Kleine stap van studiehuis naar coffeeshop

Het ministeriële plan om van de school een 'studiehuis' te maken is enthousiast onthaald. Geen wonder, vindt Ton van Haperen. Het is een elegante manier om van ongemotiveerde leerlingen af te komen. Het 'studiehuis' schaft de schoolklassen misschien af, maar het zal de sociale klassentegenstellingen juist verscherpen.

Het onderwijsbeleid in Nederland is traag en ondoelmatig. Veranderingen in ons bestel worden veelal eerst een tiental jaren in de week gelegd, wat inhoudt dat allerlei vage figuren, variërend van vakbondsbons tot onderwijskundige, zich 'erover buigen'. Na het uitwisselen van rapporten, wat praten en dineren worden de contouren langzaam maar zeker duidelijk. 'Het veld' - zo heten in de notities de mensen die het werk doen - wordt voorlopig met rust gelaten. Het veld heeft het al druk genoeg. Nadat verschillende staatssecretarissen het gepruts meewarig hebben aangekeken, komt er altijd een bewindspersoon die zijn of haar werk serieus neemt en ergens een knoop doorhakt. Je moet in zo'n functie nu eenmaal iets met je naam verbinden. Zo zijn de afgelopen jaren scholen gedwongen tot fuseren, invoering van de basisvorming en 'budgettering'. Scholen zijn door de schaalvergroting in een organisatie geperst die qua structuur zo efficiënt is ingericht, dat kameraad Honecker er jaloers op zou zijn. De gemiddelde leeftijd van het personeel op een middelbare school loopt al gauw tegen de vijftig en de wachtgelden rijzen tegelijkertijd de pan uit. Leraren van onder de veertig scheuren wekelijks in hun afgeragde Kadet heel Nederland door om aan hun uren te komen. Leraren boven de veertig wonen in de villawijk. Kortom, het gaat lekker.

De nieuwste vondst van onze beleidsmakers is de herstructurering van de bovenbouw, de tweede fase, het 'studiehuis'. In 1998 zal die tweede fase ingaan. Deze vernieuwing wordt als onderwijskundige vooruitgang gepresenteerd, maar is, zoals we gewend zijn, een bezuiniging. De invoering van de tweede fase zal de bovenbouw vwo/havo verkleinen. De staatssecretaris vindt dat teveel kinderen het vwo/havo-traject volgen. Ondoelmatige leerwegen noemt zij dat. En daar doet zij wat aan. Minister en een staatssecretaris zijn in deze een team. Hij timmert de universiteiten en hogecholen dicht door er een prijskaartje aan te hangen, dat in geen enkele verhouding staat tot het gebodene. Zij voert het volumebeleid en verzorgt een afname in de toevoer naar het hoger onderwijs. De jongeren die niet mee kunnen komen, mogen meteen aan het werk, dan wel zonder studiebeurs naar het mbo, dan wel zonder enig maatschappelijk perspectief de RWW in. De denivellering van de afgelopen vijftien jaar in de inkomens wordt nu consequent doorgetrokken naar een verdergaande structurele ongelijkheid in de mogelijkheden tot verwerving van dat inkomen.

Vraag is natuurlijk, wat verandert er nu precies in die bovenbouw, of beter: verandert er wel iets? Waarschijnlijk wel, de zittende bovenbouwleraren hebben wel trek in het studiehuis en het is lang geleden dat deze mensen trek hadden in iets wat met onderwijs te maken heeft. Docenten die juichen bij een wettelijk besluit, dat moet haast wel consequenties hebben. De invoering van de tweede fase zal volgens de propagandisten twee gevolgen hebben. De manier van lesgeven wordt anders en daarmee samenhangend schaft men het klassikaal onderwijs af. De leerling wordt actief, zelfstandig, de verantwoordelijkheid voor de leerresultaten ligt vanaf 1998 bij de leerling en niet meer bij de leraar. Door de leerling vanaf zijn - dan wel haar - vijftiende jaar universiteitje te laten spelen, zal de doorstroming van de middelbare school naar het hbo, dan wel het wetenschappelijk onderwijs, soepeler verlopen.

Van de voorgestelde onderwijskundige veranderingen hoeft niemand te schrikken. Voor zover deze nog niet zijn ingevoerd, door de docenten zelf, zijn ze een verbetering. Mevrouw Netelenbos leeft nog steeds in de veronderstelling dat leraren uur in uur uit, tegen volle klassen, vijftig minuten aan één stuk door, over de hoofden van de arme leerlingen heen, frontaal staan te doceren. Ze zou het zelf eens een les of zeven achter elkaar moeten proberen, dan zou ze er spoedig achter komen dat dat gewoon niet gaat. Het lukt die leerlingen niet, en als leraar kunnen ze je na twee weken in een dwangbuis afvoeren. Een dagenlang verblijf in een ruimte met een dertigtal jonge mensen, elke vijftig minuten veranderend van samenstelling, zonder ook maar enig wederzijds contact, interactie, ontwikkeling - dat is niet vol te houden.

Het spreekt voor zich dat kennis het best door de leerling zelf kan worden verworven. En uiteraard moet een leraar niet bezig zijn met het geven van kant en klare uitkomsten. Alles wat die leerling zelf doet, probeert, ontdekt, is beter dan dat hij enkel nadoet. Nadoen kunnen apen ook en wij mensen denken nu eenmaal dat we beter zijn. Dat leerlingen op andere vaardigheden worden getoetst, zoals papers schrijven, referaten houden, onderzoekjes doen... Uitstekend!

