Onderzoek naar tracés flitstrein

DEN HAAG, 5 JUNI. De Tweede Kamer laat een onderzoek uitvoeren naar de voor- en nadelen van mogelijke tracés voor de hogesnelheidslijn.

De Vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft hiertoe gisteren besloten. Volgende week wordt de onderzoeksopdracht vastgesteld. Zeker is dat de maximumsnelheid een belangrijk aspect zal vormen. Deze bedraagt 300 kilometer per uur, één van de redenen waarom gebruik van het bestaande spoor al in een vroeg stadium is afgewezen.

Verder komen in het onderzoek aan bod: economische effecten; geluidsoverlast; invloed op het vliegverkeer; financiële aspecten, waarbij valt te denken aan het extra geld voor een tunnel onder het Groene Hart. De wensen van de diverse fracties, waaronder een vraag naar de samenhang tussen aanleg en comfort bij hoogteverschillen in het tracé, worden deze week tot één geheel gesmeed.

Het kabinet maakte enkele weken geleden bekend dat het tracé voor de hogesnelheidslijn Amsterdam-Brussel-Parijs door het Groene Hart en langs Breda zal lopen. Afgevallen tracés zijn: gebruik van het bestaande spoor, de zogeheten Bos-variant langs snelwegen, en enkele varianten daarop.

Het nog uit te kiezen onderzoeksbureau zal al deze tracés nog eens op hun merites bekijken. Dat gebeurt in juli en augustus. Daarna, waarschijnlijk in september, volgen hoorzittingen en werkbezoeken. De debatten in de Tweede Kamer over de hogesnelheidslijn zijn voorzien voor 28 oktober en 4 november.

De Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken besloot gisteren géén onderzoek te laten uitvoeren naar het aardgasbeleid, meer in het bijzonder de wenselijkheid van gasboringen in de Waddenzee. Het Kamerlid Witteveen (PvdA) had dit voorgesteld naar aanleiding van een schorsing, door de rechter, van vier van de vijf vergunningen voor proefboringen in de Noordzee. De rechter oordeelde dat het ministerie van Economische Zaken meer duidelijkheid over de milieu-effecten van het boren moest verschaffen.

Boren in de Waddenzee, waarvoor de concessies overigens nog niet rond zijn, is omstreden. Witteveen vreest dat “de politiek zonder voldoende maatschappelijk noodzaak generaties na ons opzadelt met een mogelijk beschadigd natuur- en recreatiegebied”. Zij verwijst naar de import van Russisch aardgas vanaf 2001 en de verwachte toename van het gebruik van duurzame energie, wat de boringen minder noodzakelijk zou maken.

Een meerderheid in de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken bleek echter weinig voor een onderzoek naar het aardgasbeleid te voelen. De commissieleden meenden dat de meeste gegevens al bekend zijn.