Componisten grijpen terug op de romantiek

Concert: Nederlands Balletorkest o.l.v. Stefan Asbury met Elena Vink (sopraan). Gehoord: 14/5 Beurs van Berlage, Amsterdam. Opname VPRO voor Radio 4.

Waarom schoot meermalen de naam van Ed de Boer door mij heen toen het Nederlands Balletorkest zich wijdde aan nieuwe veeleisende werken in het Project Jonge Componisten 1996? De Boer componeert in een idioom dat sterk herinnert aan dat van Mahler en Sjostakowitsj, en hoewel het project het motto 'Prélude op de 21ste eeuw' draagt, klonk ook hier vooral neo-romantiek.

Robin de Raaff had daartoe ook enige reden, gehoord de titel van zijn driedelig In Memoriam Dimitri Shostakovich in een zetting voor orkest met soliërend kwartet van twee trompetten en twee hoorns, opgesteld in een ruimtelijke dialoogvorm. Marsachtig elan overheerst, gevat in grote bogen die op zichzelf goed worden volgehouden - met het derde deel als een intensivering van het eerste, zowel in tempo (sneller) als gelaagdheid (dichter). Wát een stoplappen aan tremolerende figuren!

Ook De Reis van Anton Havelaar voor groot symfonie-orkest met onder meer drievoudig bezette blazers en het nodige slagwerk loog er niet om. Er zijn enkele aan de minimal music herinnerende figuraties zoals steeds verder uitlopende blazersslierten, maar ook deze partituur is in hoge mate voorspelbaar neo-romantisch: het slagwerk klinkt dreigend, de strijkers lyrisch. Wel treft de fantasie in orkestrale details.

Bart de Kemp daarentegen schreef een ritmisch dansant Between Nightbar and Factory, dat alleen al door de kamerbezetting (slechts zeven blazers, vijf strijkers, slagwerk en piano) elke oververzadigde romantische tutti-klank ontbeert. Het leukste eruit herinnert aan Louis Andriessens De Stijl: prikkelend swingend, zij het weinig afwisselend in gelijk opgaande stemmen, al treft ook hier een boeiende instrumentatie van het soort dat vroeger durchbrochene Arbeit heette: met het melodisch materiaal verdeeld over de instrumenten.

Ook Peter S. Adriaansz' Chant Negatif herinnerde in een zetting voor groot strijkorkest, slagwerk en sopraansolo aan het verleden: aan de sfeer van Satie's Socrate ('blank en puur als de oudheid'), maar ook aan de extatische Messiaen en meer eigentijdse Franse componisten. Adriaansz' muziek boeit door dubbele bodems, door een wel degelijk heel eigen, moeilijk te omschrijven sfeer.

Chant Negatif vormt een onderdeel van een grote anderhalf uur durende cyclus Chants Monotones en toont zich vooral uiterst kwetsbaar: zeer hoog en zeer ijl, overwegend meditatief waar meer nerveuze passages niets aan afdoen. Steeds worden binnen een rituele context diverse aspecten uitgelicht en als het ware onder de microscoop gehouden, op hun details belicht.

De exotische kleurenpracht met gongs is treffend, alleen de windmachine klinkt mij te pittoresk: alsof Richard Strauss verzeild raakte in een partituur van de mystieke Claude Vivier. Maar wanneer een vogelfluitje klinkt als afwisseling met de zangstem - de partituur vermeldt één Nightingale en vier Birdwhistles - houd je de adem in: dat werkt wel degelijk uitstekend.

Adriaansz houdt van een zachte trance-beweging in een vredestichtende muziek, waarin wel degelijk ruimte is voor expressie, zij het dat deze onmiddellijk wordt tegengesproken, opgeheven zo men wil, door strikte gelijkmatigheid. Waar anderen zich expliciet uiten met als gevolg dat je al spoedig op je horloge gaat turen, blijft Adriaansz intrigeren.