn wil voor toekomstige gevangenissen een compactere bouwstijl ontwikkelen, zodat ze weer in steden kunnen worden neergezet.

Vooral de werkzalen nemen veel ruimte in. Ooit begon de geschiedenis van de gevangenis met rasp- en spinhuizen, waar werk werd verricht dat niemand anders wilde doen. Tegenwoordig wordt aan 'werk' een therapeutische waarde toegekend. “Verveling en ledigheid maken plaats voor een zinvolle tijdsbesteding”, licht de nota Werkzame Detentie uit 1995 toe. Het standaardregime dat in principe voor alle gevangenen geldt, gaat uit van een werkweek van 26 uur.

De IJssel heeft twee grote arbeidsgebouwen met twaalf immense werkzalen: Vier voor metaalbewerking, twee voor papierafwerking, vijf voor 'diversen' en één volledig uitgeruste bakkerij. De bakkerij gaat zeshonderd broden per dag bakken voor De IJssel en drie andere gevangenissen. Onderhandeld wordt nog over de levering van eierkoeken aan een bakker in Krimpen. In de metaalhallen en de bakkerij kunnen opleidingen worden gevolgd voor een diploma dat in de buitenwereld geldig is.

Het salaris van een gevangene bedraagt 25 à 30 gulden per week, wat besteed kan worden aan bijvoorbeeld shag en koekjes uit de gevangeniswinkel. De gevangenissen moeten per jaar een deel van de opbrengst afdragen aan Justitie (voor Almere Binnen is dit 800.000 gulden) en mogen een eventuele meeropbrengst zelf houden. Volgens De la Chambre was het niet moeilijk werk voor de gevangenen te vinden. Wel moest hij rekening houden met de veiligheid. “Ik heb gedacht aan recycling van koelkasten en autowrakken. Maar dan krijg je een enorme goederenstroom. Het is nu al zo dat de transportwagens hier af en aan rijden. Prima, maar je moet wel zorgen dat daar op de terugweg geen boef in zit.”

In de haast van de cellenbouw is op een aantal plaatsen dezelfde gevangenis neergezet. Dordtse Poorten in Dordrecht en De Geniepoort in Alphen aan den Rijn zijn replica's van een huis van bewaring in Middelburg. Almere Binnen en Zoetermeer zijn tweelingen en krijgen over twee jaar nog een identiek broertje in Nieuwegein. Alle behoren tot het zogeheten 'kruistype'.

Uit het oogpunt van bewaking is het 'panopticum', ontwikkeld in de negentiende eeuw, voor een gevangenis de beste vorm. Hierbij liggen alle cellen in dezelfde ruimte en zijn overal zichtbaar. Bewaarders hebben bij iedere handeling rugdekking van collega's. Patijn: “Bewaarders èn gevangenen blijken hiervoor de meeste waardering te hebben. Gevangenen hebben ook liever niet dat hun mede-gevangenen van alles kunnen doen wat door niemand wordt gezien.” Drie Nederlandse koepelgevangenissen uit de vorige eeuw, in Haarlem, Arnhem en Breda, zijn gebouwd volgens dit principe en nog steeds in gebruik.

Putter bouwde in Lelystad een combinatievorm van kruis en koepel. De celgangen vormen een kruis en worden door een koepel overkapt. Lelystad, nu een jaar open, zal vermoedelijk de enige twintigste-eeuwse koepelgevangenis blijven. De koepelvorm is weinig geschikt voor het huidige beleid van Justitie: de verdeling van gevangenen in groepen. Zware criminelen bij zware, lichte bij lichte, aparte afdelingen voor psychisch gestoorden en drugsverslaafden die willen afkicken. De groepen moeten gescheiden van elkaar in hetzelfde gebouw kunnen werken, recreëren en luchten. Het kruistype leent zich hier goed voor: in elke arm van het kruis kan een andere afdeling worden gevestigd.

Ondanks de voordelen van het kruistype vindt Patijn dat de gevangenissen van de jaren negentig te automatisch in kruisvorm worden gebouwd. Volgens hem is het tijd voor een denkpauze, waarin wordt bepaald of dit type gebouw nu echt het meest geschikt is. “Flexibiliteit zou nog meer dan nu een thema moeten zijn”, zegt Patijn. “Nu zijn bij veranderingen van het regime nog altijd verbouwingen nodig.”

