Te weinig te laat in Bulgarije

In een poging het vege (politieke) lijf te redden heeft de Bulgaarse premier, Zjan Videnov, maandag zijn regering gewijzigd. Of hij het redt is echter de vraag: zelfs in zijn eigen ex-(of neo-)communistische achterban worden de wijzigingen als onvoldoende omschreven.

Videnov is overspoeld door een reeks geaccumuleerde crises, die vooral het gevolg zijn van zijn gebrek aan hervormingswil. Al te lang heeft hij verlieslijdende staatsbedrijven financieel ondersteund in plaats van te privatiseren. Dat heeft de nationale munt, de lev, onder druk gezet, de inflatie opgedreven tot meer dan honderd procent op jaarbasis (in plaats van de begin dit jaar verwachte 25 procent) en een bankcrisis ingeluid: de interne schuld in Bulgarije is opgelopen tot 4,33 miljard dollar en de meeste banken staan rood door het onvermogen van staatsbedrijven om kredieten terug te betalen. Banken gaan failliet en burgers halen hun spaargeld terug. Van vertrouwen in de financiële instituten is nauwelijks nog sprake.

Verder kent Bulgarije een graancrisis: exporteurs met goede banden met de diverse ministeries hebben zoveel graan geëxporteerd dat in eigen land schaarsten zijn ontstaan. In sommige steden is brood op de bon, ongehoord in het traditioneel agrarisch gerichte Bulgarije.

De onderhandelingen met het IMF over een stand by krediet hebben ook nog geleid tot een prijzencrisis. In mei gingen de prijzen van brood, elektriciteit, benzine, verwarming, huishoudelijke apparatuur, tabak en drank met tientallen procenten omhoog. In één klap werd het leven twaalf procent duurder - de helft van het geplande, maar allang niet meer haalbare inflatiepercentage van dit jaar.

Die crisislawine is nog aangevuld met schandalen rond ministers en politieke conflicten, variërend van de felle ruzies tussen Videnov en president Zjelev (“Videnovs regering is incompetent, autoritair en corrupt”), tot pogingen van Videnov om de media naar zijn hand te zetten. Zelfs binnen de regerende ex-communistische Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) is de onvrede over Videnov drastisch toegenomen. Die onvrede is nog maar een flauwe afspiegeling van de onvrede binnen de samenleving als geheel: er is de afgelopen week massaal gestaakt en gedemonstreerd tegen het beleid van Videnov. Om het communistische karakter van de regering te onderstrepen sprak gisteren tijdens het parlementsdebat over een motie van wantrouwen een lid van de oppositie haar in het Russisch toe: “Dat is de enige taal die u verstaat.”

Zondag werd de premier op een besloten zitting van de BSP gedwongen tot kabinetswijzigingen. Hij benoemde vier nieuwe ministers. Maandag keurde het parlement de wijzigingen goed. De oppositie, aangevoerd door de Unie van Democratische Krachten (SDS), boycotte de zitting met het argument dat de wijzigingen slechts kosmetisch van aard en zonder werkelijke betekenis waren.

Met die mening is de SDS niet alleen, want Videnov heeft duidelijk de kool en de geit willen sparen. Minister van Landbouw Svetoslav Sjivarov bijvoorbeeld, verantwoordelijk voor de graancrisis, verdween als minister maar bleef als vice-premier, en andere ministers op economische sleutelposten mochten blijven zitten. Het lot van Bulgarije was geen prioriteit toen Videnov tot de wijzigingen besloot, zo oordeelde maandag het blad Kontinent.

De kabinetswijzigingen hebben ook binnen de BSP de onvrede over de premier en zijn beleid niet weggenomen: te weinig te laat, zo vinden velen. Twee kopstukken van de BSP uitten kritiek. Ex-premier Andrej Loekanov zei “deze veranderingen niet te kunnen en te willen ondersteunen, omdat ze niet de steun van de samenleving genieten”. Aleksandur Lilov, partijstrateeg, noemde een buitengewone BSP-conferentie “een van onze laatste kansen om een sterke regering te vormen, met of zonder Videnov”. Daarmee lijkt het lot van de premier op de langere termijn bezegeld.

Bulgarijes crisis wordt steeds duidelijker ook een crisis binnen de BSP, die verdeeld is over de noodzaak tot hervormen en over het moeizame afscheid van het communistische verleden en de communistische ideologie. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het onvermogen het eens te worden over de BSP-kandidaat die het bij de presidentsverkiezingen van komende herfst moet opnemen tegen Petar Stojanov van de SDS. De hervormingsgezinde vleugel wil minister van Buitenlandse Zaken Georgi Pirinski kandidaat stellen, maar Videnov verzet zich, omdat Pirinski dicht bij zijn criticus Loekanov staat. Pirinski was vice-premier in Loekanovs regering.

Daarmee duurt de crisis in Bulgarije, de kabinetswijzigingen ten spijt, voort - en dat zal ze blijven doen tot Videnov verdwijnt.