Etnografica

Kathy van der Pas & Steven van de Raadt, Watergeusstraat 115 b, Rotterdam. Geopend: wo. 15-19 uur, za. 14-18 uur. Prijzen variëren van ƒ 50,- tot ƒ 50.000,.

Op grote galeriebeurzen kom je er in een hoekje nog wel eens één of twee tegen: de handelaar in etnografica. Zijn stukken zijn vanaf het begin van deze eeuw in beperkte kring geliefd. Maar daarin bevinden zich fanaten, die zich uitsluitend om kralen, textilia, maskers of goudgewichtjes bekommeren, of die zich juist tot het hele domein van de Afrikaanse etnografica voelen aangetrokken.

Verscholen in een dwarsstraat achter het historische Delfshaven van Rotterdam drijven Kathy van der Pas en Steven van de Raadt ruim vijf jaar zo'n galerie. Ook op tentoonstellingen geven ze met bruiklenen acte de présence. Vorig jaar viel in de Kunsthal hun serie kostbare gespen op, omakipa, gemaakt door een Angolees herdersvolk dat het weerbarstige ivoor vòòr de bewerking eerst een half jaar in een bad van runderurine legt. De gespen (ca. ƒ 1.000,-) - bollend, rechthoekig en sober geometrisch versierd - weerspiegelen, eenmaal in aantallen aan gordels geregen, het meer of minder imposante veebezit.

De zomeropstelling omvat een gevarieerd assortiment van beelden, maskers en rituele of gebruiksobjecten. In die laatste categorie vallen de kralen, schaamschorten, neksteunen, bronzen fluiten, maar ook de subtiele scepters en stoppen van (met medicijnen gevulde) kalebassen die niet onderdoen voor autonome sculpturen. Via een netwerk van contacten in Afrika, Europa en de Verenigde Staten zijn ze in Delfshaven beland.

“De ouderwetse verzamelaar, wiens wensdroom het is om ooit nog eens een Fang- of een Baulé-beeld te verwerven, is bijna uitgestorven. Kopers beoordelen Afrikaanse kunst nu puur esthetisch en nauwelijks meer etnografisch”, zegt Steven van de Raadt. “Men legt ook meestal geen omvangrijke verzamelingen meer aan, maar koopt in combinatie met moderne kunst af en toe een Afrikaans stuk, en dan liever een vrijstaand figuratief beeld dan een abstract vormgegeven neksteun.”

Op een van de sokkels staat een adembenemende mooi, houten Baulé-figuur tegelijkertijd preuts en statig te zijn. Het is een vrouwfiguur met beide handen lieflijk op de bolle buik en het 'getatouëerde' hoofd gesierd met een rond mutsje (ƒ 50.000,-). Uit Nigeria en Tanzania zijn de langlijvige echtpaartjes afkomstig, sobere maar fijn gesneden ledenpoppen, die niet zoals bij de Yoruba een 'reële' tweeling verbeelden, maar die de oogst vruchtbaar maken en die de veestapel moeten beschermen.

“Nee, volkenkundige musea kunnen zich menig stuk hier door hun abominabele budgetten niet meer permitteren”, zegt Kathy van der Pas, “ook willekeurige passanten kom je bij ons niet tegen. Het zijn vooral de liefhebbers, onder wie zo'n zestig, zeventig beeldend kunstenaars, die we tot onze vaste bezoekers mogen rekenen.”