Twee Gouden Palmen niet uitgesloten

CANNES, 15 MEI. Er is maar een Gouden Palm te verdienen op het festival van Cannes, maar die mag wel ex aequo aan twee films worden toegekend, zoals voor het laatst in 1993 gebeurde. Ook dit jaar is het gezien de hoge kwaliteit van de competitie geen ondenkbaar resultaat. Het wordt ook dringen voor de prijs voor de beste actrice (geen Gouden Palm dus, zoals vaak abusievelijk wordt geadverteerd). Ik weet al drie kandidaten, en daar hoort niet Gong Li bij, die er al zo lang op hoopt. Haar vlakke hoofdrol in Chen Kaige's teleurstellende Hongkongproduktie Temptress Moon (Fengyue), een onder de beeldenpracht van cameraman Christopher Doyle bezwijkend drama over incest, chantage en opium in de eerste jaren na de val van het Chinese keizerrijk (1911), is een tegenvaller.

De Engelse Emily Watson in haar eerste filmrol in Breaking the Waves (zie elders op deze pagina) is favoriet, maar Lars von Triers film is ook al een belangrijke kanshebber voor de Gouden Palm, en festivaldirecties dringen er vaak bij jury's op aan geen prijzen op te stapelen. Een zelfde soort dilemma doet zich voor bij Mike Leighs Secrets & Lies; Brenda Blethyn speelt daarin voortreffelijk een slonzige Londense huisvrouw die twee keer het leven schonk aan een dochter van een alleen aan de moeder bekende vader. Met de jongste van 21 vormt ze een ongemakkelijk huishouden; de oudste van 28 werd bij de geboorte afgestaan voor adoptie, zonder dat de moeder haar nog gezien had. Secrets & Lies begint met de begrafenis van de adoptiemoeder, waarna de dochter op zoek gaat naar haar natuurlijke moeder. Een van de complicaties, maar niet eens de belangrijkste, is dat de dochter zwart is en de moeder blank. Leigh, de maker van bewonderde films als Bleak Moments en Naked, creëert door zeer lange repetities met zijn acteurs altijd een bijzonder authentiek universum, dat emoties intensiveert en de binnenkant laat zien van de in film weinig verkende levens van gewone mensen. Secrets & Lies, een pleidooi tegen hypocrisie en de leugenachtigheid van 'familiegeheimen', is zijn beste en meest toegankelijke film tot nu toe. De derde kandidaat voor de prijs voor beste actrice is de Amerikaanse Frances McDormand, die ooit een Oscarnominatie kreeg voor Mississippi Burning, en vaste gast is in de films van de broers Joel (regie) en Ethan (scenario en produktie) Coen, speelt in Fargo een hoogzwangere politieagent op het platteland van Minnesota. Haar laconieke blijmoedigheid en goedheid sluiten niet uit dat ze een stel doortrapte boeven opspoort. Het Scandinavische accent en de boerenslimheid van McDormand zorgen voor hilarische scènes.

In het oeuvre van de Coens, meesters van de ironische variatie op genrefilms (Barton Fink, The Hudsucker Proxy), betekent Fargo een ommekeer. Het is hun eerste realistische film, een misdaadkomedie gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal en gesitueerd in de sneeuw van hun geboortestaat. Door de intense goedheid van de heldin, die tussen de middag naar huis gaat om met haar man over vis-aas te keuvelen, introduceren ze een contrapunt voor de gewelddadigheid van het verhaaltje en dragen zo bij aan de op dit festival te bespeuren trend om het menselijke en alledaagse te herwaarderen ten opzichte van de hegemonie van het gestileerde kwaad. Of zoals Lars von Trier in een toelichting schreef: “Tot nu toe heb ik met mijn films willen bewijzen dat het Kwaad bestaat. Dit keer wilde ik laten zien dat het Goede er ook is.”