Basisscholen zoeken heil bij Vlaamse staat

De twee Nederlandse basisscholen in België zoeken hun heil bij de Vlaamse overheid. Tot nu toe worden ze door de Nederlandse overheid betaald, maar anderhalf jaar geleden besloot minister Ritzen (Onderwijs) - tot ontzetting van ouders en leerkrachten - de jaarlijkse subsidie van 2,5 miljoen gulden aan de scholen stop te zetten, met ingang van 1999. De scholen hebben zich nu aangemeld bij het Vlaamse ministerie van onderwijs, om hier al per september in aanmerking te komen voor erkenning en bekostiging.

De Burgemeester Marnixschool in Antwerpen (bijna 200 leerlingen) en de Brusselse Prinses Julianaschool (120 leerlingen) waren de enige scholen in het buitenland die volledig door de Nederlandse overheid worden gefinancierd. Maar waarom zou de Nederlandse belastingbetaler eigenlijk voor de twee basisscholen in België moeten opdraaien? “Een overbodige luxe”, oordeelde het ministerie van onderwijs, dat na stopzetting van de subsidie wel jaarlijks 1.000 gulden per leerling zou blijven betalen, zoals dat geldt voor alle Nederlandse scholen in het buitenland. Voor de rest zouden de scholen moeten aankloppen bij particulieren of het bedrijfsleven.

De scholen stapten in plaats daarvan naar het Vlaamse onderwijsministerie. “De aanvraag voor erkenning en subsidiëring is inmiddels aangekomen en onderzocht”, meldt een woordvoerder van het Vlaamse ministerie. “Op basis van de beschrijvingen en de leerplannen blijkt dat ze in aanmerking kunnen komen. Het wachten is nu nog op een uitspraak van de onderwijsinspectie.” Voorzitter Puyenbroek van het bestuur van de Prinses Julianaschool voorziet geen problemen: “De scholen hebben immers een gezonde levenskans.”

De twee basisscholen moeten voortaan wel de Vlaamse onderwijswet respecteren. Dat betekent dat ze een van de twee vrije middagen moeten opgeven en dat ze moeten voldoen aan de Vlaamse eindtermen. Het basisonderwijs in Vlaanderen is relatief autonoom, mits die eindtermen gehaald worden. Volgens een woordvoerder van het Vlaamse ministerie verschillen die overigens niet veel van de Nederlandse kerndoelen. Ook bestuursvoorzitter Puyenbroek verwacht dat zijn school “geen echt grote dingen” hoeft te veranderen. Zowel de Nederlandse als de Vlaamse onderwijsinspectie zal de scholen begeleiden. Nederlandse feesten als Koninginnedag zullen ook in de toekomst zo veel mogelijk gevierd worden. Als de scholen de Vlaamse wetgeving gaan volgen, zal overigens de Nederlandse subsidietoezegging van 1.000 gulden per leerling per jaar 'op termijn' vervallen, aldus een woordvoerder van het Nederlandse ministerie, “ook al lijkt het onderwijs dan nog zo veel op het Nederlandse basisonderwijs”.

Probleem bij de overname van de basisscholen vormt het salaris van de Nederlandse leraren. Ondanks de Europese Unie, tellen Nederlandse dienstjaren niet in Vlaanderen en de leraren zouden er financieel flink op achteruit gaan. Om de loonderving te compenseren wordt gebruik gemaakt van de bruidsschat die Ritzen de scholen in ieder geval meegeeft: een eenmalige uitkering van vier volledige subsidiejaren. De buitenlandtoelage die de leraren nu genieten wordt wel geleidelijk afgeschaft.

Mogelijk krijgen de Nederlandse scholen binnenkort te maken met een grote toeloop van Belgische kinderen, die zij niet kunnen weigeren als ze door de Vlaamse overheid gesubsidieerd worden. Nu is nog zo'n 50 procent Nederlands op de Marnixschool en 80 procent op de Julianaschool. Vooral in Brussel zijn Nederlandstalige scholen in trek bij Franstalige ouders. Puyenbroek voorspelt dat de Julianaschool, die een maximumcapaciteit heeft van 150 leerlingen, een strikt aannamebeleid zal voeren. “Kinderen moeten goed Nederlands spreken en de protestantschristelijke grondslag onderschrijven.” In België bestaat een mogelijkheid voor zo'n selectie. De joodse school in Antwerpen mag het ook.

Vooral voor de Brusselse Julianaschool kan Vlaanderen het voordeel inzien van ondersteuning: ieder Nederlandstalig bolwerkje is welkom in de grotendeels Franstalige Belgische hoofdstad. Hoewel de woordvoerder van Onderwijs relativeert: “Het gaat ons wel meer kosten, hè.” De Antwerpse Burgemeester Marnixschool heeft als voordeel, zo benadrukt directeur Van der Meer, “dat het een meerwaarde heeft als Vlaams-Nederlandse samenwerkingsschool.” De Marnixschool, opgericht in 1926, is sinds enige jaren gevestigd in de Antwerpse randgemeente Schoten. Net als de Prinses Julianaschool, die negentig jaar bestaat, is de Marnixschool van oorsprong protestants-christelijk.