Het gelijk van de flics

Het is je eerste vakantiedag. Je auto, onopvallende middenklasse, is volgeladen met bagage en gezin. Je kruipt achter het stuur en rijdt naar het zuiden: Antwerpen, Lille, Parijs..., op weg naar het Massif Central om de natuur te hervinden. Na een kop koffie, ergens tussen Gent en Kortrijk, kom je terug bij je voiture. Je bent in opperbeste stemming en mengt een woordje Frans door je conversatie. Plotseling bekruipt je een vaag gevoel van onbehagen: met het ding is iets merkwaardigs aan de hand. Het duurt even voordat je het ziet. De voorste nummerplaat ontbreekt.

Je vloekt en scheldt op autodieven. Misschien ben je de plaat gewoon verloren, oppert je vrouw in een poging je te kalmeren. Hij was tenslotte gebutst door Amsterdams parkeren. De reis gaat verder, maar je vrolijkheid is verdwenen. Zorgen ontstaan en vliegen op voor je wielen als patrijzen bij de jacht. Kun je wel rijden zonder nummerbord? Is het beter terug te keren? Tot je opluchting word je niet aangehouden bij de Franse grens. Het zal allemaal wel meevallen, denk je. Ze zullen je toch niet bekeuren voor een ontbrekend nummerbord? Jij kunt het toch niet helpen?

In Nederland kreeg je nog nooit een bekeuring; je hebt je er altijd uit weten te praten. Je zult de vakantie ook zonder nummerplaat wel doorkomen. Typisch Hollandse gedachten, zo zal spoedig blijken.

Iets ten noorden van Clermont-Ferrand word je aangehouden. Je speelt verbazing: geen nummerplaat, hoe is dat nu mogelijk? De agent is beleefd doch niet te vermurwen. Rijden zonder nummerbord is strafbaar en de boete bedraagt achthonderd francs. Je probeert de trucs die in Nederland meestal werken: 'Ik wist van niets; wat goed dat u me er op wijst', en: 'Jammer dat je niet met een creditcard kunt betalen, want ik heb onvoldoende baar geld op zak'. Het helpt niets. U kunt kiezen, zegt de agent, ter plekke voldoen ofwel overnachten in het nabijgelegen gehucht om morgen geld te halen bij een bank, want een geldautomaat blijkt er niet te zijn. Je loopt terug naar de auto; je vrouw geeft je het bedrag in contanten dat je natuurlijk wel bij je had; je betaalt en vraagt een reçu. Dat zal je toch vrijwaren voor verdere bekeuringen? De agent meent van wel. Een tweede agent, vijftig kilometer verderop, denkt er anders over. Hij beboet je opnieuw tenzij je onverwijld een nieuwe nummerplaat laat maken. Aldus geschiedt en na vertraging vind je gelukkig nog een hotel.

Je bent geneigd de Franse politie te vervloeken. Hoe halen ze het in hun hoofd je te bekeuren? Je had toch geen schuld? Ces sales flics! In Nederland zijn agenten heel wat aardiger. Maar het werkt niet. De agenten waren beleefd en zagen er keurig uit. Geen lang haar en dergelijke. Je hypothese dat Franse agenten kleinzielige sadisten zijn, kan hun gedrag niet verklaren. Je staat voor een raadsel: waarom waren ze zo onverbiddelijk? Je denkt en je denkt en je denkt. Totdat je op een verrassende gedachte komt: zou het kunnen zijn dat ze het als hun taak zien de wet te handhaven en elke overtreding onverwijld te bestraffen?

Een interessante hypothese die je op verdere gedachten brengt. In Nederland ben je eraan gewend geraakt dat het niet zo erg is de wet te overtreden. Men besmeurt gebouwen met graffiti, maar niemand doet er iets tegen. Huizen worden gekraakt en men ziet het als een daad van politieke emancipatie. Overtreding van de drugswetgeving wordt getolereerd en zelfs gestimuleerd door politie en politiek. Drugsdealers snellen onbeschaamd in hun kapitale auto's door de hoofdstad.

Mocht iemand bestraft worden, dan wil men vooral aardig zijn en humaan. Straffen zijn notoir mild. Het kan zijn dat gedoogbeleid op sommige punten voordelen heeft, voordelen voor de volksgezondheid bijvoorbeeld, in het geval van drugsverslaafden. Maar, zo begin je nu te denken, het heeft ook een ernstig nadeel. Het geeft de bevolking het signaal: in dit land behoef je je niet aan de wet te houden. Leidt dat signaal op den duur niet tot verval van de rechtsorde? Hebben de flics geen gelijk?

In de jaren zestig is er een denkfout gemaakt. Grotere vrijheid voor het individu vormt een kostbaar goed. Maar die vrijheid kan toch niet betekenen dat men zich niet meer behoeft te houden aan de wet en publieke moraal? Ze houdt iets geheel anders in: dat de speelruimte van de privé-moraal voor de burger is vergroot. Gebieden die vroeger door de overheid werden geregeld, worden nu aan het individu overgelaten. Dit ontslaat de overheid niet van de verplichting de wetten die het publieke domein reguleren met strengheid te handhaven. Gebeurt dat niet, dan is het met de individuele vrijheid van de burger snel afgelopen.

In de krant wordt steeds vaker geschreven over de moraal: een symptoom van onbehagen, denk je. Maar het debat blijft te theoretisch. Wat zorgen baart is een praktisch punt: dat de overheid in gebreke blijft bij het handhaven van de rechtsorde. Je kunt het niet helpen en krijgt grote sympathie voor de Franse politie.

De Franse nummerplaat moet je helaas bij terugkomst in Nederland laten vervangen. Het formaat van de letters blijkt niet te stroken met de hier te lande voorgeschreven afmetingen. Maar dat blijkt pas maanden later, bij een APK-keuring.