Nederland wil meer geld EU voor de gekke koeien

LUXEMBURG, 5 JUNI. Nederland heeft gisteren bezwaar aangetekend tegen een voorstel van de Europese commissie over compensatie aan rundvleesproducenten in verband met de gekke koeiencrisis. Minister van Aartsen (landbouw) is het niet eens met de voorgestelde verdeling van de in totaal 650 miljoen ecu (1,3 miljard gulden) die de commissie wil uittrekken voor de compensatieregeling.

Volgens het voorstel krijgt Nederland ruim 20 miljoen gulden. Van Aartsen vindt dit te weinig, zo stelde hij gisteren in een verklaring in de raad van de Europese ministers van landbouw in Luxemburg. “Concreet betekent het voorstel van de commissie dat Nederland ongeveer 1,5 procent van de totale compensatie krijgt. Dat terwijl wij ongeveer 7 procent van het rund- en kalfsvlees produceren in de EU.”

Behalve Nederland waren er nog acht landen tegen het commissievoorstel over compensatie, omdat ze ofwel het totale bedrag te laag vonden, zoals Frankrijk en België, ofwel problemen hadden met de verdeling, zoals Nederland en Duitsland. Nederland vindt dat het totale bedrag van 650 miljoen ecu niet moet worden overschreden. Van Aartsen is evenmin voorstander van nationale financiering voor de boeren, naast de inkomensondersteuning van de commissie. Frankrijk, Luxemburg en Italië willen wel de mogelijkheid houden om de boeren nationaal bij te springen.

Van de 650 miljoen ecu inkomenscompensatie wil de commissie 116 miljoen bestemmen voor bijzondere maatregelen in de lidstaten. Nederland krijgt daarvoor 5 miljoen ecu (ruim 10 miljoen gulden). De rest, 534 miljoen ecu, is bestemd voor een extra, crisispremie bovenop de zogeheten stier- en zoogkoeienpremie. Dat betekent weer 5 miljoen ecu voor Nederland, dat slechts beschikt over 1 procent van de dierpremierechten. Volgens Van Aartsen is met name dat laatste bedrag te laag. Hij stelde daarom gisteren voor het bedrag van 116 miljoen voor flexibele besteding op te hogen en dat te verdelen volgens het aandeel van de lidstaten in de produktie van rund- en kalfsvlees. “Dat lijkt met het enige objectieve criterium dat we kunnen hanteren”, aldus Van Aartsen.

Op de komende raad van de ministers van landbouw, op 24 juni, zal de compensatieregeling verder worden besproken.