Aandacht voor Vlaamse vormgeving; 'Kunstambacht' uit België

Vlaamse Sier, tussen beeld en functie, t/m 2 juni, De BrakkeGrond, Nes 45, Amsterdam. Di t/m za 10-20u30, zo 13-17u. Inl 020-6229014. Op wo 8 mei vertellen drie Vlaamse siaraadontwerpers over hun werk in het Vlaams Cultureel Centrum.

Galerie Binnen, Keizersgracht 82, Amsterdam.

The Frozen Fountain, Prinsengracht 629, Amsterdam.

Denkend aan hedendaags design schiet al gauw een dozijn landen eerder door het hoofd dan België. Met de groots opgezette manifestatie 'Vlaamse sier' hopen de zuiderburen daar verandering in te brengen. Van maar liefst 43 ontwerpers is de komende maanden werk te zien in het Vlaams Cultureel Centrum de Brakke Grond in Amsterdam en in elf galeries in Delft, DenHaag, Amsterdam en Maastricht.

'Tussen beeld en functie' luidt de ondertitel van de manifestatie, die behalve exposities enkele lezingen omvat. Dat klinkt vaag, maar het valt dan ook niet mee in enkele woorden samen te vatten wat de gemeenschappelijke noemer van de geëxposeerde ontwerpen is. De Belgen hebben het begrip vormgeving zo ruim mogelijk gedefinieerd en verstaan daaronder: glas, grafische vormgeving, keramiek, meubelontwerp, textiel, sieraden en edelsmeedkunst. Eigenlijk hebben de Vlamingen het liever niet over vormgeving of design. Ze gebruiken een ander woord dat veel weg heeft van een contradictio in terminis: kunstambacht. Daartoe rekenen zij het ontwerp van glasramen voor de Sint Baafskerk in Gent(Herman Blondeel), net zo goed als een weinig verhullend jurkje van neopreen, bestemd voor de Amerikaanse popzangeres Paula Abdul (Anita Evenepoel). Onder kunstambacht worden functionele voorwerpen die in serie zijn vervaardigd verstaan, maar ook een enkel autonoom kunstwerk dat volgens ambachtelijke technieken is gemaakt.

Een voorbeeld van het laatste staat achterin een van de twee tentoonstellingsruimten van het Vlaams cultureel centrum: twee kleurrijke keramieken bergen van ongeveer een meter hoog, met daar tussen in een pauw op een voetstuk van keramiek, omringd door nepdennetjes ('topinstallatie' van Yves Malfiet). Om zoiets in je huiskamer te willen hebben moet je behoorlijk camp zijn.

“De Vlaamse vormgeving onderscheidt zich niet van andere door een specifieke stijl, wel door individuen en een nog prille eigen geschiedenis”, merkt publiciste Moniek Bucqoye terecht op in de bij de expositie behorende catalogus. Zo'n individu is Hilde De Decker. Ze maakt sieraden die lachlust opwekken zoals een ring waar een kettinkje met een loden (gevangenis)-kogeltje aanhangt, getiteld 'orever yours'.

De moeite waard zijn de meubels van Maarten van Severen in de Brakke Grond en in galerie Binnen. Spectaculair kun je ze niet noemen. Van Severen brengt stoelen en tafels terug tot hun essentie. Vraag een kleuter een tafel te tekenen en je weet ongeveer hoe het ontwerp van Van Severen eruit ziet: een blad en vier poten. Soberder dan sober, ascetisch bijna, zijn zijn houten of metalen meubels. Maar perfect afgewerkt. Net als de eveneens zeer eenvoudig ogende tafels en stoelen van Casimir Reynders (Galerie The Frozen Fountain). De ontwerpen die in het kader van Vlaamse Sier nu in Nederland te zien zijn maakten vorig jaar deel uit van een nog grotere tentoonstelling in het Gentse Museum voor Sierkunst en Vormgeving. Een selectie zou je het, als je vriendelijk wilt zijn, kunnen noemen. Onaardig gezegd: een bij elkaar gegraaidehoeveelheid voorwerpen die maar een ding gemeenschappelijk hebben. Ze komen inderdaad allemaal uit Vlaanderen.