De basisvorming bestaat niet

Na jarenlang overleg werd drie jaar geleden de basisvorming ingevoerd. Alle leerlingen zouden een aantal vakken leren beheersen.

Volgens Ton van Haperen is daar niets van terecht gekomen. De staatssecretaris gaat binnenkort de uniforme toetsing afschaffen en daaruit blijkt dat de mislukking ook tot Zoetermeer is doorgedrongen.

Aan het einde van dit schooljaar is het dan eindelijk zo ver: de eerste lichting leerlingen zal de drie jaar geleden ingevoerde basisvorming afronden. De basisvorming, afgekort 'bavo', heeft als doel dat elke leerling aan het einde van de onderbouw, of hij nu op voorbereidend beroepsonderwijs, MAVO of VWO zit, een aantal vakken op een minimaal niveau beheerst. Het rare is dat van een vrolijke stemming niets te merken is, niemand is ermee bezig. Er is geen onderbouwleerling die aan het eind van het schooljaar buitensporig staat te juichen. Er is geen ouder die de vlag uithangt.

Nu is het misschien ook helemaal niet de bedoeling geweest dat het doorlópen van de basisvorming zou leiden tot grootschalige familiefeesten, vendelzwaaien, maar de mate waarin de betrokkenen het verschijnsel negeren is toch wel opmerkelijk.

Directies hebben de basisvorming op hun scholen zo onzichtbaar mogelijk ingevoerd. De leraren hebben braaf gedaan wat er van hen verwacht werd. Ze hebben de kerndoelen uit Zoetermeer overgeschreven - dat heet een 'vakwerkplan' - en ze hebben de verplichte toetsen afgenomen. Dat is het dan. Mevrouw Netelenbos ziet ook dat het niets is en zij besluit binnenkort om de laatste wankele poot onder de onderwijsvernieuwing uit te slaan: zij schaft de uniforme toetsing af. De gymnasium- en de MAVO-leerling zullen het volgend jaar weer ieder een proefwerkje krijgen op eigen niveau. Met dit besluit reduceert de staatssecretaris de afsluiting van de basisvorming tot minder dan een overgangsbewijs en dat overgangsbewijs was er al: het rapport.

De basisvorming komt voort uit de middenschoolgedachte. De middenschool is een idee uit de hippe jaren zeventig. Deze nieuwe vorm van onderwijs zou de ongelijke kansen in de samenleving verminderen door kinderen tot hun zestiende jaar, ongeacht hun kennisniveau, bij elkaar in de klas te zetten. De verschillende schooltypes zouden worden afgeschaft. De VWO-leerling zou in dezelfde schoolbank naast de LTS-leerling komen te zitten. De scholieren zouden van elkaar leren en later heel gelukkig worden.

Het ging erin als koek bij progressief onderwijsland. Scholen begonnen uit zichzelf middenschooltje te spelen door langdurige 'heterogene' brugperiodes in te voeren. De wetgever keek intussen de andere kant op, de bewindslieden richtten hun energie op budgettaire problemen. Na een periode van gewenning aan de armoede kreeg men last van de onderwijskundige schraalheid.

Halverwege de jaren tachtig werd de middenschoolgedachte gerevitaliseerd. Voeling met de tijdgeest kan de onderwijsfilosofen niet ontzegd worden. De samenhang tussen middenschool en het doorbreken van maatschappelijke kansenongelijkheid door het onderwijs werd snel losgelaten. Middenschool werd basisvorming en basisvorming is een nieuwe vorm van onderwijs die probeert aan te sluiten bij de hogere eisen die onze complexe samenleving aan de mensen stelt. De informatiemaatschappij vraagt steeds meer vaardigheden en kennis van de burger, de basis dient verbreed te worden! Hier ligt een taak voor het onderwijs.

De basisvorming zorgt ervoor dat alle leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs les krijgen in een vijftiental vakken. Om te controleren of de leerlingen het vereiste niveau bereiken, komen er door het Cito ontworpen toetsen. De reacties uit de praktijk variëren van gelaten tot negatief. Alle leerlingen in Nederland op eenzelfde niveau toetsen? Leraren twijfelen aan de haalbaarheid. Bovendien hebben docenten in het algemeen vormend onderwijs moeite met de invoering van de nieuwe vakken techniek en verzorging. De mensen in het beroepsonderwijs worden niet vrolijk van de tweede vreemde taal en de meer theoretische vakinhoud.

