Stencils op Internet

Het Internet, zegt men, heeft als nadeel dat alle informatie ongekwalificeerd op het net wordt gekwakt, zonder dat de raadpleger (of netsurfer, zo men wil) ook maar enigszins inzicht heeft in de criteria van selectie, of betrouwbaarheid. Maar de Nederlandstalige literaire tijdschriften die via het World Wide Web van Internet te raadplegen zijn, lijden voor een groot deel aan een nog veel eenvoudiger euvel. Eerder dan de evenknie van gedrukte literaire tijdschriften, zijn ze te vergelijken met de gestencilde of in offset vervaardigde periodiekjes die sommige boekwinkels nog wel eens in voorraad hebben.

De pretenties van de auteurs-redacteuren en het aplomb waarmee zij hun pennenvruchten presenteren, houdt bij dit soort bladen veelal geen gelijke tred met leesbaarheid of belang van de gepresenteerde teksten. Niet dat dit bij gevestigde bladen altijd wel het geval is, natuurlijk. Toch hebben al die krantjes en blaadjes, die veelal aan de schoolkrant herinneren, iets sympathieks, en het is mooi dat offset en software voor grafische opmaak tegenwoordig zo goedkoop is geworden, dat ze er ook nog aardig uit kunnen zien.

Dit alles geldt ook voor literaire tijdschriften op het Internet. Neem nu In de Wildeman (http://www.xs4all/ñikopau/Wildemanintro/html). In een voorwoord, gedateerd maart 1996, vertelt de redactie over het aan de borreltafel ontstane idee, de romantiek van het jongensboek te laten herleven. Dat lukt uitstekend: het verhaal 'Het vreemde evenbeeld' van Niko Paul Bovenberg, over een jongen die opgroeit terwijl hij een grote gelijkenis vertoont met zijn oom, had in een schoolkrant niet misstaan. Ander voorbeeld: TYP (http://www.typ.nl/TYPO1Ztyp-front.html), dat niet alleen maar tekstuele, maar vooral ook typografische pretenties heeft - met als resultaat een indrukwekkende hoeveelheid quasi-literair gefröbel.

Aardig evenwel is het Belgische tijdschrift De brakke hond (http://www.dma.be/p/amphion/brakke-h) dat overigens ook op papier bestaat. De neerlandica Sara Block opent het nummer met een klinkende kritiek op Thomas Rosenbooms roman Gewassen vlees, die zij als 'hysterisch' kenschetst. De redactie kenmerkt zich verder door een verfrissende onwil zichzelf al te serieus te nemen, en doet bijvoorbeeld aan een verhaaltjeswedstrijd (gewonnen door Johan Vandenbroucke).

Het is bij de recensie van web-sites, wellicht omdat de inhoud vaak tegenvalt, gewoonte aandacht te besteden aan opmaak en gebruik van multimedia op het Internet. Bij deze criteria scoort De opkamer (http://www.opkamer.nl/ts/) hoog. Ook hier is het tekstaanbod (verhalen van Max van Norden, Theo Gaasbeek, Panda de l'Isle ea.) niet bijzonder indrukwekkend, maar daar staat een geluidsarchief tegenover, dat ik met mijn apparatuur niet kon beluisteren, maar er indrukwekkend uitziet: Johan Polak over A. Roland Holst, Arnon Grunberg 'doet' een uitbater op de Wallen, A. Roland Holst leest uit eigen werk.

De opkamer wordt dagelijks bijgehouden met een 'citaat van de dag', biedt de lezer de mogelijkheid tot terugschrijven, en heeft als enige van de literaire periodieken op het net een adverteerder, uitgeverij J.M. Meulenhoff. Toch is het geen tijdschrift, met regelmatige afleveringen, maar eerder een zich gestaag uitbreidend bestand aan teksten en andere literaire produkten.

Dergelijke archief-achtige websites zijn er veel op het Internet, waaronder hele aardige. Bepaald prachtig is een archief voor Nederlandse literatuur van voor 1880 (http://www.dds.nl/ljcoster), sympathiek een site voor amateurschrijvers (http://www.xs4all.nl/õkke) of een vrouwenarchief (http://www.reference.be/womweb/index.html), vrij naar Virginia Woolf 'A web of one's own' geheten. Een verdienstelijke liefhebber is zo vriendelijk om op het web een uitstekend, actueel overzicht bij te houden over alles wat er op Internet aan Nederlandstalige literatuur te beleven is (http://www.xs4all.nl/pwessel/letteren/letter1.html#top). En dat is meer dan men denkt, al blijft het leesgenot op het gebied van literaire periodieken dan helaas beperkt.

Door de steeds verdere ontsluiting van allerlei bibliotheekcatalogi, biedt via Internet de huiscomputer steeds indrukwekkender documentatiemogelijkheden. Tenslotte nog dit: toen het tijdschrift MilleniuM er dit jaar op papier de brui aan gaf, heette het dat dit 'Tijdboek van de jaren '90' zich voortaan met moderner middelen tot de wereld zou gaan richten. Op Internet heeft dit streven tot nu toe echter niets anders opgeleverd dan de mogelijkheid vier oude nummers na te lezen (http:www.dds.nl/kiosk/millenium/). Zouden oude webpagina's op den duur ook antiquarische waarde krijgen?