Het nieuwste regime dat Justitie heeft bedacht is het 'sobere regime', waarbij gevangenen zestien uur per etmaal doorbrengen in hun cel. Ze komen er alleen uit om te werken (vier uur per dag) en voor wettelijk verplichte activiteiten als luchten en sport. De sobere cellen zijn vooral bedoeld voor 'overlastveroorzakers' in de grote steden, junks die na hun zoveelste autokraak voor maximaal twee maanden worden vastgezet. Omdat het PvdA-Kamerlid Wallage in een motie om 200 van deze cellen heeft gevraagd, staan ze ook bekend als Wallagecellen. Er zijn er nu vijfhonderd en de komende drie jaar komen er nog 1.500 à 2.000 bij.

Drie oud-voorzitters van de vereniging van gevangenisdirecteuren hebben begin dit jaar hun zorg hierover uitgesproken in een brief aan minister Sorgdrager. Doordat ze langer opgesloten zitten zouden gevangenen meer rancune opbouwen dan nu het geval is, en na hun vrijlating eerder geneigd zijn wraak te nemen op de samenleving. Sobere cellen zijn goedkoop, omdat ze weinig personeel vergen. Maar de oud-voorzitters vrezen dat “...de verhoogde agressie van gedetineerden, zich manifesterend in vernielingen, geweldplegingen, opstanden en suïcides de besparingen ongedaan zal maken of zelfs tot gevolg zal hebben dat de uitgaven nog hoger zullen uitpakken”.

Om sobere cellen goedkoop te houden is toilet op cel noodzakelijk, anders moet er steeds een bewaarder worden vrijgemaakt om de gevangene naar de wc te begeleiden. De nieuwe gevangenissen zijn gebouwd met toiletten in de cel, veel oude niet. Vandaar dat de nieuwe inrichtingen veel sobere cellen toegewezen hebben gekregen. Almere Binnen kreeg er 72. De la Chambre: “Eigenlijk is het pure verspilling om mensen die twee maanden moeten zitten hier onder te brengen. Een minder zwaar beveiligde inrichting zou meer voor de hand liggen.” Een ander probleem is de bezetting. Als er een moordenaar en een lastige junk moeten worden ondergebracht, en er is alleen een 'sobere cel' vrij, wie krijgt dan die cel? “Dat is het probleem als je cellen reserveert”, zegt De la Chambre. “Dan kun je ook lege cellen krijgen.”

Hotel

Hoe het regime ook uitvalt, gevangenissen houden een hardnekkig imago van hotel. De la Chambre kiest een verdedigende toon als hij de lokale Rotary in zijn huis van bewaring rondleidt. “Niemand is erbij gebaat als iemand er veel agressiever uitkomt dan hij erin gaat”, zegt hij in de splinternieuwe sportzaal, met basketbalborden en boksballen. “Hier kunnen ze leren dat competitie niet meteen betekent dat je iemand op zijn bek slaat.” Zijn publiek grinnikt, maar de boodschap komt over. “Het zijn geen kosten, het is een investering”, zegt een man tegen zijn vrouw bij het verlaten van de zaal. De exploitatie van een gewone cel kost in Almere Binnen ongeveer 200 gulden per dag, waarbij de diensten van arts, tandarts, verpleegkundige, sportinstructeurs en anderen zijn inbegrepen.

Mozaïekvloer

De bewakingsposten in De IJssel, met een piramidevormig glazen dak en mozaïekvloer die is betaald uit het budget voor kunst, zien eruit als het atrium van een duur appartementencomplex. De binnenhoven, ingericht door een landschapsarchitect, zijn geinspireerd op agrarische villa's in de Po-vlakte. Pigment in de buitenmuur geeft het beton een roze-rode gloed. “Grijs is toch mistroostig in dit klimaat”, zegt architect M. van Dort van De IJssel, die eerder gevangenissen bouwde in Heerhugowaard, Doetinchem en Zwolle. Van Dort probeert zijn gevangenissen een zo “menselijk” mogelijk aanzien te geven. “Straffen zijn niet definitief. Het uitgangspunt is dat mensen terugkeren in de maatschappij, hoe moeizaam dat ook gaat.”

De cellen in De IJssel zijn zelfs voorzien van een douche met warm water. Dit is een veiligheidsmaatregel, want het gezamenlijk douchen leidt in oudere gevangenissen vaak tot oorlog. Volgens Van Dort dragen de douches ook bij aan de arbeidsgeschiktheid. “De gedetineerde is 's ochtends om acht uur gewoon klaar om naar zijn werk te gaan.”

De la Chambre van Almere Binnen, zonder douche op cel, vindt de particuliere douche geen goede ontwikkeling. “Dan hoeven gevangenen ook daarvoor hun cel niet meer uit. Als je de cellen nog iets groter maakt, kunnen ze ook voor arbeid binnenblijven. Maar wil je daar naar toe?”