Het nieuws van 30 mei 1996

Penny Stock

Van de Haarlemmerolie via Dr. Doxy's Elixer tot aan de salmonella-shoarma op koninginnedag: jaarmarkten en braderieën zijn altijd een vruchtbare biotoop geweest voor oplichters, flessentrekkers en ander duister gespuis. En omdat het Internet, nu de commercie zich er steeds sterker doet gelden, steeds meer op een permanente jaarmarkt gaat lijken, duiken ook daar steeds meer kleurrijke figuren op. Het minst schadelijk, maar wel hinderlijk, zijn de direct-mail artiesten, of ze nu via het net, de telefoon of de fax opereren.

Het heet een eerzaam beroep, maar wat er zo eerzaam is aan het lastig vallen van willekeurige mensen met allerlei aanbiedingen waar ze niet om gevraagd hebben, ontgaat mij toch. Erger is dat, waar de ouderwetse colporteur meestal niet verder kwam dan een voet tussen de deur en een paar pijnlijke tenen, moderne mailingtechnieken genadeloos in het privédomein doordringen. Meters faxpapier worden ongevraagd beklad met aanbiedingen voor het een of ander - liefst faxpapier natuurlijk!

Minstens een maal per week wil een werkstudent je opvrolijken met de smoes dat je zorgvuldig bent geselecteerd voor een gratis verblijf in een of ander duur ketenhotel, mits je eerst voor pakweg ƒ 500,- overnachtingen boekt, of wil een gladde glibber je beslist op de hoogte brengen van allerlei fantastische beleggingsmogelijkheden. En nu begint het geduvel ook al bij de e-mail. Kun je daar wat tegen doen? Niet tegen Europese e-mail-kladders, voor zover mij bekend, maar schijnbaar wel als de ongewenste post uit Amerika afkomstig is. Althans, ik trof een tijdje onder een usenet-bericht de volgende waarschuwing aan: Unsollicited advertisements sent to my account 'abc@def.nl' will be charged at USD 25,= for the first message and USD 100,= for all subsequent messages from the same source. These charges include my fee for reading the message and my connection fees to the phone company. Een Nederlander, aan zijn .nl adres te oordelen.

Zou het dan niet een beetje een loos dreigement zijn? Nee hoor, verklaarde de schrijver ervan desgevraagd. Je hebt in Amerika het zogenaamde small claims court, waar je zonder veel kosten kleine zaken aanhangig kunt maken. Hij had een vriend aan de overkant van de grote plas die in dit soort gevallen als zaakwaarnemer optrad. Maar ja, niet iedereen heeft zulke strategisch geplaatste vrienden met vrije tijd. Misschien een idee voor de betere internet-provider? Om ten behoeve van al zijn abonnees die een dergelijke NEE-sticker onder hun mail zetten een 'vriend in Amerika' te huren? Dan moeten de kosten toch redelijk in de hand te houden zijn. Een graadje erger zijn de zo-wordt-u-snel-rijk aanbiedingen, die vooral de nieuwsgroepen van het Usenet in toenemende mate larderen. Soms slijt men Bulgaarse Wondersnijders, maar meestal zijn het varianten op het piramidespel, vaak ook onduidelijke franchise-ondernemingen. U weet wel, het idee is dat u eerst een wagonlading potjes wonderzalf afneemt, die u vervolgens moeiteloos per kruiwagen doorverkoopt aan anderen.

Degene van wie u de wagonlading afneemt koopt van de opbrengst een Porsche. En u koopt er, zo spiegelt hij u voor, volgende maand ook één, en anders heeft u toch nog altijd een leuke garage vol wonderzalf. Voor echte oplichterij moeten we meer in de wereld van het beleggen en van de goede doelen zijn. Daar kom je werkelijk prachtige staaltjes van creativiteit tegen. Een hele mooie is deze. Via het Internet kun je gemakkelijk binnen een bepaald gebied grote aantallen mensen bereiken, die wel eens in het klein iets willen beleggen, maar de weg niet weten. Nu begint u op een kleine, lokale beurs, zoals die onder meer in Amerika bestaan, met het stilletjes opkopen van een klein aandeel, zogenaamde penny-stock. Vervolgens gaat u als beleggingsadviseur grootschalig aan het e-mailen, met een gratis gouden tip om te beginnen: 'let op dat aandeel, dat gaat stijgen'.

