De club om van te houden gaat ten onder aan z'n beleid

EINDHOVEN, 6 MEI. Go Ahead was een club om van te houden. Een club met historie en mystiek, een club van water en vuur, een club van vlees en bloed, een club van mensen. Een stadion met tribunes aan de rand van het speelveld, temidden van kleine huisjes aan smalle straatjes, zoals het eens was, zoals het eens hoorde. Het stadion lag aan de Vetkampstraat, waar iedereen zich thuisvoelde, behalve de vreemdeling uit de verre randstad. Go Ahead is een onvergetelijke liefde. Maar van oude liefdes kan geen beroepsvoetbalclub bestaan. Zonder geld zal ook het bolwerk aan de IJssel vergaan.

Go Ahead (sinds 25 jaar gezegend met het toevoegsel Eagles) degradeerde gisteren uit de hoogste klasse van het Nederlandse beroepsvoetbal. Niet voor het eerst, want in 1987 werd de 94 jaar oude club uit Deventer eerder gedwongen naar de eerste divisie af te dalen. En evenmin verrassend. Go Ahead wekte langer dan gisteren de indruk niet meer in staat te zijn de ontwikkelingen in het commerciële voetbal te kunnen bijhouden.

Mogelijk drijvend op nostalgie, hoop, optimisme, sterrenwichelarij en gesprekken met bomen hield de club zich staande. Maar ook met New Age-filosofieën was er voor Go Ahead geen redden aan geweest. Een club die aan de top wil voetballen kan niet zonder geld en doortrapte zakelijkheid. Het kapitaal is aan de macht, beroepsvoetbal is een sport van en voor industriëlen.

Wie zal het een zorg zijn dat Go Ahead heel Holland leerde hoe voetbaltalent moest worden geschoold. Als jonge voetballer in de jaren zestig was je trots wanneer je ten overstaan van Frantisek Fadrhonc en Joop Brand mocht tonen hoe goed je kon voetballen. Te mogen voetballen voor de jeugd van Go Ahead, geïnterneerd te worden in het jeugdhuis aan de Brinkgreverweg, dat was in die jaren een droom. Afgewezen te worden, ondanks de ferme vaderlijke schouderklop van de Tsjechoslowaak en de te harde kneep in je wang (“goeie jongen, nog veel trainen”), was een nachtmerrie die nog jarenlang doorzeurde.

Wie kent nog Wietze Veenstra, Nico Rijnders, Peter Arntz, Bertje van Marwijk, Dick Schneider, Henk Warnas, Pleun Strik, Oekie Hoekema, André van der Leij, Johan Derksen, Adri Steenbergen en Gerrit Niehaus (de beste van allemaal)? Go Ahead had in de jaren zestig het beste jeugdelftal van Nederland. Tussen 1965 en 1970 behoorde Go Ahead tot de top-vijf van Nederland. Trainers als Wiel Coerver, Leo Beenhakker en Barry Hughes volgden elkaar op. Go Ahead stond voor technisch èn gepassioneerd voetbal.

Marc Overmars, Michel Boerebach, René Eijkelkamp, wilt u er nog meer? De club die geld had, rammelde met zijn beurs aan de poort van de school van Go Ahead. En de Deventer club overleefde omdat ze investeerde in jeugd. Maar met de afschaffing van het transfersysteem valt geen geld te verdienen voor een club die vooral afhankelijk is van de opleiding. Na deze winter besloot Go Ahead het internaat te sluiten. Als gold het een afscheid van het verleden, van een mooie, ouwe tijd, een afscheid van authentiek clubvoetbal in de provincie.

In de laatste jaren, sinds de terugkeer in de eredivisie in 1992, was Go Ahead niet meer dan een meeloper. Leuke talenten, als vanouds, leuke sfeer in het stadion de Adelaarshorst, zoals het sinds 1971 heette, maar wel vechten tegen degradatie. Geen geld, geen toekomst. Talenten kwamen, maar vertrokken weer snel. Je zult maar supporter wezen.

Waarom ze vertrekken? Vraag het Mark Schenning. Volgend jaar hoopt hij voor Willem II te spelen. Maar Go Ahead wil hem niet laten gaan, omdat hij nog een contract heeft. Of Willem II maar even een miljoen wil betalen. Voor hoeveel Schenning voetbalt? “Voor een appel en een ei.” Hoeveel? “Minder dan vijfduizend bruto per maand, 750 gulden per punt.”

Ook Marco Heering gaat naar Willem II, voor meer geld. De zeer talentvolle doelman Oscar Moens kwam deze winter van Excelsior naar Deventer. Volgende competitie speelt hij voor AZ of voor PSV, voor veel meer geld. En Jan Michels, klein maar fijn, het grootste Go Ahead-talent? “Ik heb nog een contract. Ik zal wel moeten blijven.”

In Deventer wisten ze al langer dan gisteren dat Go Ahead zou degraderen. Wie laat anders, zoals vorig jaar, de talentvolle trainer Ten Cate, nu succesvol bij Sparta, vertrekken? Wie laat een maand voor het einde van de competitie trainer Fafié gaan en opvolgen door Maaskant, een spelersagent die al een decennium niet meer voor de voetbalklas heeft gestaan? “Mijn verstand zei nee, mijn emotie ja”, bekende gisteren Maaskant, vroeger al eens trainer van Go Ahead. Ze geloofden er niet meer in, ze waren in paniek in Deventer, ze moeten geweten hebben dat Go Ahead het keerpunt had bereikt.

Ruw geschat honderd supporters bevolkten gistermiddag in Eindhoven het zogenoemde calamiteitenvak, de tribune waar de supporters van de bezoekende club veiligheidshalve worden opgeborgen. Ze schreeuwden het uit van vreugde toen Go Ahead na een kwartier tegen PSV zelfs op een 1-0 voorsprong kwam dankzij Rorije. Ze zongen wie weet wat voor strijdliederen vol hoop, liefde en trouw. Maar vier minuten later zette Zenden PSV al weer op 1-1. En toen na de rust Cocu en Nilis PSV een 3-1 voorsprong bezorgden, werd het ernstig stil tussen de Deventer fans.

De aanhang ging niet weg voordat de spelers van Go Ahead het veld hadden verlaten. Degradatie vraagt om steun en troost. No one should go where Eagles dare, stond op een spandoek. De spelers bedankten de jongens met een applausje, zoals het hoort. En aandoenlijk was de manier waarop PSV'er René Eijkelkamp naar de spelersbank van Go Ahead liep om elftalleider en oud-speler Adri Steenbergen en andere begeleiders te troosten. Eijkelkamp is een jongen uit Overijssel, drukdoende in de grote mensenwereld overeind te blijven. Hij zal nooit vergeten dat hij vijf jaar lang een Eagle was. Want een oude liefde vergeet je nooit, ook niet in je leven als voetballer.