Popmusici met het hart op de juiste plaats

Concert: Average White Band. Gehoord: 7/5 Atlantis, Alkmaar. Herhaling: 9/5 Paradiso, Amsterdam, 10/5 Noorderligt, Tilburg.

Veel popmuzikanten hebben beweerd dat ze het gat konden vullen dat door John Lennon werd nagelaten. Er is er maar één die dat werkelijk hard kan maken, en dat is Hamish Stuart van de Schotse Average White Band. Als lid van de begeleidingsgroep van Paul McCartney zong hij Lennons partijen, toen McCartney bij zijn meest recente tournee besloot om enkele oude Beatles-nummers op het repertoire te nemen.

Het wekt geen grote verbazing, dat de veelzijdige en overal inzetbare Stuart niet van de partij is bij de zoveelste reünie van de Average White Band. De twee andere zanger/gitaristen uit de oorspronkelijke bezetting, Alan Gorrie en Onnie McIntyre, kunnen het makkelijk zonder hem stellen. Aangevuld met een drietal goedgetrainde sessiemuzikanten slagen ze er feilloos in de precieze funk-sound van de grootste hit Pick up the pieces (1974) te reproduceren. Het is de tragiek van bassist/zanger Alan Gorrie, dat hij als een van de beste blanke soulzangers van Europa vooral bekend werd met dit instrumentale nummer. Gorrie lijdt er niet zichtbaar onder. Hoewel hij in zijn hoogtijdagen optrad in een uitverkocht Concertgebouw, speelde hij ook in het halfgevulde Alkmaarse muziekcafé Atlantis met volle inzet.

De Average White Band stond nooit bekend om de uitbundige podiumpresentatie. Ook nu misten ze voldoende uitstraling om het optreden boeiend te houden. Te meer omdat er een overdaad aan steriele, onberispelijke nieuwe nummers werd gespeeld, zoals het samen met Daryll Hall geschreven I wanna be loved waarin de geest van Marvin Gaye heel even uit de fles mocht. Ze dragen het hart op de juiste plaats, met een eerbetoon aan Maceo Parker in Oh Maceo en de fraaie, Prince-achtige soul-ballad A love of your own. Toch ontkwam de Average White Band niet aan de beperkingen van een one hit wonder, en was het een zwaktebod dat Pick up the pieces tot de toegift op zich liet wachten. Misschien was het een staaltje van klantenbinding voor de volgende comeback, want wie dat hoekige en onlangs nog door Candy Dulfer gecoverde saxofoon-riffje eenmaal in zijn hoofd heeft, raakt het nooit meer kwijt.