Dit is een artikel uit het NRC-archief

Muziek

Premières van Verbey en Birtwistle op Ensemble Parade

Ensemble Parade: Arditti String Quartet met werken van Boulez, Carter, Birtwistle; London Sinfonietta o.l.v. Markus Stens met werken van Birtwistle, Verbey, Benjamin, Berio, Anderson. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 9/6. Uitz. via Radio 4: 10/6, 20-24u.

Componist Theo Verbey bevindt zich tegenwoordig in goed gezelschap. Het jongste stuk van Verbey, Conciso, dat zondag door het London Sinfonietta in de Ensemble Parade van het Holland Festival ten doop werd gehouden, is een van de 223 werken die dit legendarische ensemble sinds zijn oprichting in 1968 in première bracht. Verbey viel daarmee dezelfde eer te beurt als Berio, Henze, Ligeti, Reich en talloze anderen.

Conciso is een muziekstuk dat verwijst naar de tonaliteit zonder zelf tonaal te zijn. Het is muziek die je kunt savoureren. De motieven in de buisklokken in het langzame deel of de hoorn-partijen in het snelle, glijden wellustig kronkelend door je gehoorgang, zonder ook maar een moment banaal te worden. In lyrisch opzicht sloot Conciso, ondanks alle verschil, goed aan bij Berio's Kol Od (Chemins VI), het orkestrale complement van de Sequenza X voor solo-trompet.

De veeleisende solopartij werd formidabel vertolkt door trompettist Gabriele Cassone; het aandeel van het London Sinfonietta bleef voornamelijk beperkt tot enkele goed getimede, langgerekte steunlijnen. Maar die zijn dan ook bedoeld als orkestrale omlijsting en niet als hoofdzaak, zoals in Three Inventions for Chamber Orchestra van George Benjamin. Slechts het slotdeel hieruit bood een spannende orkestratie die door de bodem van het spectrum leek te willen barsten. En in vergelijking met Khorovod van Julian Anderson - een onhandig geïnstrumenteerde aanschakeling van dansante dooddoeners - was Harrison Birtwistles Silbury Air een meesterwerk.

Waar dit stuk vanuit de prime gaandeweg orkestraal met moordende mokerslagen van het slagwerk wordt opgetuigd, daar waren Birtwistles 9 Movements for String Quartet, waarvan het Arditti String Quartet eerder die dag de Nederlandse première verzorgde, een aaneenschakeling van miniaturen en aforismen. In dit kwartet lijkt Birtwistle het zicht op twee lichtbakens niet te hebben verloren. De converserende toon van Ives in zijn Tweede strijkkwartet is ook hier te horen, maar tegelijkertijd is daar ook de direct aansprekende emotie uit de kwartetten van Schubert.

Het Strijkkwartet nr. 5 van Elliott Carter bleek een meer dialectisch stuk, waarin these op antithese wordt gestapeld om uiteindelijk in een pizzicato-passage tot een synthese te komen die het kwartet van Ravel in herinnering roept. Het is alsof componisten zich in het strijkkwartet meer rekenschap geven van de traditie dan in orkestwerken.

In zekere zin geldt dat namelijk ook voor Pierre Boulez. In de Anathèmes pour violon seul presenteert hij een eigentijds antwoord op zowel de partita's van Bach als de 24 Capricci van Paganini. In het Livre pour quatuor, waaraan Boulez zoals bij zoveel van zijn werken al decennia lang boetseert, klinken losse noten als stofdeeltjes die door de ruimte zweven. Een zuchtje wind doet loom de gordijnen bewegen, totdat zij plotseling vlamvatten.

Het is muziek waarin de eeuwenlange geschiedenis van het strijkkwartet - van Haydn tot Bartók - gevriesdroogd wordt geserveerd. En al die verschillende technieken en variaties in toonvorming werden door het Arditti String Quartet op een verbluffend homogene wijze aan de man gebracht.