Als nu maar genoeg van de geadresseerden erin tuinen en voor de zekerheid een paar aandeeltjes kopen, gaat de koers inderdaad vanzelf omhoog. In een tweede mailinkje kunt u dus ook nog op uw gelijk wijzen, en tevens waarschuwen dat men er nu wel snel bij moet zijn! Dat duwt de koers verder omhoog. Ondertussen verkoopt u rustigjes aan uw eigen pakket van die aandelen, tegen de door u zelf omhooggeprate koers. U wordt tegelijkertijd rijk en respectabel, want uw adviezen snijden immers hout! Een andere sector die het Internet ontdekt heeft is het Goede Doel. Heel wat organisaties beweren de medemens of het dier in nood te helpen zonder ooit daadwerkelijk een cent daaraan uit te geven, dat is niets nieuws. Wel nieuw is, dat je met het Internet voor zo'n oplichterstruc nauwelijks meer investeringen hoeft te doen. Er komt geen collectant, telefoniste of advertentie meer aan te pas. Gewoon een bankrekening openen, een mailtje maken, met een tamelijk simpel programmaatje een miljoen willekeurige email-adressen verzamelen, en een druk op de knop is genoeg.

Maar het kan nog veel mooier. Onlangs werd een schikking overeengekomen in een zaak tegen het 'bedrijf' Meridian Capital Management. Meridian liet zich inhuren om mensen die geld kwijtgeraakt waren aan oplichters hun kapitaal terug te bezorgen. Geld aan een louche beleggingsadviseur gegeven? Een prijs gewonnen die nooit werd uitgekeerd? Meridian ging er achteraan, als je maar betaalde. Maar wat bleek? Meridian incasseerde wel, maar ging helemaal nergens achteraan. Kijk, dat is briljant. Je spreekt precies de goede doelgroep aan: de sukkels die al eerder bewezen hebben zich te laten tillen. In Nederland is nog niemand wakker geworden, maar in Amerika hebben de autoriteiten de frauduleuze praktijken op het net ook ontdekt. In dat land, waar postorderbedrijver al sinds jaar en dag net zo gewoon zijn als hier de warme bakker, bestond al een Fraude Informatie centrum op het gebied van telemarketing, dat nu ook het Internet tot zijn werkgebied rekent.

U kunt deze non-profit organisatie vinden op http://www.fraud.org, inclusief rapporten over wat er zoal aan interessante gevallen ontdekt wordt.

De Java-filosofie

Wie is er wel eens in China geweest? Zelfs fanaten die maanden werk steken in het aanleren van Mandarijn komen in Guangdong, Jiangsu of Yunnan tot de conclusie dat geen Chinees ze begrijpt. Om goed verstaanbaar te zijn zou je eigenlijk het plaatselijke dialect moeten leren. Dat lijkt een beetje op de manier waarop software moet zijn toegesneden op PC's, werkstations, mainframes, Macintosh of andere rekenmachines. Als ontwerpers programma's maken moeten ze rekening houden met het dialect van het systeem dat de betreffende computer bestuurt. Op een nieuwe versie of ander besturingssysteem zijn 'oude' programma's vaak niets meer waard.

En dat is niet alles. Een programmeertaal lijkt veel op mensentaal. De formuleringen die een softwareontwerper kiest om zijn bedoelingen uit te drukken, zijn echter chinees voor een computer. Woorden en tekens moeten eerst worden omgezet in een taal (machinecode) die is toegesneden op een van de vele microprocessoren. Deze bewerkelijke vertaalslag neemt de compiler voor zijn rekening. Bij elke combinatie programmeertaal/microprocessor hoort een compiler. Besturingssystemen en compilers maken van computerland een starre wereld.

