Welkom in Bez' danspaleis

Hoestend ging de duivel naar buiten en toen hij was uitgehoest, las hij wat er op het vel papier stond dat hij van Bez moest ophangen:

DANSWEDSTRIJD voor een goed doel uitsluitend voor MEISJES Hier aanmelden!

“Een danswedstrijd?” zei hij verbaasd. “Waarom alleen voor meisjes? Ik houd ook van dansen... En wat is het goede doel?”

Hij hing het vel papier op en rende daarna naar de top van het duin.

Fronsend keek hij naar de zee. Hij hield niet van water, hij gruwde al van een druppel. Hij stak zijn tong uit naar de blote ruggen van mensen die aan het pootje baden waren. O, wat vond hij ze mal. Als het regent, dacht hij, verstoppen ze zich onder regenjassen, hoeden en paraplu's, maar als ze aan zee zijn trekken ze hun kleren uit en nemen een duik, zodat ze van top tot teen kletsnat worden. Bah.

Heel wat ruggen hadden een rode gloed gekregen. De duivel begreep dat dat door de zon kwam en dacht aan het fantastische vergrootglas. Hoe lang zou het nog duren voor hij het in handen zou hebben... Hij verlangde er zo vreselijk naar dat hij besloot naar het huisje terug te keren.

Hij liep tussen handdoeken en hoopjes kleren door. Hier en daar schopte hij ze baldadig door elkaar. Hij was juist van plan de kleren van drie vriendinnetjes die in zee zwommen een eind van hun plaats te schoppen, toen hij plotseling een idee kreeg. Met flitsende ogen keek hij om zich heen en vliegensvlug stal hij een roze bloesje, een wit rokje en een rood-wit gestreept strandhoedje. Hij legde de kleren achter het huisje en riep: “Ik heb een frisse neus, Bez”.

Bez deed de deur op een kier om hem binnen te laten, maar de duivel had zich achter het huisje verstopt.

“Kom je nog?” riep Bez. En toen hij geen antwoord gaf, stak ze haar hoofd om de deur en zei: “Nou, dan niet. Ik krijg dat plannetje alleen ook wel voor elkaar, hoor.”

Even later klonk er muziek uit het huisje. De duivel maakte danspasjes, terwijl hij bezig was zich te verkleden. Hij had bedacht dat hij als meisje naar binnen zou glippen en dan de verbandtrommel onder zijn rok naar buiten kon smokkelen. Maar de muziek werkte zo aanstekelijk dat hij toch ook wel heel erg graag even zou willen dansen.

Hij zag allerlei mensen nieuwsgierig op het huisje af lopen, het papier lezen en weer weggaan. Alleen de meisjes bleven staan. Ze praatten door elkaar heen. Er kwamen steeds meer meisjes bij. Ze riepen: “Wij willen dansen!” En toen Bez de deur opendeed, vlogen ze allemaal joelend het huisje in. Ook de duivel.

Bez droeg een eenvoudige, zwarte jurk en een strenge, maar moderne bril.

“Welkom in mijn danspaleis”, zei ze. “Hebben jullie allemaal wat over voor een goed doel?”

“Ja!' riepen de meisjes.

“Goed zo”, zei Bez. “Gaan jullie dan maar fijn dansen. Ik maak uit wie er wint.”

De duivel begon wild te dansen.

“Dat lijkt mijn rok wel”, hoorde hij een meisje zeggen.

“En dat lijkt mijn bloesje wel”, zei een ander meisje.

De duivel deed of hij niets hoorde. Met een hand hield hij het strandhoedje vast op zijn hoofd en danste steeds woester in het rond.

“Hé, dat lijkt mijn hoed wel”, zei een derde meisje.

Toen kon de duivel niet langer doen of hij gek was.

“Jullie liegen”, riep hij. “Jullie zijn gewoon jaloers omdat ik het beste dans!”

“Moet je haar horen”, zeiden de meisjes. “Die denkt dat ze kan dansen. Bokkesprongen zijn het!”

Bez zei: “Jullie hebben groot gelijk. Dat meisje mag niet meer meedoen. Kom jij maar hier, meisje, dan mag je voor de muziek zorgen.”

Ze greep hem bij zijn oor.

“Maar ik wil dansen!” riep de duivel. “Ik ben dol op dansen!”

Bez moest stiekem om hem lachen en ze siste hem toe: “Dacht je nou heus dat je je eigen grootmoeder kon beduvelen!”

“Kan de muziek harder?” riepen de meisjes.

De duivel zette het geluid zo hard dat de meisjes elkaar niet meer konden verstaan. De muziek was tot ver op het strand te horen. Achter elkaar kwamen er nieuwe meisjes binnen.

Maar nu de duivel niet meer kon dansen, had hij alleen nog oog voor de verbandtrommel die in een hoek van het huisje stond. Zijn handen jeukten.