Verbijstering over voorkennis-affaire bij Weweler

ROTTERDAM, 13 JUNI. Weweler, de producent van veren voor de auto-industrie wiens president-commissaris verwikkeld is in een voorkennis-affaire, was in de jaren tachtig een van de high flyers op de Amsterdamse effectenbeurs.

De onstuimige koersontwikkling - het fonds was de sterke stijger op de beurs in 1988 - maakte zijn twee toenmalige directeuren tot welgestelde mensen. Een van hen was de huidige president-commissaris H. van A. Samen met twee familieleden werd hij maandag gearresteerd op verdenking van effectenhandel met voorkennis eind 1993, waarmee zij 30.000 gulden verdiend zouden hebben. Gisteren zijn zij weer vrijgelaten.

Van A. en zijn toenmalige collega A. Otto kochten Weweler in 1986 met hulp van financiering van de toenmalige Nederlandse Credietbank (inmiddels opgegaan in Generale Bank Nederland). Weweler was een vreemde eend in de bijt geworden bij Rommenhöller, een producent van industriële gassen die net was overgenomen door de Zweedse branchegenoot AGA.

De nieuwe Zweedse eigenaar verkocht Weweler aan de twee directieleden, die het bedrijf begin 1987 naar de Amsterdamse effectenbeurs brachten. Het was een geslaagd voorbeeld van een zogeheten management buy out waarin de directie met geleend geld een bedrijf koopt. Zo'n verzelfstandiging was toen een nog relatief onbekend fenomeen in het Nederlandse bedrijfsleven. De timing van de beursintroductie van het in 1924 door D. J. Weweler opgerichte bedrijf (dat nog steeds in Apeldoorn was gevestigd), was minder geslaagd. De aandelen werden weliswaar met redelijk succes op een koers van 21 gulden geplaatst, maar in oktober volgde een spectaculaire beurskrach die de aandelenkoersen op een dag met een kwart verlaagde.

Weweler leek veroordeeld tot een onopvallend bestaan als klein beursfonds, totdat in de loop van 1988 de koers aan een onstuimige opmars begon die pas zou eindigen toen de prijs van de aandelen eind 1989 bijna op 160 gulden stond. Britse beleggingsanalisten, die gecharmeerd waren van kleine bedrijven met grote groeipotentie, schreven optimische rapportjes waarin de effecten als belegging werden aangeprezen. Weweler zelf zag een wereldmarkt open gaan toen de Amerikaanse Rockwell International, Amerika's grootste assenfabrikant, geïnteresseerd bleek om Wewelers luchtveren, schokdempers voor de vrachtwagenmarkt, te verkopen. “Kennelijk hebben wij een specialisme in huis dat toch niet zo makkelijk blijkt over te nemen”, vertelde Van A. op een beleggingssymposium in 1989.

Tegen de achtergrond van de explosief stijgende koers van de aandelen Weweler verkochten de twee directeuren hun belangen van ieder 5 procent van de aandelen aan ROR, een Britse/Amerikaanse joint-venture van Rockwell en Rubery Owen, zo herinneren insiders in de financiële wereld zich. Hoeveel de directeuren verdiend hebben met de verkoop van hun aandelen valt niet na te gaan, maar zij zijn “daarmee redelijk goed bij kas geraakt”, zegt een beursman.

Otto trok zich terug uit de directie om zich als investeerder te vestigen, Van A. werd president-commissaris. Zakenrelaties waren de afgelopen dagen verbijsterd toen zij het nieuws van de beschuldiging en de arrestaties hoorden. “Een nette vent. Ik sta hier van te kijken”, zegt de een. “Zeer gecommitteerd naar de onderneming”. “Een aardige, wat stroeve man”, aldus een ander.

In de jaren negentig volgde de kater op de hype, die mede door de financiële wereld was gecreëerd. De samenwerking met ROR liep op niets uit. Weweler kwam zelfs met een schadeclaim. In 1992 dook Weweler zelfs in de rode cijfers en er moest gereorganiseerd worden.

Een analist die Weweler al sinds de beursgang volgt heeft “ontzettend goede ervaringen” met de huidige directeur ing. H. Truijens en voormalig financieel directeur G. Snijders. “Zij hebben zich tegenover de buitenwereld altijd ontzettend open opgesteld”, zegt hij. “Misschien wel te open.” “Bij dit soort kleine bedrijfjes gebeurt van tijd tot tijd een ongelukje in de informatievoorziening aan aandeelhouders”, zegt hij. “Dat is echter meestal geen gevolg van kwade opzet, maar van amateurisme.”