Geen OZ-belasting voor de Nieuwe Kerk

DEN HAAG, 7 JUNI. Monumentale kerken die niet meer of zelden voor de eredienst worden gebruikt, hoeven geen of slechts weinig onroerende-zaakbelasting te betalen. Het nut van zo'n kerk is louter dat hij blijft voortbestaan als monument en dat 'kan niet in een geldwaarde worden uitgedrukt'.

Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad woensdag de aanslag van de Amsterdamse inspecteur der gemeentebelasting inzake de Nieuwe Kerk op de Dam in Amsterdam vernietigd. Eerder had het gerechtshof de aanslag bevestigd, waardoor de Nationale Stichting De Nieuwe Kerk jaarlijks een bedrag van een half miljoen tot één miljoen gulden zou moeten opbrengen. Dat was gebaseerd op een herbouwwaarde van tweehonderd miljoen gulden; in werkelijkheid zou herbouw een veel hoger bedrag vergen. De Nieuwe Kerk wordt nog slechts zelden voor de eredienst gebruikt.

In 1991 bepaalde de Hoge Raad reeds dat kerkgebouwen die voor ten minste zeventig procent worden gebruikt voor de openbare eredienst, geen onroerende-zaakbelasting verschuldigd zijn. Bij de overige kerken wordt de economische vervangingswaarde gehanteerd, met aftrek van de waardevermindering wegens veroudering.

Onduidelijkheid is er nu nog voor het merendeel van de monumentale kerken, die wel voor godsdienstoefeningen worden gebruikt. Bij de Hoge Raad ligt in dit verband de kwestie van de katholieke Plechelmuskerk in Oldenzaal. Een uitspraak hierover wordt binnen enkele maanden verwacht.