Bionische agenten in de regen

Ghost in the Shell. Regie: Mamoru Oshii. Met de stemmen van Richard George, Mimi Woods. In: Rotterdam, Lumière (31 mei en 1 juni); vanaf 30 mei ook op PolyGram koopvideo.

Niet bekend

Voor Ghost in the Shell baseerden de filmmakers zich op het gelijknamige magnum opus van de Hergé van de manga, Masmune Shirow. Het 350 pagina's tellende stripverhaal over bionische politieagenten in de nabije toekomst werd ingedikt en geanimeerd tot een film van 85 minuten waaraan de zeseneenhalf miljoen gulden produktiekosten eerlijk gezegd niet zijn af te zien. De contrastarme, overschaduwde tekeningen maken een armoedige indruk, die nog wordt versterkt door de vlakke (Amerikaanse) nasynchronisatie en de scenarioclichés die sinds jaar en dag bekend zijn uit sciencefictionprodukten als Robocop en De man van zes miljoen.

Met de 'robocop' uit de Paul Verhoeven-film heeft de hoofdpersoon uit Ghost in the Shell, de grotendeels cybernetische Majoor Kusanagi, nog een belangrijk ding gemeen: ze vraagt zich af welke resten mens er nog in haar huizen, en wat het betekent om voor 80 procent machine te zijn. Haar twijfels resulteren in verbazingwekkend serieuze bespiegelingen over vragen als 'wie ben ik?' en 'hoeveel vrijheid heb je als je grenzen zijn afgebakend?'

Ik kan niet zeggen dat ik geraakt ben door Ghost in the Shell. Waarschijnlijk is mijn smaak op tekenfilmgebied te veel gevormd door de sentimentele perfectie van Disney en op sciencefictiongebied door de heldere westernstructuur van Star Trek. Noem het een cultuurschok, maar het enige dat me van deze anime zal bijblijven is de verstilde, hypnotische sfeer van de scènes waarin niet gevochten wordt, en de loodrechte regen die als een zondvloed onophoudelijk neergutst op de metropolis van het jaar 2029.