Kinderen Irene ingelijfd bij adelstand van Nederland

DEN HAAG, 21 MEI. De vier kinderen van prinses Irene zijn bij Koninklijk Besluit ingelijfd in de Nederlandse adel als prins of prinses de Bourbon de Parme, met het predikaat Koninklijke Hoogheid. Dit is gebeurd op verzoek van de kinderen zelf, zo heeft de Rijksvoorlichtingsdienst meegedeeld.

De inlijving is verlopen volgens de regels van de Wet op de Adeldom. Volgens deze wet kunnen alle personen die behoren tot de adel van een andere staat - met een vergelijkbaar adelsstatuut - bij naturalisatie op verzoek worden ingelijfd in de Nederlandse adel. De staatsrechtelijke positie van de kinderen van Irene verandert er niet door. De vier behoren niet tot het Koninklijk Huis en zijn uitgesloten van erfopvolging, omdat prinses Irene in 1964 met Carlos Hugo de Bourbon de Parme trouwde zonder toestemming van de Staten Generaal.

De kinderen Carlos, Jaime, Margarita en Maria Carolina werden altijd al aangeduid als Zijne of Hare Koninklijke Hoogheid de Borbon de Parma (de Spaanse titel die via hun vader op hen is overgedragen). Ze staan als zodanig vermeld in de staatsalmanak en het bevolkingsregister van Nijmegen, waar ze zijn geboren. Ze hadden dus wel adellijke titels, maar stonden niet ingeschreven in de Nederlandse adelstand.

“De inlijving is een louter administratieve handeling”, aldus O. Schutte, secretaris van de Hoge Raad voor de Adel in Den Haag. “De titel kan nu officieel op notariële akten of in het paspoort worden gevoerd.” Het bijzondere is dat er in Nederland een adellijke familie is ontstaan (de Bourbon de Parme) met de titel prins of prinses en het predikaat Zijne of Hare Koninklijke Hoogheid. Tot nu toe kende de Nederlandse adelstand alleen de titels ridder, baron en graaf; en geen markies, hertog of prins.

Sinds 1953 is het niet meer mogelijk om als burger in de adelstand te worden verheven op grond van bijzondere verdiensten. Erkenning - dat iemand van oude Nederlandse adel is, en inlijving op grond van buitenlands adeldom kan nog wel. Artikel 8 van de Wet op de Adeldom bevat een overgangsregeling.