Fouten van justitie en marechaussee bij kindersmokkel

ROTTERDAM, 25 MEI. Het openbaar ministerie en de marechaussee hebben in een onderzoek naar een Indiase kindersmokkelbende ernstige fouten gemaakt. Dit beaamt desgevraagd de leider van het onderzoek, marechaussee A. Peters.

Leden van de bende, die jongetjes uit India via Nederland naar de Verenigde Staten smokkelden, zijn in september 1995 opgepakt. Daarbij trof de marechaussee ook negen jongens aan. Zij moesten optreden als getuigen in het eerste strafproces in Nederland tegen de bende kindersmokkelaars. De kinderen werden ondergebracht in een kindertehuis van de stichting Valentijn in Lochem. Enkele weken later verdwenen zij uit het opvanghuis. Bekenden van de gedetineerde bendeleider hadden de jongens uit het tehuis gehaald om hen alsnog naar de Verenigde Staten te smokkelen.

Naar nu blijkt waren openbaar ministerie en marechaussee ervan op de hoogte dat kindersmokkelaars al eerder, in 1994, twee Indiase jongens uit een kindertehuis van Valentijn in Nunspeet hadden gehaald. Ook heeft het OM verzuimd de directie van Valentijn en de politie in Lochem te vertellen dat de Indiase kinderen Nederland waren binnengesmokkeld. Omdat de politie niet was ingelicht, hoorden het OM en de marechaussee pas vijf dagen later van de verdwijningen uit Lochem.

“Het onderzoek liep nog en we wilden niet te veel vertellen”, aldus marechaussee Peters. “Dat hadden we wel moeten doen, maar we dachten dat we de hele bende achter slot en grendel hadden gezet. Daarmee was voor ons de zaak afgedaan. Ik vermoedde niet dat anderen de zaak zouden overnemen.”

Inmiddels heeft de marechaussee drie van de acht verdwenen jongens gevonden. Ze verbleven in een asielzoekerscentrum in Duitsland. Nu zijn zij ondergebracht op een geheim adres in Nederland. “We hebben lering getrokken uit deze zaak”, zegt Peters.