Programmering van Haanstra-cyclus een chaos

Niet voor niets heeft het Nederlands Fonds voor de Film besloten de eerste oeuvreprijs van 100.000 gulden - een onderscheiding die voortaan tweejaarlijks wordt uitgereikt - toe te kennen aan Bert Haanstra.

“Met zijn grote variëteit aan films heeft Haanstra gedurende tientallen jaren een groot publiek aan zich weten te binden”, aldus de motivatie. Nog altijd prijken twee van zijn succesprodukties op de top-tien van de best bezochte Nederlandse films aller tijden: de charmante komedie Fanfare op nummer twee met 2.635.178 bezoekers en de verborgen-camera-film Alleman op nummer acht met 1.663.734 bezoekers. Kom daar nu eens om, om zulke aantallen.

Niet voor niets ook zendt de KRO, met Haanstra's tachtigste verjaardag op 31 mei in zicht, deze maand een retrospectief van zijn films uit. De helft is al voorbij; aanstaande woensdag volgen nog de apendocumentaire Chimps onder elkaar en de Carmiggelt-hommage Vroeger kon je lachen, op woensdag 29 mei Monument voor een gorilla en Dokter Pulder zaait papavers en op zaterdag 1 juni Fanfare, gevolgd door de met een Oscar bekroonde documentaire Glas.

Maar wie heeft er tot dusver enige ordening of logica in herkend? Niemand, denk ik. Wie een retrospectief samenstelt - en op de Nederlandse televisie gebeurt dat tòch al nauwelijks - zal in de eerste plaats een herkenbaar uitzendtijdstip en een chronologische of thematische rangschikking maken. Bij de KRO echter niets van dat alles. Het laatste filmpje in de rij dateert uit 1959 en is in het oeuvre weliswaar een internationaal erkend hoogtepunt, maar als apotheose maakt het een wonderlijke indruk. En wáár is de herkenbaarheid van dag en tijdstip? Nergens. De zaterdagmiddag, de zaterdagavond, de woensdagse vooravond, de woensdagavond - op al die momenten, maar soms ook weer niet, worden de Haanstra-films uitgezonden. Geen mens die er de klok op gelijk kan zetten, geen kijker die er intussen vast op kan rekenen.

Een flagrant voorbeeld van deze slordige programmering was vorige zaterdag de uitzending van de komedie De zaak M.P. uit 1960. Tot dusver heeft Haanstra altijd verboden die film op de televisie te vertonen, omdat het één van de weinige uitgesproken mislukkingen uit zijn carrière is geweest. Nu mocht het, in het kader van dit retrospectief, eindelijk wel. De KRO had er derhalve een regelrechte televisie-primeur mee. En wat doet men? Men zendt het curiosum op zaterdagmiddag uit, zo onopvallend mogelijk.

Ik had me voorgenomen de film die middag op video op te nemen, en was dat zaterdag vanzelfsprekend allang weer vergeten. Alleen een uiterst gelukkig toeval (in de gracht voer, een half uur vóór de uitzending, een fanfareorkestje op een schuit voorbij dat me deed denken aan Fanfare) bracht me het voornemen weer in gedachten. Daardoor weet ik nu dat De zaak M.P. inderdaad een misser was, weliswaar met een aardige intrige, maar ontsierd door de volkomen ongeloofwaardige nep-Vlaamse tongval van Nederlandse coryfeeën als Ko van Dijk en Albert Mol.

Zo spelen grote delen van dit Haanstra-retrospectief zich dus half in het verborgene af, niet consequent geprogrammeerd op een vaste dag en een vaste tijd. Ongetwijfeld zullen de kijkcijfers dan ook tegenvallen, met als gevolg dat een programmaleider zegt: voortaan moesten we er maar niet meer aan beginnen, aan zo'n retrospectief.