Zuid-Korea en Japan zeggen nieuwe hulp aan Noord-Korea toe

SEOUL, 11 JUNI. Zuid-Korea en Japan hebben vandaag aangekondigd nieuwe hulp te zullen geven aan Noord-Korea, waar een groot gebrek aan voedsel dreigt te ontstaan. Tokio zegde hulpgoederen ter waarde van zes miljoen dollar toe, Seoul zal voor 3 miljoen dollar assistentie verlenen.

De donaties komen na een oproep van de Verenigde Naties aan de internationale gemeens, vorige week, voor het geven van in totaal 43 miljoen dollar aan hulp voor Noord-Korea. De Verenigde Staten reageerden vorige week al op de oproep door 6 miljoen dollar te fourneren.

Het streng communistische Noord-Korea verkeert momenteel in een ernstige economische crisis door het vastlopen van het jarenlange systeem van zelfvoorziening en door zware overstromingen die het land vorige zomer troffen. Hoewel het geïsoleerde land spaarzaam is met het doen van mededelingen over de interne situatie, ontkent het de problematiek niet; Pyongyang heeft zelf de VN om assistentie gevraagd.

Verscheidene landen, waaronder de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea, gaven al eerder hulp. Maar door de aanhoudende politieke spanning op het Koreaanse schiereiland, waar Noord-Korea regelmatig de wapenstilstand uit 1953 schendt, zijn veel regeringen, met name die van Zuid-Korea, terughoudend met het geven van steun. Seoul stelde de afgelopen tijd een vredesconferentie van vier landen (de beide Korea's, de VS en China) als voorwaarde voor verdere hulp, maar heeft deze eis nu kennelijk laten vallen.

Gisteren nog trok Seoul de berichten over hongersnood in het noorden in twijfel. Pyongyang zou bovendien 220 miljoen gulden aan uitkeringen van Westerse verzekeringsmaatschappijen hebben ontvangen voor de schade die het land opliep door een mislukte oogst in 1994. “Er is geen aanwijzing dat Noord-Korea dit geld voor een bepaald doel heeft gebruikt”, zei een functionaris van het Zuidkoreaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Volgens waarnemers is de Zuidkoreaanse hulp, die met 3 miljoen dollar gering van omvang is, bedoeld als een 'gebaar van goede wil' aan het noorden. (AP, Reuter)