Italie: Dichten van de kloof met EU heeft voorrang

Het financieel-monetaire beleid van Italië wordt beheerst door het schrikbeeld dat de kloof met de rest van de Europese Unie onoverbrugbaar groot wordt, maar niet iedereen is ervan overtuigd dat dat te voorkomen is.

Vergrijzing en sociale voorzieningen zijn belangrijke thema's in het publieke debat, maar ze worden overschaduwd door Europa. Als Italië ook op termijn de monetaire aansluiting met landen als Duitsland en Frankrijk mist, dreigen die andere problemen helemaal onoplosbaar te worden.

Deelname aan de eerste fase van de Economische en Monetaire Unie lijkt uitgesloten voor Italië. Maar ook als het land een paar jaar later wil aankoppelen, moet er zeer ingrijpend worden bezuinigd. Economen noemen cijfers van zestig, zeventig miljard gulden, een paar jaar achter elkaar.

Veel politici vragen zich af of èn het land èn zijzelf zulke ingrijpende bezuinigingen kunnen overleven. Sociale onrust is verzekerd als er wordt gesneden waar er moet worden gesneden. Een nog open vraag is hoeveel krediet de vakbonden het komende kabinet willen geven, waarin voor het eerst sinds de oorlog de ex-communistische Democratische Partij van Links is vertegenwoordigd.

Kandidaat-premier Romano Prodi moet een gigantische inhaalmanoeuvre maken. In het oude bestel, toen christen-democraten en socialisten de regie hadden, zijn de meeste problemen vooruitgeschoven. De drie hoofdtaken van Prodi zijn bezuinigen, privatiseren en reorganiseren, en dat binnen het kader van het slepende probleem van Zuid-Italië, waar de werkloosheid kan oplopen tot boven de 60 procent. Pas sinds 1993 wordt er serieus bezuinigd, al waren de meeste bezuinigingen conjunctureel. De eerste grote structurele ingreep was de pensioenhervorming van vorig jaar, door premier Dini opgesteld in samenspraak met de vakbonden. Nu al blijkt dat die niet ver genoeg gaat. Ook in de begroting heeft Dini zich verrekend. Prodi krijgt als erfenis een tegenvaller van vijftien miljard gulden. Extra inkomsten kunnen komen uit privatisering en uit strijd tegen de belastingontduiking.

Drie factoren geven Prodi nog een beetje hoop. Rentedaling door een sterkere lire scheelt de schatkist tientallen miljarden guldens per jaar. De industriële produktie stijgt meer dan in andere landen. En reorganisatie van de enorm inefficiënte overheidssector biedt ook een goed perspectief op lagere uitgaven.