Judoploeg Atlanta mist uitgesproken medaillefavorieten

DEN HAAG, 17 MEI. Nederland heeft na Geesink, Ruska, Numan, Spijkers en Meijer een naam hoog te houden in het mannenjudo. Maar voor de komende Olympische Spelen staan er geen echte favorieten voor de medailles klaar. Of misschien kan Mark Huizinga voor een verrassing zorgen. Hij stapte in oktober vorig met succes over naar een zwaardere gewichtsklasse. “Ik geniet er nog steeds van”, zegt de 23-jarige judoka die gisteren bij de Europees kampioenschappen de halve finale bereikte.

Vroeger leverde Huizinga vooral strijd met de kilo's. Voor elke wedstrijd moest hij zorgen dat hij op gewicht was. Dat betekende steeds zes à zeven kilo vermageren. “Ik was altijd meer met afvallen bezig dan met het judo zelf. Ik was altijd maar aan het rekenen.”

Hij had leed bovendien aan een grote honger en moest op een wedstrijddag weleens in warm bad en de sauna gaan zitten om het laatste overgewicht kwijt te raken. Die tijd is voorgoed voorbij. Hij kan nu onbeperkt bruine boterhammen met kaas eten.

Huizinga bleef zo lang in de gewichtsklasse tot 78 kilo hangen, omdat hij daarin meer kans zou hebben op succes. Na het mislukte WK van vorig jaar besloot hij na overleg met trainer Chris de Korte tot de verandering. Hij begon in het middengewicht aan een inhaalrace. Nederland is sterk vertegenwoordigd in deze klasse. Maarten Arens werd vorig jaar in Birmingham nog Europees kampioen, maar hij mocht zijn titel in Den Haag niet verdedigen omdat Huizinga de afgelopen maanden betere resultaten boekte. Ook Alex Smeets greep er naast. Hij staat op de Europese ranglijst maar vlak onder zijn collega uit Hoogvliet.

Huizinga werd in november Nederlands kampioen en eindigde bij internationale A-toernooien drie keer als derde en één keer, in maart in Rome, als eerste. Hij deed aan veel wedstrijden mee om de tegenstanders in zijn nieuwe klasse te leren kennen. “Je kan ze wel op video bekijken en analyseren, maar het is belangrijk om ze allemaal een keer in handen te hebben gehad. Je moet ze voelen”, aldus Huizinga.

Het is in de klasse tot 86 kilo iets anders judoën dan in die tot 78. “Er is verschil in kracht. Er staat gewoon meer spiermassa tegenover je”, aldus Huizinga. “Dat maakt het allemaal wat statischer. In de lichtere klasse gaat het soepeler en sneller. Dat heb ik nu nog wel. Ik trek dus voordeel uit mijn verleden.”

Hij won gisteren in de Haagse Houtrusthal alle drie keer overtuigend met ippon, van een Spanjaard, een Fin en een Duitser. Tegen die laatste, Sven Helbing, sloeg Huizinga pas in de laatste minuut toe. Vroeger had hij juist altijd grote problemen in de slotfase van een wedstrijd omdat hij door het vele afvallen kracht en energie miste. “Dan stond ik steeds op de klok te kijken.”

Huizinga had het goede EK-resultaat niet meer nodig om zeker te zijn van de Olympische Spelen. Voor de buitenwereld was dat nog niet helemaal duidelijk, maar de judoka had zelf vooraf al uitgerekend dat hij op de Europese ranglijst in het slechtste geval niet lager kon zakken dan de achtste plaats. En ook die zou nog voldoende zijn voor uitzending naar Atlanta.

“Het was even een beetje rekenwerk, maar het is fijn om te weten dat ik me geen zorgen hoef te maken. Ja, ik heb het ook nog een keer nagerekend. Ik heb altijd wat met cijfers gehad. Ik hou alles bij.”

Mark Huizinga houdt zich nu nog niet bezig met Atlanta. “De Olympische Spelen komen er vanzelf aan. Dat is van later zorg.” Hij zou morgen graag eerst Europees kampioen worden. “Dat is toch een hele mooie titel.”