10 jaar galerie Terra; Keramisch gezicht op Delft

De toonaangevende Delftse keramiekgalerie Terra bestaat tien jaar. Dat wordt gevierd met een tentoonstelling in de Oude Kerk van 65 keramisten uit binnen- en buitenland. Zij lieten zich inspireren door het thema 'Delft'. Dat leverde een wonderlijke, kleurrijke oogst op.

Galerie: Terra keramiek, Nieuwstraat 7, Delft. Wo t/m vr 11-18u, za 11-17u. Expositie: 'Keramiek en Delft 1996', t/m 22 juni, Oude Kerk, Delft, ma t/m za 9-18u.

Een ongepelde pinda (Calvé); het penseel van Vermeer; de boekenkist van Hugo de Groot en de holle lens waarmee Anthonie van Leeuwenhoek in 1676 de bacterie ontdekte. Symbolen van de geschiedenis van Delft, uit de losse hand geschilderd op een nieuwerwetse Delftsblauwe tulpenvaas van Dirk Romijn. Hij ziet eruit als een koeienhoorn waarvan de top is afgezaagd, en tulpen zouden in zijn hals deerlijk misstaan. Maar met het aangename contrast tussen zijn hedendaagse vorm en de traditionele decoratiewijze is hij een van de meest geslaagde inzendingen op de tentoonstelling 'Keramiek en Delft 1996' in de Oude Kerk in Delft, waarmee galerie Terra Keramiek zijn tienjarig bestaan viert.

Terra is een begrip onder keramiekliefhebbers. Oprichtsters Simone Haak (43) en Joke Doedens (34) openden de winkel/galerie in 1986 uit onvrede met de bestaande afzetmogelijkheden voor keramisten. Gebruikskeramiek van kwaliteit is in Nederland moeilijk te vinden. Het aantal galeries waar je terecht kunt voor een goede hedendaagse vaas of een theekop met pit is op de vingers van één hand te tellen. De meeste galeries houden zich bovendien aan de ongeschreven code die zegt dat er elke maand een nieuwe thematentoonstelling rond één of enkele kunstenaars moet komen. Voorwerpen die niet verkocht zijn gaan terug naar de makers.

Haak en Doedens besloten om het anders aan te pakken. Terra moest een continu aanbod leveren van een groot aantal keramisten. Inmiddels hebben ze werk in voorraad van zo'n dertig producenten, onder wie Klaartje Kamermans, Hein Severijns, het duo Eddy Varekamp en Norman Trapman, en Susanne Silvertant.

De drempel van Terra, aan de Delftse Nieuwstraat, is laag, en dat is opzet. Wie met een tientje binnenkomt wordt niet scheef aangekeken. Doedens: “Je kunt wel allerlei prachtige spullen in een mooie zaak neerzetten, maar daarmee heb je nog geen succes. We houden veel van keramiek, maar Terra is geen hobby.” Opmerkelijk genoeg voor een branche die notoir onzakelijk is, volgde keramiste Haak een managementcursus - “Om mijn verlegenheid te overwinnen” - en leerde sieradenontwerpster Doedens over boekhouden, computerkunde en PR. Zo kwamen ze op het idee om de eigen keramisten elk kwartaal met een computeruitdraai van hun verkoopresultaat te verblijden, en bedachten ze een tentoonstellingsplan om met bijna jaarlijkse regelmaat de aandacht van pers en publiek te trekken.

Met 'Kommen' haalde Terra in 1988 zelfs de kolommen van de buitenlandse keramiekvaktijdschriften. Haak: “We nodigden twintig keramisten uit om kommetjes en bekers te maken. Dat was nogal choquerend. Keramisten beschouwden zichzelf als kunstenaars en voor gebruiksgoed bestond destijds veel dédain.”

Tien jaar later rust er geen taboe meer op: “Keramisten zijn zakelijker geworden. Ze moeten ook leven. En juist de opwaardering van de vormgeving heeft de keramiek positief beinvloed.” Haak wijst erop dat veel jonge keramisten aansluiting zoeken bij de vormgeving, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de giettechniek, die hen in staat stelt om op relatief goedkope wijze zelf series te vervaardigen. In de winkel staat gegoten serviesgoed van vormgevers/keramisten als Frans Ottink en Erik-Jan Kwakkel prominent in de vitrines.

Ook de keramiek zelf is veranderd. Haak: “Tien jaar geleden was de trend nog eerlijk handwerk. Alles in de winkel was zwart en grijs. Nu is het één en al kleur.” Technische vernieuwingen spelen daarbij ook een rol. Stookte men in de gasovens van vroeger veelal aardewerk dat bruine, beige en groenige glazuren kreeg, met de elektrische ovens van tegenwoordig zijn hogere temperaturen te bereiken. Die maakten de nieuwe trend mogelijk, van steengoed dat wordt beschilderd met engobes (ingekleurde slib). Daarmee zijn veel meer kleuren binnen het bereik gekomen.

Aan hun omzet merken Haak en Doedens dat de belangstelling voor keramiek langzaam toeneemt. Anders dan in Duitsland, waar niemand opkijkt als er een handgedraaid servies op tafel verschijnt, of in Engeland en Skandinavië met hun rijke keramische traditie, waren keramiekliefhebbers in Nederland de afgelopen decennia zeldzaam. Haak: “En dat terwijl de Nederlandse keramiek veel spannender en avontuurlijker is dan bijvoorbeeld de Duitse, die nog altijd zwaar ambachtelijk is. Je kunt er in het buitenland heel goed mee tevoorschijn komen.”

De jubileumtentoonstelling in de Oude Kerk bewijst dat. 65 Keramisten kregen het verzoek om werk te maken met als thema 'Delft'. Behalve vooraanstaande buitenlandse keramisten als de Deense Bodil Manz en de Duitse Horst Göbbels deden ook talentvolle, jonge Nederlandse vakgenoten mee. Wietske van Leeuwen perste lapjes zachte klei in mallen van spitse schelpen en ronde perenkontjes, waarmee ze vervolgens, rij voor rij, een dekselpot opbouwde. De peren kregen een geel glazuur, de schelpen een roodbruin patina. Net als bij de schaal die ze samenstelde uit afgietsels van roemervoeten en kussende Delftse boertjes en boerinnetjes zijn vooral de textuur en de kleuren onverwacht.

Er is verfijnd werk van de generatie veertigers en vijftigers: Klaartje Kamermans beschilderde handgevormde kommen met uitvergrote, geabstraheerde hoekdecoraties van Delftse tegeltjes en Marijke van Os boetseerde een geestig spinaziemannetje met Chinese ogen in een pseudo-achttiende-eeuwse Chinees-porseleinen dekschaal. En er is werk van de jongste generatie: Esther Stasse met gegoten blauwe en witte wolkenvazen, Netty Janssens en Mieke Everaet met fijne, ingelegde porseleinen kommen. Dit werk belooft veel voor de de toekomst van de Nederlandse keramiek.