Deze terughoudendheid is niet zo verbazingwekkend. Veranderen doet pijn als je al twintig jaar hetzelfde doet. Op papier zien de basisvormingsplannen er verantwoord uit. Maar het gaat niet om het papier, het gaat om de uitvoering. De tactiek van Feyenoord klopt op papier altijd, toch worden ze bijna nooit kampioen. Ook de basisvorming is niet echt een winnaar. Het is iets in een nota, maar in de praktijk is het niets. De combinatie fuseren, budgettering, vergrijzing en vernieuwing is dodelijk. Het is gewoon te veel. De gevolgen zijn grote directies, veel personeel, verschillende locaties, leraren die hun veilige omgeving uitgejaagd zijn en nieuwe, vreemde gebouwen ingestuurd worden. Als het even tegenzit worden de lessen op verschillende plaatsen gegeven, wat betekent dat pauzes gebruikt worden voor pendelen van het ene gebouw naar het andere. De rust is bij dit alles niet gebaat.

In deze context komt de overheid met de basisvorming: leerlingen zelfstandig maken, de kennis meer maatschappelijk relevant, een beetje groepjeswerk - hartstikke fijn. Alleen hebben directies en docenten op dat moment andere zaken aan hun hoofd. Ze zitten middenin een overlevingsslag! De overheid stelt weliswaar geld ter beschikking voor verbouwingen, maar niet voor personeel. Verbouwingen zijn nodig voor de nieuwe vakken zoals verzorging en techniek, docenten zijn er genoeg. Het logische gevolg is dat elke school meteen de plaatselijke aannemer aan het werk zet, het ministerie betaalt. Maar welk personeelslid welk werk moet gaan doen is een probleem. Nieuwe mensen aannemen mag niet, dat is te duur.

Directies rest niets anders dan een lessentabel te maken die zo min mogelijk afwijkt van wat ze al hebben. De nieuwe vakken ertussen frommelen en de 'onderwijsvernieuwing' is geboren. Is er voor de nieuwe vakken geen personeel te vinden, dan stuurt de directie wat leraren naar bijscholing. Een lezing, wat workshops en de betreffende docent is bekwaam tot het geven van bijna elk 'bavo'-vak.

Directies kennen bij de invoering van de basisvorming maar één principe: zo weinig mogelijk veranderen. De school die fusie op fusie heeft gehad, gebruikt de basisvorming om homogene brugklassen te maken: eindelijk rust. De school die niet gefuseerd is en een meerjarige heterogene brugperiode kent, houdt die er in. In beide gevallen is de beslissing ingegeven door het uitgangspunt 'minimale consequenties voor het zittend personeel'.

Moraal van het verhaal: de basisvorming is er helemaal niet gekomen. Het is louter propaganda, wat uiteindelijk blijkt uit de opvoering van het toneelspel 'De Uniforme Toetsing' ... een droevige vertoning. Scholen worden overspoeld met dozen vol zinloos toetsmateriaal, zij moeten dit zelf kopiëren, de toetsen afnemen, formulieren invullen, opsturen naar het Cito en de inspectie ... de hele bureaucratische parade komt voorbijgemarcheerd. Hoe, wanneer en tegen welke norm de docenten de toetsen willen afnemen, dàt mogen ze zelf weten. Hier gaat de overheid weer decentraal denken ... zoek het maar uit. Het resultaat van deze chaos is nòg meer chaos.

Eigenlijk lijkt er al met al niet eens zo veel aan de hand. Een staatssecretaris voert iets in, op papier is het een mooi idee, de leraren hebben eigenlijk niet zo'n zin, het werkt niet, zij laat het doodbloeden en we gaan over tot de orde van de dag. Maar zo is het niet. Het onderwijsbeleid in Nederland is incontinent. De verantwoordelijken op centraal niveau laten alles lopen en scholen mogen de rotzooi opruimen, maar dan wel met steeds minder middelen. De puinhoop die dit oplevert maakt elke onderwijskundige vernieuwing tot een farce.