Schouderklopjes brengen coach in verlegenheid

BLOEMENDAAL, 13 MEI. Landskampioenschap. De magie van het woord liet Maurits Hendriks maar niet los. “Het heeft iets heiligs. De klank van het woord vergroot de betekenis. Lands-kam-pi-oen-schap. Wat mij betreft absoluut een van de mooiste woorden uit de Nederlandse taal”, sprak de eerstejaars hockeycoach van HGC zaterdag in zijn voorbeschouwing op de eerste van de twee finalewedstrijden tegen Bloemendaal.

Ruim 24 uur later leek de roes van de overwinning, de roes van het landskampioenschap, volledig voorbij te gaan aan Hendriks (35). Temidden van alle euforie maakte de coach met de onafscheidelijke baseballcap en de tong op het hart een beduusde, bijna verlegen indruk en vond hij na afloop zowaar een moment van bezinning. “Van al die felicitaties en schouderklopjes word ik een beetje introvert. Plotseling besef ik dat het dit seizoen wel heel erg snel is gegaan. Voorlopig blokkeer ik nog niet, maar weet ik dat ik heel hard kan vallen”, aldus de coach die dit seizoen zijn debuut maakte in de hoofdklasse.

Nadat HGC ruim een week geleden op imponerende wijze titelverdediger Amsterdam in de halve finales uitschakelde, rekende het dit weekeinde af met de ploeg die in de reguliere competitie bovenaan was geëindigd. Op de 2-1 van zaterdag volgde gisteren op het snelle kunstgrasveld van Bloemendaal een klinkende 4-1 overwinning voor ruim vierduizend toeschouwers. Daarmee maakte het zelfbewuste team uit Wassenaar een einde aan de ongeslagen reeks die de thuisploeg dit seizoen onder leiding van de afzwaaiende coach Pieter Offerman neerzette aan de voet van 't Kopje.

Zes jaar geleden behaalde de HOC Gazellen Combinatie de eerste en tot gisteren laatste landstitel in de clubgeschiedenis. In de daaropvolgende seizoenen waren de verwachtingen elk jaar hooggespannen, maar de spelers en begeleiders wisten de belofte niet in te lossen. Niet de mannen, maar de vrouwen hielden de faam en trots van de Wassenaarse club hoog. Afgelopen jaar eindigde het mannenteam van HGC als zesde.

De belangrijkste oorzaak van de tegenvallende prestaties waren volgens Stephan Veen, tegen Bloemendaal een van de uitblinkers, de vastgeroeste structuren binnen de club. “HGC heeft te lang voortgeborduurd op de inbreng van routiniers zoals Gijs Weterings. Op hen was het spelconcept jarenlang bijna automatisch afgestemd”, aldus de rechtermiddenvelder, samen met Marc Delissen en Jan-Willem Neuberg de enige van het huidige team die deel uitmaakte van het kampioenselftal van 1990.

Geholpen door het vertrek van vijf oudgedienden brak de club afgelopen zomer onder aanvoering van 'buitenstaander' Hendriks resoluut met het verleden. De voormalig assistent van Amsterdam, vijf seizoenen lang de steun en toeverlaat van coach Joep Brenninkmeijer, volgde Frank Streeder op en kreeg bij zijn aanstelling de vrije hand van de clubleiding. “Daaruit bleek meteen dat HGC een topclub is. Het bestuur liet mij vrij om mijn doelstellingen te verwezenlijken en stelde daartoe alle middelen beschikbaar.” Hendriks wijdde zich fulltime aan de hockeysport en formuleerde een vastomlijnde doelstelling: aansluiting vinden bij het tactisch-technische spelniveau van Amsterdam en Bloemendaal. “Toen ik bij HGC kwam, constateerde ik een vastgeroest spelsysteem met voorspelbare lijnen tussen het middenveld en de aanvalslinie. Daar heb ik mijn visie op losgelaten.”

Om zijn plannen kracht bij te zetten paste hij diverse jeugdspelers in, onder wie de enige nieuweling Bram Lomans, overgekomen van het gedegradeerde Push uit Breda. Bovendien ontnam hij grand old man Delissen de aanvoerdersband ten gunste van Veen en kregen beide internationals een nieuwe rol toebedeeld. Veen zakte een linie van de rechterspitspositie naar die van rechtermiddenvelder terwijl Delissen een linie naar voren opschoof en voortaan als hangende spits moest optreden.

Gevolg van de omzettingen en inpassingen was een soepel draaiend, uitgebalanceerd en vooral effectief opererend team dat vanaf de seizoensstart bovenin meedraaide. In het tweeluik met zowel Amsterdam als Bloemendaal vormden de geslepen routiniers Veen, Delissen en Neuberg samen met doelman Guus Vogels en middenvelder Erik Cornelissen de ruggegraat van de meest trefzekere ploeg uit de hoofdklasse. “Een succesvolle mix van jong en oud, met daarbij een paar spelers die in een wedstrijd wat meer kunnen”, volgens Delissen.

Bovendien verfijnde Hendriks, sinds december ook assistent-coach bij het Nederlands elftal, in de loop van het seizoen de befaamde strafcorner van Lomans. De 21-jarige Brabander, gisteren verblijd met een invitatie voor het nationale team, scoorde in de reguliere competitie 26 keer en voegde in de finaleronde vier doelpunten toe aan zijn seizoenstotaal. In de dubbele ontmoeting met Bloemendaal bleek de sleeppush ondergeschikt aan doelgerichte, effectieve aanvalsspel. Waarmee HGC in één keer afrekende met het vooroordeel voornamelijk afhankelijk te zijn van de ingevingen van Lomans vanaf de cirkelrand.

Hendriks kwam, zag en overwon, heette het gisteren na afloop. “Dat mag dan misschien zo zijn of lijken, vergeet niet dat ik veel te danken heb aan mijn begeleidingsteam. Ik heb het niet alleen gedaan. Bij Amsterdam kreeg ik wel zo nu en dan wel het gevoel dat maar één iemand verantwoordelijk was voor de prestaties.”

“Voor mezelf is deze titel als ik heel eerlijk ben geen verrassing, omdat ik al tien jaar professioneel bezig ben met hockey. Maatschappelijk wordt dat niet geaccepteerd, zo van: hij heeft niks anders, hij heeft alleen het hockey. Maar ik ben van mening dat wie op sportief vlak presteert ook maatschappelijk presteert. Alleen is de realiteit waarschijnlijk dat ik over tien jaar zonder pensioen zit.”