Jaap de Ruig

Wat doet een mens die slaapt? Jaap de Ruig: De Slaap. Galerie Maria Chailloux, Prinseneiland 439, Amsterdam. Do t/m za 13-18u en iedere eerste zondag van de maand. T/m 25 mei.

Die laat zijn mond open hangen - als je Jaap de Ruig tenminste moet geloven. Het is in ieder geval het opvallendste aan de dertien werken die hij bij Galerie Maria Chailloux onder de titel De Slaap presenteert: alle geportretteerden hebben hun mond open. Op sommige werken is het niet meer dan een kiertje, op andere vormen de lippen bijna een schreeuw.

Sinds een aantal jaren werkt Jaap de Ruig (Zwolle, 1957) aan een serie fotoschilderijen met als thema 'verstild leven'. Tot voor kort maakte hij foto's en beelden van dode dieren: een gestorven lammetje, de kop van een dood schaap, de botten van een dode merel in een potje. En hoewel De Slaap daar op het eerste gezicht slechts wat betreft de verstilling op aansluit, blijkt op de tentoonstelling dat De Ruig nauwelijks van zijn voorgaande werk is afgeweken: de slapende hoofden lijken dood.

Door zijn manier van werken draagt De Ruig sterk aan dat effect bij: voor zijn 'portretten' gaat hij uit van grote kleurenfoto's, die hij bewerkt met acrylverf. Op ieder gefotografeerd gezicht brengt hij een dunne laag wit aan die de geportetteerden een grote mate van anonimiteit verleent - als het rijstpoeder op de gezichten van Japanse geisha's.

Dat het De Ruig niet om het portretteren van zijn modellen te doen is, blijkt uit het feit dat hij veel persoonlijke kenmerken heeft weggesneden. Zo is er geen haar te bekennen op de fotoschilderijen en zijn ook kinnen en oren door de schilder rücksichtslos uit het kader gesneden. Andere lichaamsdelen zet hij aan, in het bijzonder lippen en neusgaten.

Het gevolg van al die ingrepen is, dat het werk van De Ruig op het eerste gezicht intrigeert, maar uiteindelijk vooral theater is. Als toeschouwer besef je te gemakkelijk dat je gemanipuleerd wordt, dat de doden slapen en niet het drama voor je verborgen houden dat ze suggereren. Zo worden de serene dodenmaskers theatrale mombakkesen, aangebracht door een veel te enthousiaste grimeur.