Over blunders in de Nederlandse omroeppolitiek

Inbraak en Uitbraak, Van omroepmonopolie naar mediamarkt, Uitgeverij Otto Cramwinkel, ISBN 9075727011, ƒ 29,50.

Uit Inbraak en Uitbraak, een interviewbundel die verscheen bij het afscheid van A. Geurtsen als voorzitter van het Commissariaat voor de Media, valt een interessante geschiedschrijving te destilleren: hoe de achter de feiten aanlopende politiek in een laatste poging het monopolie van de publieke omroep te beschermen een belangrijk deel van de miljarden voor tv-reclame het land uit liet glippen. In het boek komt oud-minister van WVC L.C. Brinkman naar voren als een groot pleitbezorger van een 'duaal bestel'. Elders in Europa zag hij dergelijke constructies ontstaan, maar in Nederland stuitte Brinkman telkens op een veto van PvdA en CDA. Betaaltelevisie, ook iets waarvan Brinkman vond dat er maar eens over nagedacht moest worden. “Ja, dat was vloeken in de kerk”, zegt de oud-minister nu. “Ik wilde wel eens af van de situatie dat de politiek elke keer bezig is met grenspaaltjes verzetten. Maar de politiek kon het duale bestel niet con amore realiseren. Men heeft het niet aangedurfd. Intussen dichten de feiten anders.”

In zijn Medianota van 1984 had Brinkman een opening gelaten voor private tv-initiatieven, maar toen er een derde Nederlandse televisiezender kwam ging die - in weerwil van Brinkman - toch niet naar ATV/EPTV, de aspirant-commerciële zender van Avro, Tros, Veronica, Elsevier, Perscombinatie, Telegraaf en VNU. “Dat zat er toen niet in”, herinnert zich Elco Brinkman. “Ik heb dat betreurd.” Als verklaring noemt hij de in Nederland diepgewortelde verzuilingsgedachte. “Daar is heel veel geld en invloed in gaan zitten en dat geldt voor Hilversum in het kwadraat.” Maar ook bij zijn eigen partij, het CDA, wilde men slechts het bestel beschermen, al voorzag het regeerakkoord van het tweede kabinet-Lubbers in het commercieel worden van twee of meer publieke omroepen. Brinkman waarschuwde vergeefs zijn partijgenoten voor de onvermijdelijke opmars van multinationale tv-kanalen. “Iedereen wist dat je daartegen geen schermpje kon oprichten. Als het dan toch moest gebeuren, dan maar in Nederlandse handen, vond ik. Maar men wilde het niet horen en niet zien.”

“In die periode is zwaar geblunderd”, zegt H.Y. Kramer, hoofd directie media, letteren en bibliotheken van het ministerie van OCW. Hij volgde in die functie op het ministerie van WVC de onderhandelingen met uitgevers en omroepen over de voorwaarden om een commerciële zender te beginnen. ATV/EPTV liep volgens Kramer stuk op de verdeling van de reclame-inkomsten. “Als de uitgeverijen destijds verstandig waren geweest en hadden gezegd: wij hoeven niet meer dan een licentie voor commerciële omroep, we hebben verder geen verlangens, dan was het gerealiseerd gweest.” Prof. E.J. Dommering, directeur van het Instituut voor informatierecht, beschouwt het niet doorgaan van ATV/EPTV als “de grootste blunder in de Nederlandse omroeppolitiek”. Maar volgens Dommering is het plan door het ministerie van WVC “meteen van tafel geveegd”. Als de politieke wil er wèl was geweest om het regeerakkoord uit te voeren, dan was er volgens hem nooit een RTL in Nederland gekomen.

Toen een paar jaar later Joop van den Ende zijn TV10 wilde lanceren, was de politiek nog steeds niet rijp voor binnenlandse commerciële omroep. Ook Van den Ende verzon een 'buitenlandse' constructie waardoor hij hoopte dat zijn zender op de kabel moest worden toegelaten. Dat kon het Commissariaat toch niet aanvaarden, in tegenstelling tot RTL Véronique. Nu laat Brinkman doorschemeren dat Van den Ende het juridische veto aan zijn laars had kunnen lappen. “Joop is netjes, die is alle deuren langs gelopen, de Luxemburgers waren er op een gegeven moment gewoon.” Naar verwachting zou zich in de jaren die een procedure bij de Euopese rechter zou duren wel een meerderheid voor Van den Ende's zender aftekenen. Harry Kramer is er zelfs van overtuigd dat Van den Ende had moeten gaan uitzenden: “We hebben geredeneerd: we zeggen niks, we zien wel hoe we het doen. Hij had gewoon de lucht in moeten gaan. Want via procedures had niemand hem eruit gekregen.” Maar na de uitspraak van de Raad van State verloor de tv-producent de steun van zijn financiers. Van den Ende: “Ik heb nog vergeefs gezocht naar nieuwe geldschieters. Het bedrijf was te koop voor 20 miljoen gulden. Ik weet nog wel dat Vinken (topman van Elsevier) hier bij mij op het kantoor zat in Aalsmeer en nadat ik dat bedrag genoemd had zei: Volgens mij ben je niets meer waard.”

“Ik ben ervan overtuigd dat een persoonlijke lobby van Lubbers ervoor gezorgd heeft dat het allemaal niet door is gegaan”, zegt Joop van den Ende nu over het gesneuvelde 'sterrennet' in 1989. “Het was een persoonlijke wraak van Lubbers op Brinkman, die het allemaal anders wilde. Het PvdA-kamerlid Van Nieuwenhoven wilde het, het CDA-Kamerlid Beinema wilde het, alleen Lubbers wilde het niet.” Aan het feit dat destijds in laatste instantie door de Raad van State wèl goedkeuring werd gehecht aan de 'U-bocht'-constructie van RTL Véronique, hebben we tot de huidige dag de 'Luxemburgse' zender RTL4 te danken.