Wie is er wel eens op Java geweest? Met de Indonesische taal kun je er aardig uit de voeten, maar toch heerst er wel eens spraakverwarring: het Bahasa Indonesia is voor veel Indonesiërs slechts een tweede taal. Dat kan pijnlijk zijn als een ober met nasi kuning komt aanlopen terwijl toch duidelijk nasi putih was besteld. Sommige restaurateurs hebben dat slim opgelost. Zij laten toeristen hun wensen netjes op een briefje noteren. Misverstanden uitgesloten. Of het nu een Belg, een Israëliër of Japanner is, als hij de kaart kan lezen, kan iedere turis de kok instrueren.

Zó communiceren lijkt verrassend veel op de Java-filosofie die James Gosling, Bill Joy en hun collega's bij Sun Microsystems hebben ontwikkeld. Ze bedachten het volgende: zorg dat computerprogrammeurs kunnen kiezen uit een standaard menukaart en zet in de keuken van elke soort computer een kok die weet hoe hij de gerechten van de afgesproken lijst moet bereiden. Het is dan niet langer de aard van de programma's die voor elke computer verschilt, maar de kok. Het voordeel is dat je voor elke computer maar één keer een 'kok' hoeft te maken. Daarna kunnen computers elk menu begrijpen dat met Java is samengesteld.

In computer-jargon: de software-ontwerper schrijft zijn programma's met Java. Dat wordt met de compiler omgezet in bytecode (het gerechtenlijstje). De Java-tolk (de kok) vertaalt de bytecode naar de machinecode van de betreffende computer. Alle programma's die met Java zijn gemaakt kunnen op alle computers werken die met een Java-tolk zijn uitgerust. In de browser Navigator van Netscape zit al een Java-kok. Dat heeft zoveel succes dat alle belangrijke spelers in de computerindustrie zich haasten om de uitzendkracht van Netscape te vervangen door een vaste kracht. Microsoft, IBM, Hewlett-Packard, allemaal willen ze een eigen Java-tolk in hun besturingssysteem zetten die de Java-bytecode kan lezen. De meeste zeggen dat ze de vacature voor het einde van dit jaar opgevuld hebben. In de nu losgebarsten race voeren de computerbedrijven een bekende strijd: wie levert er straks de snelste Java-tolk.

It Happened One Night

In de geschiedenis van de Oscars is slechts drie keer een film in alle vijf de belangrijkste categorieën (beste film, regie. scenario, acteur en actrice) onderscheiden. Deze 'landslides' werden behaald door The Silence of the Lambs (1991), One Flew over the Cuckoo's Nest (1975) en It Happened One Night (1934). De romantische komedie van Frank Capra (1897-1991) verhief niet alleen de bescheiden studio Columbia Pictures tot een rol van betekenis in Hollywood, maar was ook in menig ander opzicht baanbrekend. Alom wordt It Happened One Night (scenario: Robert Riskin) beschouwd als het beginpunt van de zogenaamde 'screwball comedy', een doldwaas genre waarin excentrieke personages, mede door snedige en pikante dialogen, door klasse- en sekseverschillen bepaalde rollen op anarchistische wijze omdraaien, zoals je van een met schroefeffect geslagen honkbal ook nooit precies weet waar die terechtkomt. Hoewel al deze elementen in aanleg aanwezig zijn in It Happened One Night, is het nog een uiterst mild werkje, vergeleken met de absurditeit van latere screwball-films met vooral Katharine Hepburn en Cary Grant (Bringing Up Baby, 1938; The Philadelphia Story, 1940). Het verbale vuurwerk komt in Capra's film nog vooral van de man (Clark Gable, als een verwaten riooljournalist), terwijl Claudette Colbert wel te kenmerken valt als het door het genre vereeuwigde type van de voortvluchtige rijkeluisdochter, een 'runaway heiress', maar dan van het timide en hulpeloze soort.