Maar het gaat mis op het moment dat hieruit de schijnbaar logische, organisatorische, conclusie getrokken wordt dat de leerling niet meer in een klas hoeft te zitten. Het afschaffen van verplicht klassikaal onderwijs in de bovenbouw is iets waar het gros van de leraren en de leerlingen het mee eens is. De leraren vinden het heerlijk. De gemiddelde bovenbouwleraar staat al een jaar of twintig aan dezelfde school en hij is het onderhand wel zat, het getrut en gezeur. De ranzige leerlingen wil hij kwijt, in voorspelbaar verlopende conflicten heeft hij geen zijn meer, hij wil ervan af. En dat kan in de tweede fase, die ruimte wordt geboden. Een leerling voor je les winnen is niet meer nodig, als die leerling van zestien jaar geen trek heeft, is dat zijn eigen keuze, de afrekening komt op het eind van het jaar wel. Mensen die niet willen, kunnen naar de coffeeshop. De leerling is eveneens een voorstander van meer eigen verantwoordelijkheid op school, meer persoonlijke vrijheid, daar is geen enkele scholier tegen. Op terreinen als seksualiteit en het gebruik van genotsmiddelen wordt hij reeds als een volwassene behandeld, daar kan het innemen van kennis ook nog wel bij.

Eigen verantwoordelijkheid voor de leerling, het lijkt zo mooi. De leerling raakt gemotiveerd, kiest voor leren. Wat een onzin! Leren is geen korte termijn-kick. Leren is een lange termijn-investering die vaak heel moeilijk op te brengen is. Leren doet pijn! En hoe jonger je bent, hoe moeilijker het is. Voor alle jongeren liggen de korte termijn-verleidingen op de loer. Als het niet gaat op school dan is het heel makkelijk om je te verliezen in een verliefdheid, de subcultuur van de coffeeshop, de kale kop van de housers of gewoon ordinair de kroeg in. Het zijn onduidelijke tijden voor de jeugd en als je dan ook nog eens op school met vermoeide leraren te maken krijgt die als antwoord hebben, ga maar in de kantine zitten, dan wordt het er niet vrolijker op. Een koudere en contactarmere oplossing is er niet. Een modale leerling op vijf-vwo een week of zes uit de les laten betekent minimaal doubleren. Wordt er niks aan zijn gedrag gedaan, en waarom zouden we, het is per slot van rekening zijn eigen verantwoordelijkheid, dan eindigt hij op de mavo. Overigens, dat doubleren zal waarschijnlijk niet eens mogen in het studiehuis... Te duur!

Kinderen uit hogere milieus zullen niet zo'n moeite hebben met veranderingen in het onderwijs. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo. Ook deze adolescenten hebben hun korte termijn-verleidingen, maar pa weet daar wel iets op. Zoals hij een Heras-hekwerk om zijn landgoed koopt, zo koopt hij in de vorm van bijles de bewaking voor zijn verveelde hasj-rokende zoon. Mocht dit niet afdoende zijn, dan rest altijd nog de rechter, om zo de school op haar verantwoordelijkheid te wijzen en als laatste vangnet zal er binnen nu en tien jaar vrijwel zeker een circuit van particulier onderwijs ontstaan waar Jan-Willem terecht kan. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Maar John, die vrijdagavond met zijn maten lam van de Bavaria op de bank ligt, als pa thuis komt uit de avonddienst, kan het wel schudden. Wanneer pa vraagt: “Wat heb je gedaan van de week?” en John begint over zijn biljartgemiddelde dat aan het stijgen is. Eigen keuze, eigen verantwoordelijkheid, dat vinden zijn leraren ook. Dan zal de ouwe na het zien van het rapport niet lang aarzelen. “Ga maar werken, bij een baas die wel zegt wat je moet doen.”

Zelfverwerkelijking, zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid zijn middenklasse-termen. Mensen in die klasse voeden hun kinderen met die woorden op. Mensen in die klasse zullen ook eerder bereid zijn zelf tijd in de scholing en de begeleiding van hun kinderen te steken. Mensen uit lagere milieus hebben niks met die woorden, zij kunnen hun kinderen niet helpen, zij hebben het overzicht niet. Iedereen in het onderwijs weet dat.

Het is dan ook ronduit schokkend te moeten constateren dat dezelfde idealisten uit de jaren zeventig, die pleitten voor middenscholen, langdurige heterogene brugperiodes, dat deze mensen, nadat ze hun eigen kinderen nog snel even op de universiteit gepleurd hebben, nu het nog kan... dat deze mensen het nooit meer hebben over de kansenongelijkheid in de samenleving en de rol van het onderwijs daarin. Sterker nog, het boeit ze voor geen meter! Als de vijftigers voor de klas zelf maar wat meer rust krijgen! Daar zit kennelijk de winst.

Dat laatste is de enige verklaring voor het enthousiasme van onze bovenbouwleraren voor de invoering van de tweede fase... en dat is een slechte zaak. Op het moment dat het onderwijs de sociale mobiliteit belemmert krijgen we een liegende samenleving en als een samenleving niet meer doet wat ze zegt, zegt wat ze doet... dat heet verval.