Ook Pentagon doet aan kunstkritiek

WASHINGTON, 25 MEI. In Nederland mag het ongebruikelijk zijn dat het ministerie van Defensie zich met de kunsten bemoeit, in de Verenigde Staten is het de gewoonste zaak van de wereld.

De film Courage Under Fire, met in de hoofdrol Denzel Washington, is een potentiële hit die in augustus in de Amerikaanse bioscopen komt. De film speelt in de Golfoorlog en de Amerikaanse militairen zijn, inderdaad, niet gelukkig met het beeld dat er van hen geschetst wordt. Maar een persverklaring, zoals hun Nederlandse collega's over het toneelstuk Srebrenica!, hebben ze niet uitgegeven. Na uitgebreide onderhandelingen met de producenten van de film heeft het ministerie het afgelopen najaar in alle stilte, zo onthulde The Wall Street Journal deze week, besloten om geen militair materieel beschikbaar te stellen voor de film.

Regelmatig helpt het Pentagon filmmakers in Hollywood namelijk goedkoop aan helikopters, tanks en diverse wapens. De filmers besparen op die manier geld en moeite, en de militairen hopen met films als Top Gun hun imago op te poetsen of zelfs recruten te werven. Recentelijk werkte het leger zo mee aan de films Executive Decision en Apollo 13.

De producenten van Courage Under Fire hadden aanvankelijk ook gedacht zich op een koopje te kunnen verzekeren van wat M-1 Abrams tanks, Bradley gevechtsvoertuigen en Apache en Blackhawk helikopters. Een probleem was alleen dat de film gaat over een Amerikaanse soldaat die per ongeluk sneuvelt door friendly fire, door wapens van zijn eigen maten, een incident dat Denzel Washington onder druk van zijn superieuren in de doofpot tracht te stoppen.

Al bij de eerste bespreking van het scenario drong het Pentagon aan op herschrijving van de plot. Het verhaal was niet realistisch, zo schreef een functionaris van het ministerie in een acht pagina's tellend memorandum getiteld Punten van Zorg. De filmmakers werd bovendien in overweging gegeven om het personage van Denzel Washington niet dronken te laten zijn in functie. Ook zou hij niet moeten dreigen iemand in elkaar te slaan, laat staan “zich gedragen alsof iedereen ervan uitgaat dat wie bij het Pentagon werkt traag en stompzinnig is”.

De producenten namen de suggesties serieus in overweging. In onderhandelingen werd overeengekomen dat Denzel Washington niet in uniform dronken zou zijn, en de harde taal van de manschappen werd iets afgezwakt. Maar er bleven problemen en zelfs de vijfde versie kon nog niet de goedkeuring van het leger wegdragen: een vrouwelijke helikopterpiloot mocht niet als “pot” worden aangeduid en het veteranenhospitaal niet als “de hel op aarde”. En de poging om het schandaal in de doofpot te stoppen bleef natuurlijk “absoluut ongeloofwaardig”.

Na een strijd van bijna vijf maanden, langer dan de hele Golfoorlog geduurd had zoals The Wall Street Journal fijntjes opmerkt, gaven de partijen het op. In Australië konden de filmmakers twaalf Britse Centurion tanks op de kop tikken, die eenmaal naar Amerika verscheept voor een half miljoen dollar vermomd werden als Amerikaanse M-1 Abrams tanks. En twee civiele Cobra helikopters werden met aluminium en plastic buizen van nepraketten voorzien, die niettemin zo echt leken dat leger en politie de piloot bij bij vergissing aanhielden voor vliegen met ongeoorloofd wapentuig.

De film, zegt een woordvoerder van het Pentagon sportief, geeft niet goed weer hoe onze troepen optraden in de Golfoorlog, “maar als ik het scenario zou lezen als gewone burger, en niet als iemand die verantwoordelijk is voor het imago van het leger, dan had ik waarschijnlijk gedacht: dat is een film om te gaan zien”.